zaterdag 30 juni 2018

Woorden over woorden

Woorden over woorden


In dat rijk geschakeerde leven
van ademhalen, eten, neuken
en werken voor een ander
kun je je verbergen tot aan je dood.
Pak nog een koffie
hier in de lobby.
Smartphone en tablet bouwen
muren om een massief niets,
ik herken dat.

Ik stierf jaren geleden
en draag het vlies van de wedergeboorte
nog over de ogen. Die kleding is schijn,
ik werd onzichtbaar, hulpeloos,
heb bereik noch noorden.

Een storm raasde de hele nacht
door de bomen rond het hotel
waar ik verbleef onderweg.
De menigte in me
brabbelt door elkaar heen.
Ik kan de afgelopen nacht
vertalen noch sorteren,
ik beken dat.

Van waar jij leeft kom je niet hier.
Na het ontbijt reken ik af,
reis ik verder.
Wat je ziet ben je zelf, kijk,
dat scherm is een spiegel.
De rest is woorden over woorden.

woensdag 27 juni 2018

Onderdrukking


Onderdrukking


We dekken het kind toe
met vergetelheid,
vergeving,
en korrelige aarde.

Liefde in tijden
van onderdrukking.
Arm het hart,
hard de arm
en het razende bloed.

Ik kom niet verder
dan deze wegen reiken.
Keer terug
en terug
tot waar het begon,
leeg.

Hoe kon ik verder,
toen maandenlang
de wolken bleven
en wolken bleven.

We dekken het kind toe,
de urn een hart,
het hart een urn.
Net genoeg,
tot het verdwijnt met ons
in de bodem in ons,
verdwaasde nestrovers,
onwaarschijnlijk
voortlevend.

maandag 25 juni 2018

De knoopschat

De knoopschat


Dit moet de avond zijn,
een geruis
dat binnendringt
door gesloten ramen,
deuren en muren.
Hij vindt zijn colbert
bij toeval
in het looppad.

Het knoopsgat
glimlacht teder en omarmt
de blikken bloemengift,
een roos haar mond,
een gaaf gegeven,
een beschrijving
die hij leest
en herleest,
tot alle woorden
eender blijven.

De verwarde man,
nog net niet aangehouden,
reageert ontsmet en levenloos
op de gevederde aanraking
van haar vingers
die hem ontknopen.
Een mistige roes
vat alles samen.

Hij klimt aan boord
van het bed en vaart af.
Hij houdt de bril op
tijdens zijn slaap.
Hij wil niets missen.

maandag 18 juni 2018

Het volgende


Het volgende


Aan wat me volgt:
laat me los,
laat me gaan.
Scherven onthouden
hoe het paste,
hoe het vorm vond, spiegelde
en ons omvatte.
Hoe hard ik ook rende,
mijn schaduw volgde.
Waar ik ook keek,
zij was daar,
ik zag haar.

In een wijkend ogenblik
besliste zij
dat ik niemand was
en verdween ik
in het strijdgewoel.
Zij werd ongrijpbaar,
ik vond haar niet
voor herhaling vatbaar,
onaantastbaar.

Ik zie
wat op mij lijkt
in etalages passeren,
zonder haar,
en verhullen
wat ik altijd bedoel:
nog lang niet levensmoe
maar vergeten hoe,
en nooit pasklaar.

vrijdag 15 juni 2018

Een gedicht is een pakje

Een gedicht is een pakje


Een afgegeven pakje
voor de buren
wacht af op tafel.
Het adres klopt.

Na het stofzuigen
staat het ineens
op de andere hoek.

Iets in de doos krabt,
schuifelt, beweegt.

Ik moet het doden
voor het mij doodt.

donderdag 14 juni 2018

Ontkroning

Ontkroning


Zeker
heeft zij me beschadigd,
maar je zou
haar eens moeten zien.

Een rat in de klem,
zij keek naar mij
met dovende ogen
en ik wist niet
wat zij zag.

Pijn is het antwoord
als je het wilt horen
en weten
Pijn keert je terug
naar de haat,
de nooit lege
jeneverfles.

De tijdloos geduldige dood
vervaagt alles
tot herinneringen,
onnodig als kleding.
Pijn groeit
als een moedervlek.

Geen paniek,
begrip volgt later.
De ontkroning
zodra ik stop
met schrijven.

woensdag 13 juni 2018

Droomstad

Droomstad


Ik keerde terug
om de droomstad te ontdekken.
Niets bleef zoals het was,
dat wil zeggen,
er lag een ander licht over,
dat wil zeggen,
er was niets nieuws.

Dit bleek onverdraaglijk.

dinsdag 12 juni 2018

Een veld van sterren


Een veld van sterren


( Loop door...
Leeg, ontbeend, ontheemd, het hart
een gebroken steen, dor en star,
met knapzak en fles water,
mijn zweet doopt rotsen en kasseien,
de Sint Jacobsroute naar Santiago.
Zon en pad ontwijken mij,
ik ledig de kelk in schaduw en licht,
verwarring en twijfel.

Onteigening, slechting
van muren verwacht en zoek ik.
Ik verleg grenzen,
( Loop door loop altijd door...
zoek onthechting tot alles in mij
alles buiten mij vindt,
onbeschreven, onbegonnen kind.

