maandag 18 juni 2018

Het volgende


Het volgende


Aan wat me volgt:
laat me los,
laat me gaan.
Scherven onthouden
hoe het paste,
hoe het vorm vond, spiegelde
en ons omvatte.
Hoe hard ik ook rende,
mijn schaduw volgde.
Waar ik ook keek,
zij was daar,
ik zag haar.

In een wijkend ogenblik
besliste zij
dat ik niemand was
en verdween ik
in het strijdgewoel.
Zij werd ongrijpbaar,
ik vond haar niet
voor herhaling vatbaar,
onaantastbaar.

Ik zie
wat op mij lijkt
in etalages passeren,
zonder haar,
en verhullen
wat ik altijd bedoel:
nog lang niet levensmoe
maar vergeten hoe,
en nooit pasklaar.

vrijdag 15 juni 2018

Een gedicht is een pakje

Een gedicht is een pakje


Een afgegeven pakje
voor de buren
wacht af op tafel.
Het adres klopt.

Na het stofzuigen
staat het ineens
op de andere hoek.

Iets in de doos krabt,
schuifelt, beweegt.

Ik moet het doden
voor het mij doodt.

donderdag 14 juni 2018

Ontkroning

Ontkroning


Zeker
heeft zij me beschadigd,
maar je zou
haar eens moeten zien.

Een rat in de klem,
zij keek naar mij
met dovende ogen
en ik wist niet
wat zij zag.

Pijn is het antwoord
als je het wilt horen
en weten
Pijn keert je terug
naar de haat,
de nooit lege
jeneverfles.

De tijdloos geduldige dood
vervaagt alles
tot herinneringen,
onnodig als kleding.
Pijn groeit
als een moedervlek.

Geen paniek,
begrip volgt later.
De ontkroning
zodra ik stop
met schrijven.

woensdag 13 juni 2018

Droomstad

Droomstad


Ik keerde terug
om de droomstad te ontdekken.
Niets bleef zoals het was,
dat wil zeggen,
er lag een ander licht over,
dat wil zeggen,
er was niets nieuws.

Dit bleek onverdraaglijk.

dinsdag 12 juni 2018

Een veld van sterren


Een veld van sterren


( Loop door...
Leeg, ontbeend, ontheemd, het hart
een gebroken steen, dor en star,
met knapzak en fles water,
mijn zweet doopt rotsen en kasseien,
de Sint Jacobsroute naar Santiago.
Zon en pad ontwijken mij,
ik ledig de kelk in schaduw en licht,
verwarring en twijfel.

Onteigening, slechting
van muren verwacht en zoek ik.
Ik verleg grenzen,
( Loop door loop altijd door...
zoek onthechting tot alles in mij
alles buiten mij vindt,
onbeschreven, onbegonnen kind.

Een doorbraak, bedevaart,
met het gewicht van plicht.
Afgeleid, uit onverlicht
stoffig peinzen weggelokt door
net zichtbare reeën, schichtig
in het kreupelhout
nabij over heuvelvlaktes,
gevolgd door maan en sterren,
langs open herbergen en schuren.
Wat maakt einddoel
tot startpunt
voor de rest van het leven,
de bestemming tot aftrap,
de dood tot hergeboorte.

Steunend op mijn staf,
de steen van thuis op zak
onderging deze lastdrager
de pijniging van reiniging
en verwondering,
stap voor stap, tot het verleden
stopte met rondzingen
en de warboel van relikwieën
in kramen en stalletjes
achter zelfbedachte horizonten onderging.
Ik sleet sandalen en pleisters,
bleef alleen tot gezelschap
niet te ontkennen viel,
het zwaard mij vond en tot leven bracht.
De steen en ik scheidden wegen
bij het Cruz de Ferro.

( Loop door loop altijd door...
Op mij lijkende en aan mij gelijke
reizigers mijn gezelschap, naast
en de laatste uren in mij,
waar wij als beken samenstromen
in een rivier van hoop,
sint-jakobsschelpen, palmtakken
en oplichtende smartphones, biddend
dat de tocht niet zal eindigen
tussen de beenderen op de Libredón,
dit grafveld van sterren.
Volgden wij de paden of de paden ons?
Mijn zelf laat ik achter
waar ik herbegin.
) ) )

zaterdag 9 juni 2018

Ik ben om je heen


Ik ben om je heen


Eva, net voordat Adam toehapt:
die glimlach siert haar.
"Ik ben de ochtend,
ontwaak", zingt ze,
en terwijl ik mijn harnas uittrek
en mezelf plaats op de aarde
tussen haar meubels en planten
word ik, ben ik, eindelijk.

Een dak boven me,
een vloer onder me,
muren om me heen,
en haar glimlach de enige
versiering van waarde.
Adam vangt woorden,
verzint en vindt namen.

Lied zonder woorden,
woorden zonder klank,
Eva maakt appelmoes
en Adam slurpt.
Nadere kennis ontbreekt nog.
"Ik ben om je heen", zingt ze.
Ik benoem haar,
spreek haar uit,
zij die me evenaarde.
Ze reageert op haar naam.
Zij wordt, zij is, eindelijk.

donderdag 7 juni 2018

Morgen beter


Morgen beter


Zij springt me tegemoet,
maar komt niet nader
dan de ketting reikt.
De rivier stopt
net voor zee, elke dag.

"En u bent?"
vraagt ze terecht en bijziend.
"Soms", antwoord ik.

Soms antwoord ik
in etappes,
en benut ik pauzes
om haar handenspan
in het mijne te bedaren,
bewaren,
zolang het duurt,

tot ze weer verwaait,
een blad papier
nog voor ik
de woorden lezen kan.

De zee wacht.
Nu weet ik nog niet
wie ik ben,
en wanneer.

dinsdag 5 juni 2018

De zoeker


De zoeker


Ontsnapt ben ik niet.
Ook vlucht ik niet,
er was geen aanval.
Angst, jaag me niet op,
maar vergezel me,
hou me recht
op dit kronkelpad,
volgend wat ik zie.

Dit is niet dansen,
deze schijnbewegingen,
dit is ontwijken,
ontduiken
en geen toeval.
Ik achtervolg,
zoek de zoekers
die mij voorgingen,
daar in de verte
achter die heuvels.
Verse sporen
houden me gaande.

Hier en nu ben ik
omdat ik niet
daar en toen kon zijn.
Geen bijval, laat maar,
Ik ben een schakel
in de eindeloze keten
van zoeken, verlangen en jagen
die wij zijn.

zaterdag 2 juni 2018

Centraal station


Centraal station


Neem aan,
dat ik volstrekt zinloos als altijd
uw centraal station binnenslenter.
Ik verdwaal niet verder dan normaal,
volg alle aanwijzingen.

