zondag 31 mei 2015

Neem me mee

Neem me mee


Neem me mee,
morgen is te laat,
de lege straten wachten niet op je -
dat doen ze nooit.

Duiven vliegen op,
duiven strijken neer.

Nee, vandaag is al te laat -
tegen de hoge stenen muren op
kan niet
zonder hulp van buiten.

Haviken vliegen over,
haviken vlogen over.

dinsdag 26 mei 2015

Woorden voor vogels

Woorden voor vogels


De was droogt.

De was droogt nog steeds.

Steeds droger, de was.
Het woord wast
en wast zich droger,
steeds dichter, het woord.

Trekvogels trekken
de ogen mee
tot achter de nevels
van de heuvels,
tot ver in de wolken,
en dan,
als afgesproken,
alleen gelaten,
zoeken de ogen elkaar,
opnieuw onbekend
maar herstellend.

Sprekende ogen
deelden de vlucht.
Dan herkent de mond
een woord,
knikken de hoofden,
en zwijgen we verder,
alles al gezegd.

De stad
dicht en onverlicht,
deuren openen
naar volgende deuren,
wegen keren om en om.

Zij spant zich en welt,
de stad stinkt, krimpt,
knelt en scheurt open,
de schaal zwelt en barst
langs de ringweg
en de eierschalen
vallen af,
hier waar alleen de adem telt.

Dit is een woord
dat doodslaat
tegen vensters,
schuurt aan muren,
krabt aan tralies,
hecht en onthecht.

Een woord
kan ook gewoon wit zijn
en dat blijven.

In de nachten
keren de vogels terug.

26 mei 2015

dinsdag 19 mei 2015

Niet gewaarschuwd

Niet gewaarschuwd


Een flitslicht van de bovenleiding
legt de omgeving van de spoorlijn
vast.

Het publiek wacht af.

Niet veel ouder dan gisteren
maar wel veel verder weg
deze donkere ochtend -
hanen kraaien en scholieren ontwaken traag
langs mijn raam
in de aarzelende dag.

Zoals een bloem de zon,
een vogel de hemel,
haten wij de straten
waarover wij nauwelijks vluchten.

Ik weeg mijn woorden:
ik draag in me
het verlangen
naar een terugslagloos afscheid,
een vertrek zonder weerga.

Als niet gewaarschuwd mens
tel ik voor één.

maandag 18 mei 2015

Wat heb ik geleerd

Wat heb ik geleerd


"Ren,
ren over het water... "

Mijn lief ontdooit
dat deel van mijn hart
dat bij elke herinnering
en ongewilde resonantie
bevriest.

Hij nam de biecht af
en vergat mijn naam.
Hij herkende geen medemens
in mijn ogen.
Ik moest eraan geloven.
Het eeuwige
enerzijds anderzijds,
de kronkelredeneringen
in de spits van zijn roede
druipen nog langs mijn benen
en die speekselpreek moest ik
altijddurend geloven.
Een losgewoeld hart,
nog deels kinderlijk,
stuurt me,
fluistert noodkreten,
en praat door mij heen,
hinderlijk.
Blijf rennen.

Waar bleven de Texas Rangers,
waarom lette Ivanhoe niet op.
Justitie en politiek
schoven aan
aan dezelfde tafel.
Pleister mijn lippen
aaneen en schrijf er
'slachtoffer' op.
Ik blijf bloeden,
dus ik leef nog.

Daar komt de bisschop
met een tros ballonnen
van bewakers, woordvoerders
en secondanten.
Zij voeden hem dagelijks
het broodnodige eigen gelijk.
Hij verwart zijn kruis
met dat van zijn broodheer,
een bergrede-nering.
Woorden en daden
vallen niet samen
binnen die gewaden,
amen.

Dat kan ik beamen
beademen...
en weer verhardt
een niet verouderd segment
tastbaar in mijn hart.
Wat wilde ik leren,
wat heb ik geleerd:
er is geen gerechtigheid,
alleen slechtigheid.
Blijf rennen.