Een doorbraak, bedevaart,
met het gewicht van plicht.
Afgeleid, uit onverlicht
stoffig peinzen weggelokt door
net zichtbare reeën, schichtig
in het kreupelhout
nabij over heuvelvlaktes,
gevolgd door maan en sterren,
langs open herbergen en schuren.
Wat maakt einddoel
tot startpunt
voor de rest van het leven,
de bestemming tot aftrap,
de dood tot hergeboorte.

Steunend op mijn staf,
de steen van thuis op zak
onderging deze lastdrager
de pijniging van reiniging
en verwondering,
stap voor stap, tot het verleden
stopte met rondzingen
en de warboel van relikwieën
in kramen en stalletjes
achter zelfbedachte horizonten onderging.
Ik sleet sandalen en pleisters,
bleef alleen tot gezelschap
niet te ontkennen viel,
het zwaard mij vond en tot leven bracht.
De steen en ik scheidden wegen
bij het Cruz de Ferro.

( Loop door loop altijd door...
Op mij lijkende en aan mij gelijke
reizigers mijn gezelschap, naast
en de laatste uren in mij,
waar wij als beken samenstromen
in een rivier van hoop,
sint-jakobsschelpen, palmtakken
en oplichtende smartphones, biddend
dat de tocht niet zal eindigen
tussen de beenderen op de Libredón,
dit grafveld van sterren.
Volgden wij de paden of de paden ons?
Mijn zelf laat ik achter
waar ik herbegin.
) ) )

zaterdag 9 juni 2018

Ik ben om je heen


Ik ben om je heen


Eva, net voordat Adam toehapt:
die glimlach siert haar.
"Ik ben de ochtend,
ontwaak", zingt ze,
en terwijl ik mijn harnas uittrek
en mezelf plaats op de aarde
tussen haar meubels en planten
word ik, ben ik, eindelijk.

Een dak boven me,
een vloer onder me,
muren om me heen,
en haar glimlach de enige
versiering van waarde.
Adam vangt woorden,
verzint en vindt namen.

Lied zonder woorden,
woorden zonder klank,
Eva maakt appelmoes
en Adam slurpt.
Nadere kennis ontbreekt nog.
"Ik ben om je heen", zingt ze.
Ik benoem haar,
spreek haar uit,
zij die me evenaarde.
Ze reageert op haar naam.
Zij wordt, zij is, eindelijk.

donderdag 7 juni 2018

Morgen beter


Morgen beter


Zij springt me tegemoet,
maar komt niet nader
dan de ketting reikt.
De rivier stopt
net voor zee, elke dag.

"En u bent?"
vraagt ze terecht en bijziend.
"Soms", antwoord ik.

Soms antwoord ik
in etappes,
en benut ik pauzes
om haar handenspan
in het mijne te bedaren,
bewaren,
zolang het duurt,

tot ze weer verwaait,
een blad papier
nog voor ik
de woorden lezen kan.

De zee wacht.
Nu weet ik nog niet
wie ik ben,
en wanneer.

dinsdag 5 juni 2018

De zoeker


De zoeker


Ontsnapt ben ik niet.
Ook vlucht ik niet,
er was geen aanval.
Angst, jaag me niet op,
maar vergezel me,
hou me recht
op dit kronkelpad,
volgend wat ik zie.

Dit is niet dansen,
deze schijnbewegingen,
dit is ontwijken,
ontduiken
en geen toeval.
Ik achtervolg,
zoek de zoekers
die mij voorgingen,
daar in de verte
achter die heuvels.
Verse sporen
houden me gaande.

Hier en nu ben ik
omdat ik niet
daar en toen kon zijn.
Geen bijval, laat maar,
Ik ben een schakel
in de eindeloze keten
van zoeken, verlangen en jagen
die wij zijn.

zaterdag 2 juni 2018

Centraal station


Centraal station


Neem aan,
dat ik volstrekt zinloos als altijd
uw centraal station binnenslenter.
Ik verdwaal niet verder dan normaal,
volg alle aanwijzingen.

Wat gaat er verkeerd?
De dag dendert binnen als blinde paarden;
bloed spat tegen de tegelwanden omhoog;
verstikkende mist onttrekt alle adem
aan toeschouwers en passagiers,

maar er gebeurt niets,
treinen komen & gaan argeloos.

vrijdag 1 juni 2018

Daar is het hart


Daar is het hart


Een zakelijk gesprek,
schaatsen op smeltwater.
Na onderhandelingen
met liftdeuren
herrezen, genadeloos
omdat het nu eenmaal
moest gebeuren.
Geven en nemen.
Sta op, sta af.

Emigratie
van de ziel
van nul naar oneindig.
Er is geen beginnen aan,
deze dag.
We volgen,
gebiologeerd, gedrogeerd
door succes en aandacht,
kortstondig als een krant,
en gedoseerd
in leasebakken, sarcofagen,
doelloze rondwegen
op en af.

Eerst koffie
en daar is het dan, het hart
in het ontroerend cappuccinoschuim.
Ontsnappen alleen
voorwaarts denkbaar.
Sluit op, sluit af.