Wat gaat er verkeerd?
De dag dendert binnen als blinde paarden;
bloed spat tegen de tegelwanden omhoog;
verstikkende mist onttrekt alle adem
aan toeschouwers en passagiers,

maar er gebeurt niets,
treinen komen & gaan argeloos.

vrijdag 1 juni 2018

Daar is het hart


Daar is het hart


Een zakelijk gesprek,
schaatsen op smeltwater.
Na onderhandelingen
met liftdeuren
herrezen, genadeloos
omdat het nu eenmaal
moest gebeuren.
Geven en nemen.
Sta op, sta af.

Emigratie
van de ziel
van nul naar oneindig.
Er is geen beginnen aan,
deze dag.
We volgen,
gebiologeerd, gedrogeerd
door succes en aandacht,
kortstondig als een krant,
en gedoseerd
in leasebakken, sarcofagen,
doelloze rondwegen
op en af.

Eerst koffie
en daar is het dan, het hart
in het ontroerend cappuccinoschuim.
Ontsnappen alleen
voorwaarts denkbaar.
Sluit op, sluit af.

maandag 28 mei 2018

Nachtreis

Nachtreis


De storm joeg golven
voor zich uit,
vleide zich neer
tegen de avond
in een afgematte zee
en vlakte af.

De fles bleek leeg,
ook na
herhaaldelijk schudden.
Het glas behield
doorzichtigheid
en de geur van dagwijn.

Ik borg mijn zweep op,
landde in een onbekend bed
en liet het hotel
verder het werk doen
tot wellicht de volgende ochtend.

Honden hielden elkaar op afstand.
Muren bleven gesloten,
tuinen sliepen.
Het was zo stil
dat ik het niets kon horen.
De reis begon.

donderdag 24 mei 2018

Vooruitgang

Vooruitgang


Geen openbaring.
Gebroken beloftes genezen
zonder nalatenschap.
Je went eraan.

Er zitten woorden
in mijn hoofd
die ik nog niet
durf aan te raken.
De wond van de dood
heeft gebloed,
bloedt niet meer.
De korst jeukt.

Toen ik nog niet wist
dat ik gelukkig was
kwam ik door verlegenheid
nooit in gelegenheid
tot genegenheid.
Wat ik vroeger zocht
in een kroegentocht
haalde mij in.

Haar schip
wachtte in de baai
en zij pakte haar koffers.
Meeuwen overschreeuwden
wat ik ook riep.
De horizon sneed
haar uit mij weg.

Ongenadig.
Ik bekende nooit wroeging
over hoe het er aan toe ging
en bouwde uit het ongerijmde
deze woorden op een plaats
waar nog niets was.
Ik ga vooruit.

dinsdag 22 mei 2018

De muren in zijn hoofd


De muren in zijn hoofd


Hij volgt hem
haast ademloos
door de oude haven.
Zijn gids is jong
en snel.

Hij loopt
waar hij vermoedt
dat de gids liep.
Is dat de echo
van die stem,
een kind nog,
daar op dat plein,
in dat restaurant,
of kwam het geluid
uit de nacht binnen.

Een resonantie
in zonlicht.
Een herinnering
die bleef haken
in het vangnet
van zintuigen
en geest.

Stadslicht groeit
zienderogen
en verblindt alles.
Hij blijft dwalen
en verbindt alles,
stopt het zoeken
en vindt alles.

De lokdichter


De lokdichter


Het kind
loopt met gesloten ogen
naar school
en leert hoe het voelt,
blindheid.

Een kauw trippelt
de keuken binnen
en jat een kattenbrok,
proletarisch.

De politicus, voor wie regeren
negeren is,
keert de ogen inwaarts
tijdens het interview,
zweeft omhoog,
en weg.

De tulp laat alle bladeren
tegelijk vallen
op één na.
Dat valt wat later,
defaitistisch.

Terwijl de vlieg worstelt
in het web
onthoudt de spin
zich van commentaar.

Mijn gedachten
groeien vingers en ogen.
Ik schrijf.

maandag 21 mei 2018

De omlegging


De omlegging


Van waar het begint
opwaarts langs
tenen, hak, hiel,
enkel, kuit, scheen,
de glooiing
van knie naar dij,
tot waar ik aanneem
dat het eindigt,
waar ooit ik begon,

in omleiding
langs nauwe legging,
van de grond af
een streling, klautering,
mijn vingers volgen
kousen, elke welving,
zwelling, plooiing
tot meer verwachting
en ontzegging,

een golvende huid,
bekleding, bedekking
met valleien, heuvels
en het nooit vertrouwde,
onzekere pad opwaarts
naar voltooiing, loutering,
waar van alles de bron
huist, wacht, opent,
verwelkomt.

vrijdag 18 mei 2018

Met je stem


Met je stem


Je ex met krantenkoppen
in zijn woorden
zei me wat te doen
als je langs zou komen,
maar het is al laat
en ik wacht niet langer.
Je zweeg en bleef zwijgen.

Ik begin te vermoeden
dat ie dronken was.
Ik zag nooit eerder iemand
die zo veel leugens wist
en zulke camouflage droeg,
maar ik ben vreemd hier,
in deze thuisloze stad
kan het best normaal zijn.

Als je me zoekt,
ik slaap tegen de muur
van de veilinghallen
onder een groene slaapzak.
Als je me niet zoekt

ook, en je kunt me wekken
met je stem.

woensdag 16 mei 2018

Barensnood

Barensnood

Mijn tuin ontvangt.
Er groeit een appelaar
in mijn rechteroor
vanuit de pit in mijn keel,
gevoed uit het hart,
uit de moeder die zich eenmalig
voor mij opende en sloot.

Een worp woorden ontkiemt,
lotus in lotus,
alles van alles,
niets van niets,
midden in het midden,
kind in kind.

Ik loop op mijn handen
en roteer de globe.
Ook ik ben de vernietiger
die de wereld verdelgt
en niets anders wil dan
vernietiging en hergeboorte.

Al deze krijgers en vaders,
overdadig bewapend,
hier ten strijde verzameld,
zullen hun dood niet ontkomen,
gebukt in het juk van drie-eenheid
macht, liefde en kennis.

Een berg draait zich om
in mijn diepe slaap,
in de rups woelt een vlinder.
Mijn blik omspant de Melkweg,
en dan opent het ik in mij
het te grote licht met ogen dicht.

Niets zie ik
en niets ziet mij,
spiegels in spiegels, voorbij
hunkering en begeerte, uitdijend
en eindigend in singulariteiten.

