dinsdag 30 juni 2015

Rivier

Rivier


Langzaam en zeker
maakt misselijkheid zich meester
van de steltloper.
     rieen

Maar mijn ogen zagen
hoe de vuile honden de draden
knipten, onder de versieringen.
Ja, het was kunstig gecamoufleerd.
     ritwee

Het speelt al dagen in de lucht,
het zittert in de vrachtwagens,
maar mijn ogen lezen
de ademloze teruggang van
de invalide krant.
     ridrie

Verg niet te veel van de oude schipper.
De pijp danst de rook door
de lokaliteit, de totaliteit,
de totale tijd.
Slechts de tijd

verandert de
     rivier.

zomer - najaar 1968

Een zakdoek


Een zakdoek


Die heeft ogen,
die heeft grote ogen
en haren badend in windlicht,

die heeft bloed
die heeft kloppend bloed
en pony’s bij dozijnen in de weide,

die heeft zon
die heeft zalige zon
en bomen langs de horizon staand,

dit is een zakdoek
voor in je plakboek.

najaar 1964

maandag 29 juni 2015

Het woord gevonden

Het woord gevonden


Zij zocht het woord
voordat zij het dacht,
opschreef,
las en uitsprak,
het woord
voordat het woord is.

Schrijf het op
terwijl je in de spiegel kijkt
en draag voor
door dat venster heen.

Zij vlinderde hulpeloos
van psychose naar narcose,
haar onhandige vingers
streelden
en negeerden
mogelijk houvast.

Zolang het niet voorgelezen is,
gekust door lippen,
is het woord nieuw,
daarna oud,
voor altijd oud.

Zij zocht een woord,
dagenlang.
Het vond haar.

Wij vonden haar bril
in haar koelkast.

zaterdag 27 juni 2015

Is er leven?

Is er leven?


Is er leven, bewust zijn,
in de rechter achterpoot
van de poedel op het grasveld
hier voor me;
gaat er belangstelling van uit?

Ik weet het niet.
Ik ga van huis en keer terug,
het dagelijks leven passeert me.

De koelkast bromt, doelbewust.
De keukenklok tikt, doelbewust.
Het verkeer verteert de snelweg, doelbewust.

Soms regent het.

16 maart 1980

Weerzien

Weerzien


En wat zien we weerspiegeld
op deze dag?
Ons geheugen!

Goh.

We waden langzaam
heen en weer
en herkennen iedereen,
ook naamloos.

Wat een dag!

13 februari 1984

donderdag 25 juni 2015

De visser

De visser


De angst
om de vangst
blijft.
Met trillende handen
scheur ik de netten open.

De schulden groeien:
gebruiksvoorwerpen
blijven onbenut.
Aanzienlijke personen
gaan verbindingen aan.

De angst
veroorzaakt kleine overstromingen,
waar nodig.

26 maart 1984.

woensdag 24 juni 2015

Het boek

Het boek


Ik leef door in de uitverkoop,
uitschot, overschot van de uitgever,
hoofdschuddend achter het bureau,
telefoons negerend,
bladerend -

Ik ontstond.
Ik ben een boek zonder titel;
de eerste bladzijde alleen al
verwart,
en de rest is ondoordringbaar.

Ik leef en sterf toevallig,
een onvoltooide naam
binnen de glazen wanden
van gedachten,
met in de avond alleen auto's
aan het raam en voorbij.

Ik tel de woorden
en noteer hun gewicht
terwijl ik spreek en spreek,
te nauwkeurig.
Ik streel het beton tot leven
en wacht op de volgende dag.

Ik begin
waar iedereen ophoudt!

Voortvluchtig

Voortvluchtig

Onmiskenbaar gevormd
door diepe nachten met
   slechts de belofte van warmte
   als doel,
door zomerdagen zwervend
   zonder besef,
   ver van huis.

Cafés onherkenbaar
   drank vervreemdend,
   in muziek en hitte,
   aangegoten afstanden,
   altijd ver van huis.