"Ren,
ren over het water
om niet te zinken,
kijk niet om
en niet omlaag... "

18 mei 2015

zondag 17 mei 2015

Had ik gekeken

Had ik gekeken


Scherpe, diepsnijdende vrijheid
ploegt door mijn taal,
en ik kan alles verzwijgen
mocht ik dat willen.

Ik vat dit samen
in stilzwijgend toegeven,
een boom in de storm,
vastberaden bewegend, levend.

Dit is ter herdenking
aan alles wat ik had beleefd
had ik alles voorzien:
gezelligheid elders,
warmte niet ver hier vandaan,
liefde op een andere datum,
een glimlach had ik gekeken.

zaterdag 16 mei 2015

- ontmoeting -


- ontmoeting -


- ze zag t als n toeval
(paarden wachtten, dansers bevroren, de maan bleef koud)
 - hij zag het als een samenloop van omstandigheden
(zij wachtte)

en in de menigte zuchtte een jong meisje
bij de foto in de etalage van het idool
idille, vriend!

nog eens:
zij zag t als n toeval
hij als iets gewoons,te verwachten (stilte)

© Hans F. Marijnissen 1970, incl. spellingfouten. Getypte tekst en inkt.

- stad -



- stad -


de stad als een mislukking
een architekt vol verrukking maar toch een mislukking
mensen vol onbegrip
daar is anna, daar is ook bellia, daar zijn gestrandde reizigers,
koffieautomaten, warme krekette, hallo broer

de stad als een ontkenning
een burgemeester spreekt van gewenning maar wat een plenning

regen valt loodrecht
bomen groeien kaarsrecht
kinderen scheef
hallo

© Hans F. Marijnissen 1970, incl. spellingfouten. Getypte tekst en inkt.

Wat niet loog

Wat niet loog


Wat niet loog in mij
was de slag
van moeders bloed
in elke ader
en de klop
van haar hart.

Haar kreet,
die van vader,
en mijn snak naar adem
net boven water -
ons eerste lied
samen en apart.

Alles werd gewist,
onbevlekte dader.
Later raakten
alle woorden
dagelijks vager
in taal verward.

Nog spartel ik terug,
stroomopwaarts
in mijn geheugen,
en raak ik dieper,
dichter en nader
tot die start.

Uit: Tot waar het wringt, Heimdall 2014

vrijdag 15 mei 2015

Quiz 1

Quiz 1


Hoelang werkt secondelijm?
Mag je in de trein met een dagkaart ook 's nachts reizen?
Heeft ooit iemand die naald in de hooiberg teruggevonden?
En als het Duizend-Dingen-Doekje op is, wat dan?

Werkt een zaklantaarn ook buiten je broek?
Als je ergens achter staat, waar sta je dan voor?
En, tot slot, waar laat je niet-papieren afval in de Efteling?

Spiegel

Spiegel


In volkomen verwarring
aan de voet van een flat -
de plaatselijke bevolking
komt en gaat;
ik zou niet weten
hoe binnen te geraken.

Ik denk
dat eenzaamheid bestaat
uit een voortdurende spiegel
om je heen.

donderdag 14 mei 2015

Gedicht voor Wim

Gedicht voor Wim


Wim -
of was het Robert -
nee, Wim,
Wim vroeg me eens om een gedicht,
al jaren geleden.

Hij trouwde ondertussen,
Wim.
Een baby werd dood geboren,
meer weet ik niet.

Ik schreef een gedicht voor hem,
maar ik vond het slecht.

Ik ben hem op een zondag
op gaan zoeken
in zijn flat,
Robert.
Nee, Wim dus.
Zijn vrouw was weer in verwachting.
(Hanny? Henny? Pft...)