Er groeit een volgende
uit het vorige in mij,
appel uit appel.
Niets beteken ik
voor dagschuwe kerngeleerden
en godvrezende volgelingen.
Hun schaduwen leiden af, hier
waar ik me vruchtdragend handhaaf
in aanhoudende barensnood.

Het hart van de heelal
huist in dit Boeddhabeeld,
overgroeid onder alomvattende
appelbloesem en mos.
Het gesternte wentelt zich
om mijn as. Ik ben weer thuis.
De teruggevonden bagage
woog niets bij aankomst.

maandag 14 mei 2018

De bushalte

De bushalte


We namen afscheid
in een spiegelhuis.
Alles was al gezegd
en bleef weerkaatsen.
Je naam bleef achter,
stof over waar ik leef.

De koers van de kudde
wordt niet in het midden
bepaald. Wolven houden
haar in beweging.

Niemand droeg schuld
en niemand had redenen,
maar soms
is louter afstand voldoende
om elkaar niet meer te kunnen
waarnemen.

Nu staan mijn woorden
bijeen als forensen
bij een bushalte.
Ze kijken me aan,
passagier die niet meeging.

Als ik dat wil
noem ik zelfs de wind
onbeweeglijk.

zaterdag 12 mei 2018

Alpha Centauri


Alpha Centauri


Snel kwaadaardig,
vaardig in het vervaardigen
van rookgordijnen,
handen voor ogen zien,
verdekt parkeren, maskeren.
De persconferentie sliep.
Hij moest zo nodig komisch zijn.
Ik wil het niet eens begrijpen
of vergeten.

U leerde dat het tijd kost
eer je Alpha Centauri naast de
maansikkel ziet,
maar let op bushaltes en
blinden met taststokken,
dan leer je wat wachten is.
Wachten kunnen we goed.
Kennis verdringt het weten.

Ze schrikken betrapt op
achter het reclamebord,
en strijken haren en kleren glad.
Hij moest zo nodig belangrijk zijn.
Als hij zich onverwacht omdraaide
streken ze gezichten glad.
Dat heeft alles met armoe te maken.
Ze koesteren wraak en wrokken,
verbeten.

dinsdag 8 mei 2018

Vlinderziel

Vlinderziel


Er huist in mij
een mateloos verzet.
Volslagen verrassingen
als dagelijks brood.
Toenemend eb en vloed.
Wat een woede, verzet.

Zij fladdert, de psyche,
niet de vlucht,
het is geen ontsnapping.

Nieuwe woorden, verzonnen
waar ik bijsta:
"Actrice l'actrice lacterend..."
Het lijkt een vlucht.
Waarom
beginnen al mijn ant-
woorden met ontkenningen?

Dat is niet zo.
Haar onvolgroeide bloem
boog door
onder het gewicht
van haar ziel,
knakte en brak
toen zij opvloog.

Te kort hier.
Op het huisaltaar
flakkert een vlam.
In mijn psyche
licht een herinnering op.

Er huist in mij
een tomeloos verzet.
herinneringen vlammen op en doven.
'Huist' is niet
het juiste woord.

zondag 6 mei 2018

Voorgoed genezen

Voorgoed genezen


Ik volg de Jakobsroute
naar de grot van Massabielle
bij Lourdes. Een budgetreis,
met 'Lonely Planet' gids
en 'Lourdes for Dummies'
in de reistas, plus 4 GB muziek.

Onderweg klauter ik langs
honderdduizenden voetstappen,
geknakte takken van struiken,
druppels bloed, karrensporen
en verloren kersenbloesem.
Gedaanten en gedachten
bespringen me als insecten,
vatbare prooi die ik ben,
narcistische freak.

Na veertig uur reizen
lost de gelouterde wil op,
stopt het denken en geloof ik,
kan ik desnoods vereren,
trance en extase ervaren
in zinderende rotswanden
en beweeglijke bomen.
Ik smacht naar bergwater,
lessende verlossing
uit zelfklevende mystiek.

Ik verwacht wonderen
van Bernadettes bron
waar ik wacht en wacht en wacht
in wierook- en kaarsengeur,
gebedsintenties en processies
langs bloemdevotie, ex-voto's,
krukken, stokken,
en gipsen wijgeschenken
van genezen lichaamsdelen.
Ik steek over in een openbare oven
van hete tegels op het plein,
messen van zonlicht
door het bladerdak
vlak voor de basiliek.

Fluorescerende Mariaflacons
en sprekende Jezuspoppen,
exclusief batterijen,
verende wandelstokken
3D medaillons en ringen,
bedrukte veldflessen
met 'I♥Maria' omringen
dicht opeengepakte kuddes
pelgrims en toeristen.
Veeltalig gezang
en alzijdige stank
in industriële hectiek.

Kreupelen, invaliden,
gehandicapten, onvolledigen,
ontspoorden, afgedwaalden,
hulpbehoeftigen, patiënten,
hopelozen en losers
zingen, bidden, hopen.
Overal kom ik mezelf tegen.
Wat was mijn klacht,
mijn kwaal ook weer,
waardoor was ik ziek?

Voorgoed genezen
van zelfmedelijden,
zonder externe farma
terug bij mijn dharma,
tel ik mijn karma
in de shoarma
bij een halve liter blikbier.
Ik bestel extra saus en patat
en ben niet meer uniek.

De cyclopen


De cyclopen


Cyclopen volgen me
vanuit de huiskamers
van hun slachtoffers.

Ik ren van dag tot dag
om de leegte te ontlopen.
Niemand ontvlucht sterren
en ik lees de toekomst.
De aarde draait, ik sta stil.
Geboorte blijft ongewild
en onherroepelijk.

Dat neemt niet weg
dat ik hun ogen voel
in de rug,
hun afstandbediening
in de vingers,
en zelfs woorden
schenken geen rust.

De cyclopen wisselen
kleuren als kameleons,
knipperen niet eens
en liegen verder.
Niemand ontduikt
de volgende maan.

Ik ben kwetsbaar
en zeker gebrekkig
maar ik ben leeg, leer snel
en vergeet nooit.

woensdag 2 mei 2018

Sfeervol

Sfeervol


Een bewolkte hemel.
Wat kunnen we hier aan doen?
De ontvolking wast
tot buiten alle grenzen van dit dorp.
Blijf bij dit thema.

De blijvers vergaderen hardnekkig.
Af en toe valt welsprekend zwijgen
als regen
tussen hun droge gesprekken.

's Nachts daalt de temperatuur
tot beneden de pijngrens.
Na elke bijeenkomst
alleen herkenning.

