vrijdag 19 april 2019

Gezond leven

Gezond leven

Verbale vechtsport
hier in de nauwe ring
van deze bar
zonder winnaars.
Beiden verdedigen
verongelijkt
hun gelijk.

Ongerimpeld
versimpeld tot wat
vatbaar lijkt.
Een onbewolkte geest
in een drukbevolkt lijf,
hier waar ik blijf
tot ik weer ga
zonder weerga.

Beide strijders behept
met een concept,
het vooringenomen standpunt
angstig onwrikbaar,
en kon ik maar
ontsnappen. Of niet.

Ik kijk toe hoe
het complex
van ingedaalde reflexen
ontwijkt,
en beperk me tot
herbale kruidenthee
waardoor ik later
in ieder geval
gezond doodga.

woensdag 17 april 2019

Diepte-interview

Diepte-interview

De gezwollen man
implodeert zienderogen
aan de oppervlakte
van het journaal,
na de speldenprik
van de tandpasta
tussen de bloedlippen
van de journaliste.
Dichter bij de waarheid
zullen beiden niet reizen,
terwijl ik, toeschouwer,
te slapen zat.
(zelfs hun schaduwen apart)

Hoger dan dit
zal hij niet vallen
en zij duwt en wringt
tegen de waterspiegel
die hen scheidt.
Een eredienst, ritueel.
Hij blijft ademen.
Lager dan dit
kan hij niet reiken
en hij vraagt zich af
waar zij haar wapens had.
(soms ben ik zwart)

Het decor is virtueel,
en dieper dan dat
kan de kijker niets weten.
Dichtersbloed druipt
van het glazen tafelblad.
(eens stopt mijn hart)

Afgoderij

Afgoderij

Deuren blijken tegen ramen gespijkerd.
Voorbijgangers gaan voorbij.
Verveloosheid irriteert
en imiteert schutkleuren.

Dichters die nergens verstand
van hebben mijmeren over verleden
tijden van krotten, en men leest hen
uit snobistische zelfbevrediging.

Het is een belediging,
een vernedering, die vertedering.
Denk aan de niet-poëtische slachtoffers
van uw verdwaalde ethiek, niet aan
aan hun spiegelbeeld verslaafde
onbenullen in hun verdwaasde
afgoderij van het woord.

Ondertussen blijft restauratie achter
het verval aansloffen. Meubels verstoffen.
Voorbijgangers gaan voorbij,
zoals ik al zei. Ik sla spaties over.

dinsdag 16 april 2019

Rust

Rust

Hij kan niet verder,
hij rust rusteloos
in zijn bankstel
en vergeet alles
tot niets meer overblijft
dan herinneringen.

Hij kan niet terug ook

Soms komen vreemdelingen
in zijn nacht,
altijd verwacht
en steeds naderend.

Hij luistert met ogen toe
en wacht tot ze verdwijnen.
Hij kent allen bij naam,
maar zwijgt.
Dat helpt soms.

De vreemdelingen
verdwijnen niet,
hij moet ze ontvangen.

Daarom kan hij niet terug.

vrijdag 12 april 2019

Af en toe zingen we

Af en toe zingen we

Van alles wat we zien
is niets te vinden
naderhand in terugblik.
Het is vergaan.

In de verste verte
speelt muziek
en we dansen,
meer niet.

Af en toe zingen we,
als niemand ons kan horen.

donderdag 11 april 2019

Sandalen

Sandalen

Bladzijde voor bladzijde
opent de ochtend.
Ik stel het lezen uit.

Een leeuwerik vlucht mij voor
de wolken in.
Ik volg.

Mocht ik ooit weer verdwalen
in dat interne labyrint
hoop ik te kunnen terugkeren
naar deze ochtend,
deze zang,
die ook zonder mij
doorgaat en zal doorgaan.

Gras omsingelt, overgroeit,
klimop verhult
leugens en misvattingen.
Mocht ik die duivels ontmoeten
zou ik ze herkennen?

Ja, aan hun sandalen:
gekortwiekte pelgrims
op eeuwige terugreis.

donderdag 4 april 2019

Niet te hoeven willen

Niet te hoeven willen

Zing
op weg naar huis,
het lied wordt je thuis,
een moedwillige verwikkeling.

Blijf zingen, aanklamper.
Het juiste land,
het correcte woord is het waard.

Pieker niet over
hoe de flesopener werkt,
of hoe mensen werken.
Alles wat je belemmert
ontsprong uit een bron diep in je.

Vingers tasten
niet naar braille,
maar naar waar
ergens in de muur
een deur had moeten zijn,
desnoods een venster.

Verzamel regen,
zoek de zon
en voel je bekroond
met een regenboog.

Je moet dit niet willen,
niet hoeven willen.
Gewoon diep ademhalen,
en een nieuw lied begint.