Ik heb hem weer een gedicht beloofd
maar het wil maar niet lukken.

januari 1971
(Voor mij markeert dit gedicht 'Voor Wim', uit de cyclus '7 voor Arnold' uit januari 71, de definitieve breuk met Opwenteling Eindhoven en de gedragen poëzie die ik tot dan toe had geproduceerd. Nostalgie, dus, maar het blijft vooraan in mijn geheugen. Voor Opwenteling bleef ik wel inzenden, maar dan oude gedichten, tot ik definitief daarmee stopte in 74.)

Zwijgen

Zwijgen


Wat ben je stil?

- - - - -

Ik begon als huisdichter.

Rozen bogen door
onder het gewicht van haar glimlach;
wolken vluchtten als ganzen
voor de zon in haar ogen -
een verwarrende dwarreling
van eerste indrukken,
vallende bladeren
toen de herfst ademde.

Als een forel
tegen de stroom op zwemmend,
springend richting bron,
dronk ik haar.

De winter was een groot wit huis
waarin wij paraat bleven,
startklaar op doorreis.
We negeerden de schaduwhoeken,
galmende trappenhuizen,
leeggebloede kamers
en het roepen op straat.

Bevroren op een vensterbank
zat ze, verstard in de tijd,
niet reagerend toen ik haar riep,
in de ondergaande zon.
Pas in volle duisternis
draaide ze om,
zwijgend.
"Hm?"
Haar ogen verdwaalden
in de horizon achter mij.
Zij verdween.

Steigerend standbeeld,
smeltende druiptreurwilg;
ik zocht mijn naam
tussen het stof in de zonlichtbanen
tot op de plavuizen.

Ik werd straatdichter.

- - - - - -

Ik ben niet stil:
ik probeer met zwijgen
een storm te bedwingen.

Uit: Tot waar het wringt, Heimdall 2014.

dinsdag 12 mei 2015

Hier ben ik

Hier ben ik


Dit verwelkomen
van elke nieuwe dag
is een groot volkomen afscheid
tot diep in me telkens weer,
steeds gewenster.

Als ik omzie
bleef niets over -
smeltende voetstappen,
uitgewoonde woorden,
tweesnijdende dolken,
ontdoken en gestolen momenten,
leeggeroofde ogenblikken,
instortende woningen,
omvallende muren
met blinde vensters.

De toekomst blijft onduidelijk,
het verleden blijkt uit alles -
hier ben ik,
op elke nieuwe dag
meer onbegrensd.

Uit: Tot waar het wringt, Heimdall 2014.

maandag 11 mei 2015

Verrast

Verrast


Je dagen zijn langzaam
en je vraagt mij waarom.
Ik ben verrast
in mijn lege huis
door het geluid van je stem
en weet zo snel geen antwoord.
Je glimlach een gewoonte.

Wel, misschien ben je te snel.
Misschien mis je alles
omdat je je ogen richt
op de dagen die je nog wachten.

Ik weet het ook niet.
Zoals ik zei,
ik werd verrast
in mijn lege huis
terwijl ik stond te kijken
naar de muren en deuren om me heen.

Hé, nu glimlach je weer.

19 juli 1974

Een andere manier

Een andere manier


Er is
een andere manier,
groeiend van diep binnen in me,
als een glimlach naar buiten tredend;
een andere manier van leven,
warmer en opener.

Al mijn woorden in haar taal
klinken zoveel voller;
al mijn gebaren in haar dans
leven zoveel sneller;
en over al mijn dagen
dalen haar avonden.

Er groeit nu een andere manier,
een andere ik naar buiten.

Waarom zou ik een gedicht schrijven?

Waarom zou ik een gedicht schrijven?