Alles blijft functioneren, een perfect decor.
Doelloosheid blijkt voortdurend sterker.
Angstig nauwgezet onderhouden grasperken,
schoongeschrobde trottoirs,
streeploos gezeemd glas
achter gesloten gordijnen
besluit een
sfeervol bewolkte hemel.

donderdag 26 april 2018

Armslag

Armslag


Hier sta ik,
heiden op de heide
met een mond vol bloemen,
kiezels, aarde.
Wat ik zie
keer zich naar mij,
armlastig van geest
en niet te bereiken.

Strofen als
aangereden valwild
op een landweg.
Rampzalig
kijk ik weg,
mijn levenswil
gaat over lijken,

neemt een aanloop,
negeert aandachtig berm
en grijpend gras,
wil en gaat opstijgen.
Ja, even nog, ja!
Los.

Ik heb het nakijken.

dinsdag 24 april 2018

Sporen zoeken

Sporen zoeken


"Lauw. Heel lauw! Koud!
Niet die hersens. De warmte
wortelt dieper, verder weg."
Ze giechelde. "Niet voor niets
al die ribben, bewakers van het hart,
waar de liefde ontspringt, opwelt, ontsnapt.
Zucht eens diep!"

Haar vingers dartelden
na een maand verkering, niet langer,
een ree over heuvels en valleien
van mijn lijf, kietelden,
zochten, vonden, hoorden dan
de hartenklop, dat najaar.

Sporen zoekt iedereen,
jagers, herders en landbouwers.
Stiksel in haar zakdoek,
uit dat eerste seizoen samen,
in een plakboek. Tatoeages
op het geheugen smeulen, leven nog,

en dit zal ik nalaten, as in de urn:
nog elke nacht de reuk van
lichaam, parfum, zweet, regenwater
op haar wollen jas. Ik moet verder,
me redden met een spoor dat verregent,
verwaait, vervliegt, en
over dit papier liep.

zondag 22 april 2018

Pauze

Pauze


In de carport
staat de hatchback
afgetankt gereed.

In de koelkast
ligt kipfilet en prei
te wachten.

Het dagblad
heeft nog pagina's
ongelezen nieuws.

Haar handen
rusten op tafel.
Elk moment, nu,
opent een gebaar
het volgende
uit het vorige.

woensdag 18 april 2018

Het potlood


Het potlood


Een volbloed potlood
voltooit een kuur
in een heksenkring,
de voltige volleerd
en onvoldoende.
Het leert nooit,
dat dier in mij.

Een verbond
van tuig
in deze natie
waarin ik
in tijd beperkt
rusteloos huis
en ongewenst.

Een gedwongen verblijf,
de detentie draaglijk,
de diepgang
die van een blad papier.

Een kongsi
van criminelen
omringt de piste,
de boksring,
welvarend.
Hun applaus begrenst.

Onvolledig, onvolkomen,
een vondeling
korter van stof.
Het blijft tekenen
en woorden verzamelen,
dat kind in mij.

maandag 16 april 2018

Thuisloos

Thuisloos


Ik verlaat het huis
zonder deur of raam
te gebruiken.

Wat is het voor zintuig
dat herinneringen
laat opwellen
waarheen ik ook reis.
Hoe kan ik het dimmen,
uitzetten, afsluiten.

Een visnet overvalt,
beperkt, omklemt.
De melkweg tolt,
mijn huis staat stil,
er beweegt niets meer.
Later vanavond
hervindt leven wat smolt.

Een karavaan
vertrekt
in willekeur
en ik haak aan,
reis mee
in de laadruimte.

dinsdag 10 april 2018

De steen

De steen


Hij herenigde
broekriem met pantalon,
pantalon met benen,
en schoenen
met de voeten
die hem droegen.

Zijn mond
vormde het gebaar
voor 'glimlach',
zijn ogen niet.

Hij wachtte beneden
op zijn vrouw.
Dat was nog alles
wat hij deed,
wachten.

Staar op hem neer
beregende standbeelden
en blijf zwijgen,
onwetend.
Uw blik stenigt me,
mogelijke zoutpilaar,
rots in wording.

Erkenning onbereikbaar,
herkenning al voldoende.
Kom tranen, breek
deze steen
in zijn hart.

vrijdag 6 april 2018

Soms onderweg

Soms onderweg


zie ik haar
door de voorruit,
hoe ze lachte aan de bar,
haar stem
en glimlach naast me,
al keek ik niet.
Opletten.
Aanschuiven op de E19
bij Brecht
richting Antwerpen Noord.

Soms onderweg,
ook overdag,
die bloedende wond.
Haar lach, aflach, aflag, afslag rechts, oké.
Haar arm op de mijne
in de kroeg
elke donderdagavond,
onderweg in me,
nog steeds.

Op de A12 bij Ekeren
alweer file.
Zouden al die chauffeurs
hetzelfde zien
en de stremming veroorzaken?
Zonnebloemen
in de schaduw,
tot aan hun bestemming.

donderdag 5 april 2018

Velen met mij


Velen met mij


De cafés staan weer
waar we ze achterlieten
vannacht,
en nog steeds
hoor ik geluiden.
Nog steeds ook
verandert de horizon
in toenemend tempo,

en velen
luisteren en kijken nu
met mij.

woensdag 4 april 2018

Het landschap dat ik werd


Het landschap dat ik werd


Rivieren ronden singels af, tekenen
omgeving en omtrek van het ommuurde
Breda in cirkels. Loze afwering tegen vijanden
die later al binnen bleken.

Paarden laten zich dresseren en draven
over straten en stegen. Weekmarkten
en stadsparken hullen zich in hun dampen,
geuren en hoevegekletter.

Beslagen wielen van het geschut ratelen
en wiebelen over kasseien, trams en rijtuigen
doorkruisen de vesting in vier windrichtingen,
vullen verlangens en wekken hoop.

Het werd nooit een eiland. Kazernes
en fabrieken kwamen en gingen, de buitenwereld
won, overweldigde bevolking en toekomst,
was welkom binnen kasteelmuren en stadswallen.

Mijn vingers traceren rivieren
over een landkaart met purperen heide
en meanderende Mark, Aa of Weerijs,
en die streling verzacht wonden
tot het landschap dat ik werd.

Geef alles namen


Geef alles namen


O kom
laten we
ons verzamelen
hier in de dag
en elkaar
namen geven.

Een uitgestoken hand
als houvast
in de schaduw
van vriendschap
als de zon
van eenzaamheid
alles brandt
tot pijn.

Ik sta hier
in mijn kamers
en het open venster
kijkt me aan.

Ik wou
dat jij
nu bij me was
waar dan ook
en mijn ogen sloot.

