woensdag 21 augustus 2019

Poëzievlokken

Poëzievlokken

In de stiltecoupé
op weg naar de randstad
viel mijn oog
op witte papiersnippers
op de zitbank, op de vloer,
en ze kwamen van mij.

Een spoor, terug
tot op de wasmachinezolder
via de overloop
en de strijkkamer
naar de voordeur.

Een achtergelaten gedicht
in de borstzak
van een zomershirt
en meegewassen
op katoen, 30 graden,
geen wasverzachter.

Vanaf die waarneming
ging het gedicht
over vallende sneeuwvlokken
en was het niet te ontkennen.

zaterdag 3 augustus 2019

Door de menigte

Door de menigte

Met de hand getekend,
met de voet getreden,
met de mond gekust:
een neutrale glimlach
als voortdurend
gezichtsbedekkend hoofddeksel.

Niet veel ouder dan gisteren,
maar verder weg:
in waarheid noch leugen,
en sneller dan beide.
Dit is een exacte agenda
in een leeg bestaan,
een eenrichtingsladder.

We lopen hoogzwanger
in wat een stad wordt genoemd
door de menigte,
een willekeurige verzameling
lotgenoten en vreemden,
in de angst elk moment
te zullen bevallen,
voortijdig,

en dit alles
is zo oud, bekend
en triest. Een onhandelbare sleur.
Dagelijks sterft een gehaast zoekende
deelverzameling
in levenloos glas en beton

zonder iets
of iemand
bereikt te hebben.

vrijdag 26 juli 2019

De aanrijding

De aanrijding

Een gestolde glimlach,
beheerste ademhaling,
de blik op de stralende toekomst,
de gedachten in de agenda,
de handen met witte knokkels
om het stuur.

Een beperkende opvoeding
zwaar op de schouders,
een gebrek aan belangstelling
alomtegenwoordig.

Dwars door me heen,
hij zag me niet eens.

dinsdag 23 juli 2019

De verslaggever

De verslaggever

Buiten dit opvallende raam
trekt niets de aandacht,
een bonzend hart in een verder dood kind,
ontelbare huisvrouwen rondom,
talloze kiezelstenen, elk onmisbaar,
troosteloze straten,
versluierd licht.

Ik dans zorgvuldig
voor het raam heen en weer,
een dag zonder geschiedenis,
door de wind bewogen,
een poppenkastfiguur.
Een dodelijke reflex,
eenzaamheid. Een masker
dat een glimlach naar buiten richt.

Het einde overwint toch.
Vertrekken is noodzakelijk:
volg de aanwijzingen,
let op de juiste tijden,
verspil geen aandacht aan omleidingen.
De wereld veroordeelt zichzelf,
mijn land doorloopt alle pogingen,
te traag, veel te traag alles,
en verstikkend bewapend.
Vertrekken is onmogelijk,
maar noodzakelijk, verplicht.

Mijn land, vertrek, ga door,
ook al is er geen begin meer,
en blijft alleen het einde zeker.
Mijn land, val niet voortijdig,
blijf opeen en dicht.

woensdag 17 juli 2019

Wat komen gaat

Wat komen gaat

"Ik kan u niet onthouden.
U verandert telkens
en komt nooit eens terug."

Ze schenkt theewater in
en we drinken het leidingkoud.
Ik hoef geen suiker.

Ze bestudeert minutenlang
het koekje,
als bevroren.
"U moest maar eens gaan."

Plots staat ze op,
mijn vrouw,
lenig en doelbewust,
en roept ze haar dode kat binnen.
We wachten in de deuropening
op wat komen gaat.

woensdag 10 juli 2019

Looproute

Looproute

Ik word ingehaald door een koppel
ongezonde verpleegkundigen op sandalen
met kurkzolen. Die blijven drijven
op dweilwater, door dat kurk.
Zij maken me niet wijzer
en laten me onverzorgd achter.

Alle boeken
in de afdelingsbibliotheek
blijken uitgelezen.
De nooduitgang blijft gesloten,
liften blijven onderweg,
en niets weerhoudt me
gewoon hier te blijven wachten

wachten
in een verlaten wachtruimte
naast een rookvrije zone.
Ik kan niet inloggen zonder wachtwoord
en luister naar de luchtcirculatie,
die me adsorbeert en uitdroogt.
Ik wacht, wacht af
en tel elke tegel.

De muren van de spreekkamer
lijken echt niet rechthoekig,
maar dat kan ook aan mij liggen.
Zo wordt het alledaagse
tot noodzakelijk kwaad
dat ik in mij verzegel.

De dag verloopt zoals vaak
in volgorde, zonder afspraken of koffie
in alle eenvoud en onvast.
De draaideur zuigt me naar de
parkeerplaats en ik vind betaalmiddelen.

Zo gaat dat, zo loopt dat,
ik ben geen uitzondering
en geen regel.

donderdag 4 juli 2019

Zij zijn thuis

Zij zijn thuis

Er brandt licht
op hun etage.
Misschien
horen ze de bel niet,
staat de televisie te hard of zo.

Wat kan ik doen.
Ik reis door deze steden
zonder bagage of bestemming
en waarom
zou iemand me binnenlaten.

De kamer licht groen op.
Zolang mannen en vrouwen
niet samen in één elftal spelen,
kijk ik niet.

Die camera werkt, echt wel.
Ze weten dat ik hier sta.