Al in de oudste bewaarde poëzie zijn voorbeelden te vinden van gedichten die over het dichtwerk zelf gaan. In het Chinese Boek der Oden uit de 11de tot de 7de eeuw voor onze jaartelling vinden we al berichtgeving en verslagen aan de keizers over het wel en wee van hun rijk, onderdanen en ambtenaren zelf in dichtvorm. Daar vond ik ook het beeld van de dichter als visser, met de hengel in de rivier van de tijd en het leven, in rust en meditatieve concentratie. Door ervaring weet hij of zij hoe en wanneer te reageren als de zintuigen iets opvangen, de vangst binnen te halen en veilig te bewaren, geschreven op bamboe. Het hoort bij de kenmerken van alle stammen van de mensheid dat dichters in woord en beeld vastleggen wat hen markeert, bindt, verenigt – tot stam maakt. Maar wat motiveert de individuele dichter, nadat hij of zij eenmaal geconfronteerd werd met dat talent en het ontwikkelt of niet uit de weg gaat?

Uit noodzaak
De dichter als journalist, correspondent, vertolker van de reacties op een bomaanslag of natuurramp, van nationale gevoelens bij herdenkingen of festiviteiten, religieuze feestdagen, het wisselen van de seizoenen. Deels uit betrokkenheid, plichtsgevoel, taakopvatting: de dichter als ambachtsman, chroniqueur. Deels ook uit opdracht: voor een verjaardag, jubileum, opening, onthulling. Als eenmaal bekend is dat je rijmen en dichten kunt en daar redelijk succesvol in bent, tot tevredenheid van je opdrachtgevers, is dat niet meer te stuiten. Kost wel extra research-tijd in bibliotheek, interview en websites en is meestal gebonden aan een deadline, wat niet elke getalenteerde dichter ambieert of behaaglijk vindt.

Uit haat en liefde
Uitgaan van je diepste emoties en gevoelens – daar hoort ook de liefde voor je partner, kind, familielid bij, én de haat voor een crimineel, een andersdenkende, een vijand, je partner... Liefdesgedichten kunnen ontdaan zijn van het persoonlijke en voor meerdere lezers bruikbaar worden, maar tegelijk hoort intimiteit daarbij. Haatgedichten, polemieken, politieke rants kunnen eveneens onpersoonlijk en algemeen worden gemaakt en zo voor meer doeleinden inzetbaar blijken.

Uit fascinatie, zomaar
Het jarenlang serieus omgaan met dichterlijke taal schenkt zelfvertrouwen en een zekere rust. Ik schrijf gedichten vanaf najaar 1964. Uit de meest vreemde teksten uit onverwachte bronnen (krant, journaal, websites, gesprekken) kan een gedicht ontstaan. Dat proces op zich verrast de dichter vaak net zoveel als de lezer, en blijft hem of haar fascineren. Maar hij of zij weet uit ervaring dat er in ieder geval een gedicht zál komen – goed of slecht blijft afwachten, maar het zaad is in de grond en aan het ontspruiten. Ook speelsheid met taal mag niet verloren gaan met het ouder worden. De verwondering van de onervaren jeugd moet telkens worden teruggevonden. Soms word ik getroffen door een resonantie tussen woorden, korte zinnen of uitdrukkingen, een woordspeling, rijmwoord, songtekst, mop.


KIEZEL

Ik lag op mijn altaar,
bad om het zwaard.
Slaap vond mijn beeld.

Daar naderden woorden
de waarheid
als messen de huid
en spleet ik open
tot spreken.

In de illusie van de kiezel
geen deel van de aarde te zijn
rolde ik weg in de branding,
richting maan.

Ik kwam nooit aan.

© Hans F. Marijnissen 2014.


De vruchtbare grond voor dit gedicht waren natuurlijk filosofische, boeddhistische en mystieke teksten over de grootste illusie: hoe onze hersens uit alles wat onze zintuigen waarnemen een beeld van de wereld en van onszelf scheppen. Echt kennen doen wij alleen dat beeld, niet de wereld zelf. Daaruit volgt de illusie van het individu: elk mens is uniek, maar alle schapen in een kudde lijken identiek – mensen lijken meer op elkaar, genetisch, cultureel, dan dat ze van elkaar afwijken.