O kom
hier in de schaduw
in elkaar
en geef alles
nieuwe namen.

zondag 1 april 2018

Draak in rust

Draak in rust


Is het einde inzicht
of blijvende verbazing?
Ik klauwde naar verlossing
en vond de draak in mij.

Ik werd de draak,
overwonnen.
Contactloos,
vrijwillig afzien.
Wat ik ook zeg,
ik blijk onbeperkt
en tegelijk eindig.

Niets kon minder,
maar het viel van me af,
de komende dagen.
Die gingen bleven,
lege
gaten in mijn schubben,
veren, huid.
Alomtegenwoordige
afwezigheid.

Een rusteloos tasten
van zintuigen,
zenuweinden en hersencellen
naar vertaling.
Geen vermoeiing maar vermoeden.

De draak gloeit, smeult na,
hijgt met slechte adem,
wakkert het vuur aan,
net genoeg.
Ik ga vlammen.

zaterdag 31 maart 2018

Deel van mezelf

Deel van mezelf


Ik zie iedereen
als deel van mezelf,
herkenbaar in angst
en verbazing.

Mijn verleden
leunt op mijn schouders.
Een dronken kameraad
na een verkeerd feest,
hij links op het pad,
ik rechts, of andersom.
Gemiddeld volgen wij
elkaar.

Zijn zwangere adem
stormt in mijn oren
terwijl de nacht
langs ons heen valt.
Dat deel van mezelf
herken ik in iedereen.

Wij vallen samen
richting voordeur.
"We zijn
nog lang niet
thuis, vriend."

donderdag 29 maart 2018

Waarneming

Waarneming


Wat direct opvalt
aan deze waarneming
is het ontbreken
van leven.

Ik zie
gebouwen, voertuigen,
een wijkende hemel
weerspiegeld in overdadig glas,
maar elke beweging
blijft achterwege,
elk geluid stolt.
Ik beman mijn barkruk
en wacht op haar
voltooiing.

Ik ben een trage danser.
Elke nieuwe houding
vernietigt gisteren
en voorspelt morgen.

Zij komt alleen naar beneden
in een moment van rust.
Mijn bladeren openen zich
en ik vertak.
Nadere gegevens onduidelijk.

woensdag 28 maart 2018

Zo nadert de oorlog


Zo nadert de oorlog


Achter de afrastering
herkauwt stemvee
in kniehoge mest.
Wij willen niet sterven,
al omringen vlammen
het huis waarin wij wachten.

Zo naderen woorden
tot waar wij zwijgen,
slijtende standbeelden.
Zo stormen wolken
en kolken rivieren,
zo nadert de oorlog.

Mijn paspoort toont
wie ik was,
onbeschreven portret.
In wat ik verzwijg
woedt het vuur.

Bruggen verbonden oevers
zodat wij konden passeren.
Daken overspanden muren
zodat wij konden schuilen.
De zon ging onder
zodat slaap ons verenigde.

Buiten doorzoekt een storm
het graan
en huilen wolven
elkaar bijeen.

maandag 26 maart 2018

De wens


De wens


Als tijd
wordt ervaren
als snelheid
staat deze ochtend stil,
gestremd in licht
en herinneringen.

Als de ochtend
niet meer is
dan een wens,
is slapen afwachten,
en ontwaken verbazing
over het blijven
van die wens.

In de handen
onzeker omklemd
de loodzware beker
van de dag.
Ik open de ogen
en drink
tot de bodem

dat de wens
nooit mag wijken.

donderdag 22 maart 2018

Mijn tijd


Mijn tijd


Dit is een leesteken.
Het gedicht begint
nu.
Ik sloot alle deuren
tot ik weer kon ademhalen.
"Mijn tijd komt nog",
besloot ik.

Ik haalde adem
en luisterde
tot ik niets meer hoorde.
Met zachte dwang
kwam zij in beeld
tot ik niets anders zag.

Tot mijn stem brak
en ik wist waarom,
zag ik mijn tijd komen
en gaan.

Ik zal gaan,
snel, weerloos,
ongewapend.
verdwaalde pelgrim.
"Gelukkig
heb ik de woorden nog",
besluit ik.

maandag 19 maart 2018

Uit de bossen


Uit de bossen


Uit de bossen kwam ik,
verbaasd,
deze stad binnen,
beschramd, gehaast,
veel te vroeg.

Niemand verwachtte mij,
ik verwachtte iedereen.

Het plaveisel kwetste mijn voeten,
de muren scheurden mijn vingers,
het licht 's nachts doofde mijn ogen.

De bossen vond ik nooit terug.

vrijdag 16 maart 2018

Het overzicht

Het overzicht


De volgende tekst
kan worden gezongen
op de wijs van de naderende orkaan.
Hou je niet in. We kunnen iedereen
negeren en brengen zo alle
komende ochtenden tot staan.

Nu komt aan alle huizen een einde.
We kunnen onze beginselen verkwanselen,
makkelijk, in gewetenloze nevels.
We kunnen niemand erkennen
als gelijkwaardig, verschanst
achter scheurende gevels.

Het vlees van de boomgaard bloedt open
en rijpe vruchten strelen mijn voeten
zodra ik mijn abonnement opzeg.
Je ziet alleen wat getoond wordt.
Waarheden aarzelen als een everzwijn
en haar biggen aan de rand van de bosweg.

Het overhemd kende ooit een groter
inhoud, het colbert glijdt op de grond,
de avond valt, de weduwe breekt
en de hond slaat aan. Niets helpt.
Controleer de bandspanning, hou overzicht
en wacht af tot het beest oversteekt.

Voorkennis

Voorkennis


Ik leg een oor
tegen een muur
en hoor mijn hart kloppen,
alsof het naar buiten wil.

De wind probeert het,
maar dringt niet
tot me door.

Rioolbuizen,
watertoevoer,
glasvezels
en aardgasleidingen
doorkruisen de bodem
waarop ik het einde verwacht,
maar daar zijn vloeren voor,

hier waar ik leef
zonder voorkennis.

dinsdag 13 maart 2018

Glinstering

Glinstering


Zijn herten, het grind
op de oprijlaan, mijn kinderen,
daar draait het om.
De bomenrij langs het graspark
en glinsterend glanswerk
in zijn fontein, oké.

Hier in zijn woning
alles elektronisch, zelfs de stoelen.
Voelhoorns en camera's tasten langs
de muren van de kamer die altijd
net behangen is,
modern fris als de gevangenis
die het is.
Opgenomen conversatie
wordt afgespeeld, meer niet.