Gestapelde momenten alleen
nog steeds in me.
De kinderblik
   bleef vertrouwen
   op het geluk dat toeval brengt,
   ook ver van huis.

24 juni 2015

maandag 22 juni 2015

De sollicitatie

De sollicitatie 

(fragment uit 'Het Zesde Huis', voorpublicatie)


Eind oktober, een paar dagen voor mijn verjaardag. Een e-mail van Immediator, een detacheringsbureau uit Veldhoven. Ik moest van de curator terugkomen naar Bladel om wat lopende projecten af te werken. Ik ken niet de naam van het bureau, wel van de afzender: Henny Draagvlak, een grote, stevige, luid sprekende man, altijd in strak blauw pak en kleurige zijden stropdas. Zijn portret staat in de handtekening van de uitnodiging voor een gesprek in zijn kantoor bij Eindhoven Airport. Ik had de e-mail in de pauze gelezen en bel meteen Henny’s mobiele nummer. Hij is niet op kantoor, ik hoor auto's passeren, maar we weten af te spreken rond half zes die dag. Er was een vacature bij ASML, ze zoeken met spoed een ervaren assistent voor de afdeling Shipping, met inkoopervaring en kennis van wereldwijde verschepingen.
Aan het einde van de werkdag weet ik op tijd te ontsnappen. Stormachtig weer, de verkleurde bomen verliezen hun bladeren. Ik heb op de Tomtom-website gezien dat de snelwegen rond Eindhoven, vooral in het zuiden, rood volstaan en besluit binnendoor te rijden. Ik rij het industrieterrein De Sleutel af, meteen rechtsaf de Rondweg N284 op richting Hapert, en bij het volgende stoplicht rechts de Bredasebaan op, langs Landalpark het Vennebos, Schouwberg, Dalem, rechtsaf De Pan en dan over de Postelseweg naar Eersel. Er is wat verkeer, gelukkig geen tractoren, en ik blijf in beweging. De zon verschuilt zich achter een witte optrekkende nevel, eind november, in mijn spiegels. Op de radio het Belgische Klara met iets van Arvo Pärt. Cantus in Memoriam Benjamin Britten... Dalende A-mineur akkoorden, tubular bells... Ik draai de verwarming van mijn Toyota Verso iets open.
In Eersel rechtsaf de Voortseweg op, de bocht linksaf volgend naar de Kapelweg langs het Streekmuseum De Acht Zaligheden, rechtsaf over de Dijk en de Kerkstraat langs de St. Willibrordus kerk naar de Schadewijkstraat, Eersel uit, rechtdoor over de rotonde de Schaiksedijk op, in Walik linksaf de Hobbel op, de Broekhovensedijk over tot de Volmolenweg, daar rechtsaf over de Molenstraat en de camping naar Waalre, over de Markt verder, linksaf op de Bergstraat naar de Onze Lieve Vrouwedijk richting Veldhoven. Over het viaduct met de E34, waar inderdaad een file richting Eindhoven voortkruipt. In Veldhoven het Máxima Medisch Centrum voorbij, rechtdoor over een hordeloop van stoplichten, ook hier staat het verkeer richting Eindhoven praktisch stil. Door Veldhoven heen, de Heemweg, rechtdoor over de nieuwe rotonde met de Heerbaan, over de Traverse en dan linksaf de Meerhovendreef op. Via een hevig slingerende weg naar het Park Forum van Eindhoven Airport, richting parking volgend tot aan de Luchthavenweg.
Het moet een van de gebouwen rechts zijn, tweede afslag rechterkant zei Henny, en ik draai de Beatrix De Rijweg in en de ventweg op. Hij was maar een clown, Ben Cramer op de autoradio. Ik rij langzaam, enkele auto's passeren mij, einde werkdag. Ik parkeer een meter of 50 verder, sluit de Tomtom af, haal een hand door mijn haren, steek de parkeerstrook over en druk op de bel naast het embleem van het bureau.
Een oranje-roodharige secretaresse achter een vijvergrote fineerdesk drukt op een laptopmuis. De voorpui schuift open en ik penetreer de sluis over een droogloopmat. De deur achter mij sluit en de volgende opent slikkend. Het geluid van mijn voetstappen op het marmer weerkaatst in de industriekathedraal. De secretaresse, begin twintig schat ik, kijkt mij pas aan als ik mijn visitekaartje voor haar neer leg. Perfecte groene amandelogen. De rimpelloze lijn van haar lange hals, de diamantjes in haar oren, bordeauxrood gestifte lippen, goudrode wimpers... Het is behoorlijk warm achter het blauwgetinte glas.