De aanleiding was een wandeling naar het kleine winkelcentrum in de wijk waar ik woon in het noorden van Eindhoven. Een van de buren had een nieuw grindpad, en een kiezel was uit het verse grind op de stoep gerold. Ik schopte het steentje terug het pad op, en zag dat de individuele steen spoorloos verdween tussen duizenden andere, unieke en tegelijk identieke en niet te onderscheiden andere. Toen ik weer thuiskwam had ik de regel over ‘in de illusie van de kiezel...’. De woordvisser had wat gevangen.

Het ambacht bestond uit het me herinneren en terugvinden van die eerste 2 nog ongebruikte strofes en die aanpassen en toevoegen. Het steen van de kiezel resoneerde met het graniet van het standbeeld. Het afsluitende beeld van de maan volgde uit de overweging dat de zwaartekracht een kiezel niet alleen naar de aarde trekt, maar ook een beetje naar de maan, gespiegeld in het wateroppervlak van de zee. En daarna nog veel schrappen, indikken en afwerken...


Waarom niet
Een timmerman maakt dakkapellen en tuinhekken, én af en toe een vogelhuisje – omdat hij het kan, het maakplezier ervan afstraalt en het wordt geaccepteerd, gewaardeerd en gekocht. Waarom vangt een kat muizen?

© Hans F. Marijnissen 2015.


zondag 10 mei 2015

Niet bij me

Niet bij me


Als de dag
me terloops wekt
ben je niet bij me.

Als de dag
me omhelst
als een dronken familielid
op een bruiloft,
en ik elke intimiteit ontwijk,
denk ik aan jou,
maar ben je niet bij me.

Als de nacht
me ontvangt
zonder me aan te kijken
als een slaperige hospita,
en ik binnenstuimel,
nog steeds niet gewend
aan de drempel,
ben je niet bij me.

Dat is het wel.
Ik kan het niet anders zeggen.
Woorden ontsnappen me
als herinneringen,
zoals altijd
als je niet bij me bent.

17 juli 1974

zaterdag 9 mei 2015

Tijdrovend

Tijdrovend


Vanzelfsprekend zwijgzaam
en oplettend, vandaag.

De wrede vrede verstoord,
met de dood bedreigd,
waar zouden de avonden moeten vallen?

Als we alles wisten zwegen we,
de komende dagen afwachtend.

Onze huizen blijven achter,
in onaangepast gedrag.

Startende motoren,
toenemende doeleinden,
de chaos lachend en rustgevend.
Alleen afstand schenkt inzicht.

Bovenal
kost het leven tijd.

9 mei 2015

vrijdag 8 mei 2015

Het juiste woord

Het juiste woord


Onbegonnen:
de kat probeert
de geur van mijn hand
uit haar vacht te likken.
Dit went nooit;
de dageraad daargelaten,
waarom stond ik op?
Dacht ik aan de dag,
open, onbevangen,
of aan de kat
of zij aan mij?

Onbezonnen:
zoals een boom het grondwater
ken ik mijn angst;
geworteld in wantrouwen
sta ik hier bij die wieg
en vloeit taal opwaarts,
ontwakend in een ver oord,
nog onverwoord.

Onontgonnen:
Ik wil niet dat dit went.
Tot het woord mij wekt,
komt tot kritische massa
en door de bodem
van mijn hersens smelt
tot op mijn tong:
ingedaalde hostie
volmondig in een
gekortwiekte engel,
met twijfelvingers.

Onbezongen:
De kat blijft poetsen;
mijn schuldbelijdenis
wacht.

woensdag 6 mei 2015

Het niets

Het niets


Een muzikant
houdt zoveel van de stilte
dat hij speelt -

Mijn vader
hield zoveel van mijn moeder
dat ik er ben -

Een schrijver
houdt zoveel van de lege pagina
dat hij schrijft -

Om het niets aan te tonen.

Uit: Tot waar het wringt, Heimdall 2014.

dinsdag 5 mei 2015

Terugkeer

Terugkeer


Twee toerfietsers
snellen tegemoet,
weten van geen wijken,
op dit pad
waar vissers hengelen,
en nog terwijl ik
bel en roep
vliegen zij op,
keren zij om, draaien
hoog boven me,
over me heen

en zie ik ze niet meer.