Nog slechts de alledaagse beginselen
aanwezig, deze schijnzomer.
Net als haar jurken, de buurtsuper,
mijn goede bedoelingen.
De kinderen stal zij mee, naar hem.
Op vakantie van mij, zegt ze, en
daar toost ik op.

De tv naast de rozenvaas fluistert
vingervlugge reclames,
illusies, handenspel.
Ik blijf inschenken,
schud ijsblokjes rond
en drink tegengif tot de bodem.

Oké,
hij is de baas, is het niet zo?

zaterdag 10 maart 2018

Belangstelling genoeg


Belangstelling genoeg


Maak me.
Lach als het beslist minimale
het uiterst maximale
uit de wolken valt
in de automatiek ginder
tussen het vet.
Dat heet hier cultuur.

Ego-Legokubusflats buigen
naar de zon om nog licht
te vangen.
Bushaltes ook.
Spelende kinderen, hun geluid klatert,
klautert tegen beton omhoog en valt
op groenstroken, glas en staal.
Dat heet hier design,
een maakbaar ontwerp.
Maak me, maak me.

Ja, het is ontzettend interessant meneer.
Ik amuseer me kostelijk, vorstelijk
werkelijk waar.
Educatief ook, die vergoeding.
Ik kon toch ook niet
weten dat verkoop niet op maandag valt,
(s)pion tussen coulissen.
"Geef eens een vijfje, Frits,
ja, dank je wel, ‘s goed zo."
Dat heet hier belangstelling.
Iemand nog een wethouder nodig?

Maak me, maak me,
raak me in de pijlers van mijn ik,
terwijl een grote boom valt
en mijn tante knipt, kadert.
Dat heet hier kunst,
zeg maar: art.

woensdag 7 maart 2018

Hoe het weggaat


Hoe het weggaat


En dan
vergeet ik
eerst de familienaam,
dan haar voornaam,
dan de naam
die ik haar gaf
's nachts.

Daarna
vergeet ik
haar glimlach,
haar mond, gezicht,
hals, schouder,
haar bestaan
ooit.

Het laatst
verdwijnt de vlinder,
haar vingers
die mijn arm aanraken,
de blik in haar ogen,
het lied dat ze zong,
mijn naam
op haar lippen.

En dan
verdwijn ik,
en dan

zondag 4 maart 2018

Oprichting

Oprichting


Te lang in de zeewind
van eenzaamheid.
Lege verwaaide takken wezen
landinwaarts.

Schepen verdwenen
achter de horizon,
zonder mij.

Ik richtte me op,
keerde me om,
en zag de storm
naderen.

Dat duurde
de rest van dat
gewortelde leven.

vrijdag 2 maart 2018

Na je vertrek

Na je vertrek


De hulpdiensten
begraven je kleren
en dansen onnadenkend
door bloemenkransen
en waxinelichtjes.

Ze missen je niet,
vergis je niet
in hun bewegingen.
Ze komen en gaan,
hun neiging tot reiniging
neigt naar waarheid.

Je gaf hen je naam
en nu spreken ze je uit
in de stadskrant
en je kunt niet veel meer doen
dan luisteren.

In datacenters
worden je gegevens
eindeloos gekopieerd
van server naar server
en bewaard, en niemand
zal je terugvinden.

Je graf wordt geruimd,
je oogst omgeploegd,
je lessen genegeerd.
Het zoeken en vinden stopt.
Een volgend slachtoffer
is al onderweg,
en vertrekt voorgoed.

woensdag 28 februari 2018

Goal / geen goal

Goal / geen goal


Zoek en vind
de beweging,
wind in de vleugels.
Hier vind en bevind ik mij,
in een slordige wachtrij.

Op de muur in stoepkrijt
een poging tot rechtspraak,
een rechthoek.
Daarbinnen geschreven 'GOAL',
daarbuiten 'GEEN GOAL'.

Herken
die bestemming,
dat plan,
hoe onvast ook.

De werkzoekenden
wachten bij het uitzendbureau
in T-shirt of krijtstreep
en mijden elkaars blik.
Elk van hen leest
de tekens aan de wand
en telt af.

dinsdag 27 februari 2018

Van binnen

Van binnen


Als het koud is buiten
mag de huiskat binnen
op bed slapen.
Bijna verlegen, beleefd,
zoekt hij zijn plek,
en snorrend houdt hij
mijn rug en hart warm.

Als de kogel komt,
komt hij van rechts
noch links,
maar van binnen.

Als ik 's ochtends
beneden kom, in de keuken,
wacht hij
naast zijn voederbak,
beschaafd, aanhankelijk,
volgzaam.
Hij hoorde het wekalarm
en geeft kopjes
aan alles wat beweegt
en hem omgeeft.

Als het einde komt
zal blijken dat het er
altijd al was,
diep van binnen.

Hij spitst de oren
en kijkt me aan.

Alles komt van binnen.

zondag 25 februari 2018

Gezocht einde


Gezocht einde


Verlossende verlichting
en ongeloof bij thuiskomst.
Teveel van het goede,
van alles eigenlijk.

Ik verwar mezelf
als sinds mijn geboorte
met mezelf,
een tijdrovende illusie.

En dan
past het uitgeknepen theebuiltje
in de lege eierschaal,
de halve sinaasappelschil
de afvalemmer
de keukenkast
dit huis,

dat ik tijdelijk
het mijne mag noemen.

En dan
past dit plan
in de stroming
van de rivier
waarin ik me staande hou
zolang het duurt.

vrijdag 23 februari 2018

Onder de vermisten


Onder de vermisten


Waar een wil is
is maar één weg,
waar er geen is ontelbare,
en wat niet leeft,
blijft, hier waar ik niet
anders ben, anders dan vermist.

De degeneraat.
Mijn ouders stierven
en kwamen daar niet van terug.
Ik pulk resten valwild
van de motorkap
in een samenloop
van onhandigheden.

Later op de avond
traditionele vrouwendressuur,
met onderbetaalde
tegenkandidaten
op een wereldvreemd scherm.

Datums vervallen.
Vat me samen, mijn lief,
in jouw lijf en leden,
tot mijn heden toekomst krijgt.
Wat niet wil,
wat niet deert.
Ik ga open.

maandag 19 februari 2018

God ziet mij


God ziet mij


Ik heb u overleefd,
ridicule jager,
uitgegroeide dwerg
in uw bruine corduroy broek
met keiler en jachttaferelen
aan wanden vol geweien en trofeeën,
achter uw onbegrepen boeken
en bebloede slagtanden,
ongerepte handen en holle hersens.