“Hallo, ik ben...” Mijn god, ik weet mijn naam niet meer...
Zij wipt met haar kunstnagels mijn kaartje van het fineer en leest.
“Ingenieur Hans Lambregts.” Haar tong raakt even de binnenzijde van haar bovenlip bij de L van mijn achternaam. Ik staar, merk ik, en forceer mijn blik terug in het vijvergroen van haar ogen. Zij draait haar hoofd en voegt oogmelkwit toe aan haar blik.
“Ja, k klopt. Ik heb een afspraak met Henny, Henny...” Jeeezus, mijn korte-termijngeheugen is verdoofd, mijn stembanden verdroogd...
“Draagvlak.”
“Draagvlak, Henny Draagvlak.”
Gelukkig voor mij wendt zij haar ogen af naar een scherm op haar desk. “Ik heb u aangemeld! U krijgt een visitorspasje, momentje.” Het ligt al gereed naast haar. Mooi én efficiënt. Ik haal diep adem om achterstallige zuurstof in mijn longen te zuigen. Terwijl ik het prijskaartje aan mijn colbert clip, ontspruit een onwaarschijnlijk slanke jongeman uit de marmeren wand achter de receptiebalie. Hij steekt mij een vrouwelijk lange hand toe, die ik niet kus maar voorzichtig schudt, éénmaal.
“Meneer Lambregts, neem ik aan. Gilbert Koopmans. Henny zei dat ik je kon verwachten.” Een sopraan... Concentratie, nu.
“Nou, kijk eens aan.”
“Henny stuurt me net een appje dat hij het niet gaat halen, ik doe even de intake, oké?”
“Als Henny dat zegt.”
“Ik heb je mobiele nummer niet, anders had je het geweten. Maar even kort, ik moet even je cv invoeren in onze database en je meteen doorsturen naar onze klant.”
“ASML.”
“Klopt. Dat had Henny dus al verteld.”
“Niet veel méér.” Ik haal mijn cv uit de binnenzak van mijn colbert. “Alles staat hierop, en op deze USB-stick, Gilbert. Ook mijn mobiele nummer.”
“O, o-oké. Ja. Hm.” De receptioniste passeert ons, haar haardos heuplang, haar stylo's handhoog. Zij is een hoofd groter dan ik, minstens. Haar zoete parfum omringt ons, suikermist. Ze kijkt ostentatief over mij heen, neemt mij waar, verdringt mij naar de uiterwaarden van haar blikveld. Gilberts ogen volgen haar ook. Prooidetectie. Een concurrerende wolf. Wij ontbloten onze voortanden tegen elkaar en sissen. Zijn blik wordt teruggetrokken naar mijn cv. Zijn mobieltje jodelt.
“Akkoord? Kun je zó overnemen, toch?”
“Ja. Je hebt je werkervaring van oud naar nieuw geordend, zie ik. Hebben wij liever andersom.” Zijn mobieltje jodelt.
“Moet je het zó invoeren in jullie systeem, Gilbert. Gaat jou lukken. Bij wie moet ik zijn bij ASML?” De receptioniste is achter een kantoordeur verdwenen.
“Ik moet ook een foto.” Zijn mobieltje jodelt.
“Mail ik je vanavond. Je adres staat op de businesscard, neem ik aan, of zal ik het naar Henny sturen?”
“Nee, ja, neenee, hier is mijn kaartje. Ga maar gauw. En een tip: doe die stropdas uit, ze hebben een heel informele sfeer daar. O, en, je moet vragen naar de heer Dieupré van Development.” Zijn mobieltje jodelt.
Heel mijn focus centreert zich in een fractie van seconden op wat Gilbert zojuist zei. Dieupré? Toch niet?
“Dieupré? Theo Dieupré?” Gilbert kijkt op zijn mobiel, zoekt.
“Eh ja, Ing. T.J.M. Dieupré.”
“Die ken ik.”
“Dat dacht Henny ook. Hij zit ook in ons systeem, jullie komen beiden uit Breda-Zuid, hebben ook dezelfde HTS in Breda gevolgd, meen ik.” Zijn mobieltje jodelt en stopt. Jo-.
“Klopt helemaal. Maar hij is toch van Development, niet van Shipment?”
“Nee, ja, klopt, hij heeft al die octrooien, dat is hem. Maar omdat hij jou kent, snap je, hij ontvangt je en brengt je verder. Het is heel moeilijk om in de inner circle daar te geraken, en Henny dacht dat dit een opportunity was.”
“Nou, kennen, we hebben elkaar rond ‘76 voor het laatst gezien, meen ik. Hij was roadie bij onze band. Meer dan 30 jaar geleden. Toen had ik nog haar.”
Gilbert kijkt mij voor het eerst aan. Ik knik, draai om en loop weg.
“Ik weet de weg, Gilbert, het gaat lukken. Bedankt, groeten aan Henny.”
“Gebouw G, receptie!”
“Jo, oké!”