Misschien
werden zij kraaien,
of weer engelen.

5 mei 2015

Bevrijd van herdenking

Bevrijd van herdenking


Verstaan en begrijpen
een vergeten bezigheid.
Je zag nooit
het ineenstorten van je wereld,
onbekend als je bent
met je afkomst,
vervreemd van je ouders,
zielloos leeggoed,
koorddanser zonder valnet.

Dagelijks vallen wolken in scherven
tussen wrakstukken
van ongeschreven prestaties
en gebroken dromen
en het kan je niet raken.
Je kijkt niet om,
negeert stemmen onder je.
Het publiek joelt.
Je noemt het ondenkbaar
en onherdenkbaar.
Hoe bevalt het?

Iedereen slaapt
of is onderweg
naar een stem dichtbij.
Ik kan het enkel ondergaan.
Vormgegeven leegte
door regelmatige vensters.
Waar ik ben wil ik weg,
wat ik heb wil ik kwijt,
terwijl negeren van
onrust in de stal
en gestommel in de hal
me in geen geval redt.

Te liggen in je weide,
geboren te worden in je voorkamer,
te dansen tussen
je wolven in de sneeuw,
in noodgedwongen avonden,
woorddanser,
tot het water van ontwaken
me overspoeld, voorgoed bevrijd,
waar niemand op me wacht,
me herdenkt,
of op mijn val let.

5 mei 2015
(met dank aan Gemma Elisabeth Huisman)

maandag 4 mei 2015

Bestelling

Bestelling


Beschuitje aardbei?
Lekker.

Graag zonder beschuit,
slagroom of suiker.

Liever een appel,
trouwens.

Of wacht,
toch maar gewoon koffie.

Zonder melk en suiker,
dat wel.

Geen koekje ook.

En pak zelf ook iets.

Nee, doe maar alleen water.
Geen spa,
kraanwater, kan dat?

Geen ijs.

En de rekening.

4 mei 2015

Terwijl woorden verlengen

Terwijl woorden verlengen


Een open deur
buiten mijn zicht
wekt me.
Hier is het nieuws oud
voor het mij bereikt.
Dat kan het verschil maken,
kan een schil maken
om de wereld,
en vermengen.

Jaloezie op de kogel
van inspiratie
die anderen treft
strekt me.
Het hart schrikt op,
bloed ontspringt,
vult spaties, ontvlamt,
zal verzengen.

Ik struikel over greppels
in alinea's,
bijt in elke steen
op echtheid.
Angst laat taal verengen.

In lofzang
strelen handen tralies,
vingers papier.
Regels herzien en herlezen
en daardoor voorgoed anders.
Elke vertaling
nekt me.
Ik wacht op de komma
en stop bij de punt
terwijl woorden verlengen.

zaterdag 2 mei 2015

Schuimbonen

Schuimbonen


We waren anders
in die dagen -
we aten schuimbonen
en onvoorspeltbrood
en dronken niet meer dan te veel.

Maar ook de nachten
boden meer weerstand,
vooral tegen de ochtend,
en we voelden ons

anders
in die dagen -
anders dan nu.

Geen houvast

Geen houvast


Beelden struikelen opwaarts
en omarmen het niets;
ontwortelde dromen
drijven naar boven
en verwelken.

Mijn ziel viel uit mijn handen
en brak aan mijn voeten
in een hagel van glas,
en zonder hoop op heling.

Ik doorzoek de scherven;
een glassplinter
onttrekt bloed
aan mijn wijsvinger.

Het zijn alleen scherven,
meer niet,
alleen scherven.
Ik lees de splinters
als theebladeren
en raak ontletterd.

Nu oud genoeg
om niet meer te hoeven hopen:
weer een zorg minder.

Dat niet alleen,
er is geen houvast.

Uit: Tot waar het wringt, Heimdall 2014