Spreuken overheersen,
verstoppen het denken.
'Die een ambacht heeft geleerd

verdient de kost waar hij verkeert'
Ja, dat zal best,
maar uw toegeknepen oogleden
verbergen de onmacht niet
over uw rijkdom en vrijheid.
Uw grijsharige balzak
en vuist met purperen eikel
bestoken onhoudbaar en stuurloos
mijn dozijnjarig kruis.
Uw verspilde zaad en mijn bloed
sijpelt over mijn onbehaarde benen
in mijn leren sandalen.
'God ziet mij'
en toch houdt niets u tegen.

Geestelijke minuscuul
in een volgroeid lichaam,
deze prooi heeft u overleefd.
U kunt altijd nog
in uw absurd geloof
de ogen sluiten.
Als ik ze sluit,
zie ik u.

donderdag 15 februari 2018

Het woord bij de daad


Het woord bij de daad


De opmaat telt af.
Kordaat
voegt het koor daad
bij woord.
Stapje links, stapje rechts,
in vol ornaat,
geen dans. Dat volstaat

terwijl de zaal vol staat
in een regen van tweets,
posts en stroperige herrie,
een derrie van nauwe beats,
op die fiets.

Grootspraak op formaat.
Obligaat wordt herhaald
en herhaald.
Het koor getuigt
en buigt buiten zinnen,
onhoorbaar.

Het leidt tot het niets
dat me
naar de uitgang zuigt
waar de poort
me doorlaat.

woensdag 14 februari 2018

Blindelings

Blindelings


Ik was blind
en zag de dagen passeren,
trager dan wolken en groter,
op het netvlies gegrift.
Hier in vaders dodencel
wacht een martelaar
op onthoofding,
verlossing,
bevrijding.

Dat is het geschenk:
door tralies het ooglicht,
het ontwaken,
zonsopgang
en ademhaling
waar welke dag telt,
in en uit. Ook de laatste dag
van bisschop Valentijn
in Claudius' gevangenis.
Hij schrijft:

'Er komt vaker
steeds meer minder,
en wat ik je gun
is nooit wat je krijgt,
maar soms meer en beter.
Open je mond, je hart:
honingboter
deze tijding.

Door deze gave, gift.
zullen al je dagen zijn
een samenzijn.
Negeer haat, venijn,
en dwaal verder,
op de tast vooruit.
Tot later.
Van je Valentijn',
en blijft.

http://www.heiligen.net/heiligen/02/14/02-14-0269-valentinus-rome.php

zaterdag 10 februari 2018

Ik wil niet sterven


Ik wil niet sterven


Ik wil de porseleinen sfeer
niet breken, maar zie de zon
over hoge gebouwen en diepe tuinen,
ze speelt haar regenboog
en ik wil niet sterven.

De duiven fladderen
van paal tot paal
en paarden galopperen
tot laat in de avond
maar het feest van de stilte
davert nog door
en ik wil niet sterven.

Muziek zingt
door de portalen
van de straten van de stad.
Ademloze carnavalsgangers
dweilen zingend (maar zachtjes,
heel zachtjes, stoor de nacht niet)
door breekbare straatverlichting
en ik wil niet sterven.

Op haar stoel bij het venster
bekijkt ze het landschap
dat aan de trein voorbij draait.
Kinderen hollen door het gangpad
en mensen kijken niet naar elkaar
en ik wil niet sterven.

De herinnering aan die tijd,
aan dat café in dat dorp,
aan de man met die accordeon,
zonlicht over kasseien verbrijzeld,
mensen vol om ons heen
en ik wil niet sterven.

Alles in me stierf jaren geleden
maar ik mis het pas nu,
nu de lente in de stad slaapt
en ik wil niet sterven.

Wat te zeggen,
wat te doen,
boven op het stadhuis ginds
loopt een schoonmaakster
tussen de beelden
door de zon.
Wat te vragen,
hoelang te wachten,
dagen en nachten
en ik wil niet sterven!

vrijdag 9 februari 2018

Heavy, Like a Child


Heavy, Like a Child


Oh you're heavy, like a child
like a pony no one tames
with your sunshine eyes so wild
I've heard all your silent names

Close your eyes, you're on your own
you can do it if you try
don't forget your good-luck stone
spread your wings and fly

There are strangers in your voice
and they're waiting for a word
there's no children for your toys
and your silence no one's heard

Close your eyes, you're on your own
you could do it if you'd try
you're afraid to be alone
did you ever wonder why?

And the cities made you cruel
I got wounded by your smile
my children may call me a fool
I'll stay with you for a while

But the cities made you cruel
yes, the cities made you cruel
they made you cruel
they made, they made you cruel
cruel!

(Music: Ruud Wortman & Jack van Liesdonck, lyrics: Hans Marynissen)
(Uit: 'Dawn Dancer - Flyte', vinyl, Don Quixote Records, Roosendaal 1979 -
vinyl, Don Quixote Records / Edison, Japan - cd, Musea, Rotonfey, France 1994 -
cd, Si-Wan Records, South Korea 1994 - vinyl, Belle Antique, Japan 2012)

donderdag 8 februari 2018

Geen rust


Geen rust


Na de derde
onvoltooide zelfdoding
hield louter apathie
en chemie hem in leven.
De zon kwam op en ging onder.
Verzorgers maakten zijn bed op
tot het verdween.

Want dokter,
niet alles wat je ziet bestaat,
zie maar:
de toekomst trok weg
uit zijn ogen.
Mannen in witte jassen
droegen zijn restanten
van kamer naar kamer.

Want bezuiniger,
niet alles in je ontwerp
en wetgeving bestaat.
Sommigen gaan niet weg.

Net na de bocht
slaagde zijn omarming
met ruim 130 km/u
van de Bugatti Veyron EB16.4
van de zorgbaas.
De wereld draaide door,
zonnen gingen onder,
bonussen werden betaald.

Op al zijn muren schreef hij
"Red me van alles
wat hier niet is."

maandag 5 februari 2018

Om te bewaren


Om te bewaren


Ik sluit m’n ogen
tot een blindwitte ochtend
met jou in de voorgrond lachend.
Ik sluit m’n ogen stijf
om jou te bewaren.

Alsof ik een bries was,
een warme vergissing
in een poging tot zomer
in het voorjaar,
alsof ik een bries was
om je heen
ademde je me in onopgemerkt.

Ik sluit m’n ogen,
m’n beide witte-ochtendogen dicht
om jou te bewaren.

zaterdag 3 februari 2018

Praat met me

Praat met me


Een woord
is een stap in de goede richting.
Een simpele hand
voor je verdrinkt,
een woord.
Praat met me

Een glimlach
helpt me meer dan je beseft.
Je ogen,
je schouders,
de branding van je haren,

maar praat met me.

(Uit: Naar morgen 14, Opwenteling, Eindhoven, 1974)

zaterdag 27 januari 2018

In de vitrine


In de vitrine


Strak verpakt,
kort samengevat,
een tuit toffees
in polkadot jurk
en stilettohoeven,
in het ijshart wacht
een dolk. Zij verrijkt hem.
Geen fee maar trofee
om te tooien.

Hij wint prijzen
en mediadekking,
zij doet er niet toe.

Botox siddert,
zwelt op, parfum verhult
een verdord lijf. Geringde
duif, ornamenteel franje,
exclusieve nestversiering
van een roofekster,
inclusief kinderen
in glazen kooien.

Hij heeft geld
en daarom vrienden,
zij doet er niet toe.

Maak met die kennis
geen stennis, negeer
het morrend voetvolk. Laat
niets je hart ontdooien.

Hij zal vaker thuiskomen,
herhaalt hij.
Het is niet
de hoogte die hij vreest,
noch het stijgen,
maar de diepte en de val.
Zij duikt weg
en ontwijkt hem.

woensdag 24 januari 2018

Hersenspel

Hersenspel


Wat je mij toont
zijn loopvleugels.
Daar heb je niets aan
als je moet vluchten.

De vlakte reikt
tot achter de horizon.
De gedeelde schutkleur
verhult de kudde,
en dan betekent afzondering
een zekere dood.

Je moet kunnen rennen
en opstijgen.
Alle andere bescherming
is hersenspel,
niet meer dan dat.

En dan
moet je weer landen.

dinsdag 23 januari 2018

Lieg tegen me


Lieg tegen me


Lieg tegen me
en ik kwispel en luister.
De dood schuilt
in de ordening
van de straatstenen,
lantaarnpalen,
voordeuren,
plattegronden.

Ik was hier eerder
en minstens zo alleen.
Ik zocht en vond niets,
zelfs het zoeken
bracht geen verdoving,
slaap, aflossing.

Vertel maar
wat je kwijt wilt.
Ik stapel het netjes op
zoals het binnenkomt.
Het gaat pas mis
als ik ga denken.
Mijn tong hangt droog
uit mijn bek.
Schenk nog eens in.

vrijdag 19 januari 2018

De verwarde man


De verwarde man


Nee, ik mis niets,
het journaal herhaalt.
Steen voor steen vallen muren weg
de helling af.
Ik sta alleen op de bergtop
die ik zelf optrok
uit tollende aarde.
Op het pad opwaarts
trof ik niet meer dan
het pad zelf.

Genade?
Nee, ik haal adem en wolken wijken
terwijl mijn ogen
wat komt ontsluiten.
Ik repeteer
leugen na leugen, meer niet,
woord voor woord.

De dagen tellen af
en alles wordt steeds meer minder.
Reisgenoten vallen
een voor een
weg.

Antwoorden
met ontelbare vragen.
Ik blijf onhoudbaar
voor wie me vindt.
Geen overgave:
ook mijn ik zal oplossen.

In de reportage
barst het slachtoffer
uit in tranen
nadat de nazorg
iedereen bedaarde.
Ik kan dit pad
verbreden en verbeteren,
maar het pad mij niet.
Na die eenwording
leven wij verder
alleen.

dinsdag 9 januari 2018

Ontspiegeling

Ontspiegeling


Eerst het geluid
van haar hakken,
haar lach volgde,
de welkome volheid,
overvloedig gulle gift van haar lijf.

Alles in haar
bestaat langer dan ik ben,
is generaties ouder dan ik.
Wat ze zag mengt zich
met wat ze ziet,
ik zie het in haar blik.

Ze kwam in drievoud
op me af, op hoge benen,
een waaier van haren,
weerspiegeld in zwart marmer
van een uitzendbureau
aan de overkant; in de ruiten
van passerende tramlijn 24;
in vlees en bloed.

Zij keek, zag,
oordeelde, negeerde.
Zij was het niet,
zij was de spiegeling
van een herinnering,
een afwezigheid in me.
Even viel alles samen,
kort als het leven zelf.

Zij slaat een hoek om.
Snel vul ik de leegte,
het dreigende vacuüm,
met nog meer niets
en trek ik verder.
Ik wenk de ober
en bestel nog eens en nog eens.

zaterdag 6 januari 2018

Brabants ontkennen


Brabants ontkennen


Een kansspel kwispelt
mijn toenaam,
vereert het toeval.
Kaarsvet verteerde
en stal zuurstof
vanaf mijn geboorte.
Doorschijnende woorden
spannen vitrage
tussen dichter en lezer.
Waaraan grenzen grenzen.
Waar begint de ander
en waarom zou ik,
vertrouw ik,
onthou ik.

Ik ben de leegte
tussen jullie in,
dringende, dwingende vlucht,
in heldere vergissingen
en vage beloften
waar jullie ontbreken,
wreken, breken.

Wanhopig sperma.
Als de bus mij brengt
van waar ik niet ben
naar waar ik niet moet zijn,
ligt dat aan mij.
Steden vatten ons samen
waar wij uit elkaar willen,
laten vogels stilstaan
aan een lege hemel.

Laffe hond,
weggedoken achter
een stomp schild
van cynisme.
Spreeuwen ontkennen
de zwerm,
dat heet zingeving.
Onteerd en genegeerd
leerde ik ontwijken en zwijgen
en schuilend in troostrijke
bossen en vennen
nooit wennen,
ontkennen.

woensdag 3 januari 2018

Op drijfveren


Op drijfveren


Ben ik in staat
wat er staat
werkelijk te lezen,
dit stuifmeel
op drift -

(Evenredig met
de afmetingen
van auto en huis
namen onderlinge
afstanden toe.
Alles werd
geagendeerd
tot onvermijdelijkheid.)

Voelen stenen
waarop ik sta
en vooruit ga
hoe ik denk,
herinneringen
opkweek, buk,
kniel, oogst,
opsta en doorga
en op traditie vertrouw
als een eend
op drijfveren -

(De dood viel
ongelukkig
op een koopzondag.
Zijn planning
negeerde tijdelijkheid.)

Of blijven stenen
een muur.

maandag 1 januari 2018

Een oude man


Een oude man


Ik kan nooit
een oude man zijn,
het middelpunt, mikpunt
van jongere vrouwen
om me heen
op elk verkeerd familiefeest,

lachend
in mijn doofheid
tegen elk gezicht
dat op me lijkt,
alleen in mezelf
me troostend in alcohol
bij gebrek aan een uitweg.

Ik kan nooit
vlak voor het einde
een oude man zijn,
nee, nu nog niet.