De tempels


De tempels


Stap nu hier binnen,
in tempels vol lege mensen.
Fluisteren is zinloos,
je zwijgen stoort.
Uit je schaduw
volgt je beeltenis.

Naar gebaren zelfverzekerd,
naar houding trots,
maar voorzichtig.
Hoe ook je verleden is,
je dans ontspoort.

Vandaag herdenken zij
niets en niemand
en ontnemen zij elk woord
hart en betekenis.

22 juni 2015

zaterdag 20 juni 2015

De verre spreker


De verre spreker


Elke ochtend
verandert mijn leven
door me minder te verrassen
en meer te ontredderen

Ik ben niet,
ik word voortdurend,
dat kan ik uitleggen
noch veranderen.
Er volgt nog meer,
die vreugde hoort
bij verlies.

Wie gebaart daar
van stilte,
vraagt om aandacht?

Een verre spreker,
met de rug naar zijn gehoor,
wijzend naar de opgaande zon.

En weer,
luisterend,
word ik.

20 juni 2015

Herhalingen

Herhalingen


Bewusteloos:
wat aan haar denkt en haar mist -
pragmatisch parasitair,
haar naam op de tong.

Rusteloos:
wat overeind blijft
en contact zoekt met de wereld -
een woelend woord
dicht op de lippen, opeen
om haar te kunnen vergeten.

Lusteloos:
wat beseft zonder haar
verder te moeten -
ambitie enkel uit traditie.
Ze was een woord,
ik sprak haar uit
en verloor haar.
Ik ruilde plaats
met mijn schaduw.

Een woordenwisseling -
ooit zal ik
de bron hervinden;
soms martelt het wachten
op die herhaling.
Een draaideur -
vol beweging
zonder vooruitgang.

vrijdag 19 juni 2015

Laptop

Laptop


Zij was terneergeslagen
maar laat zich ontsluiten
en eist zijn naam.
Het woord wachtwoord wacht,
de gebruiker benadert
het open venster,
zijn valkuil,
en leest zichzelf in.

Hij zoekt herkenning
in mappen en bestanden
en zij weet wat hij vergat,
waarheid en leugen.
Hij onthult niet meer
dan wat hij al weet.
De taakstraf troost
en zij slaat alleen op,
ventilerend.
Elke aanslag herhaalt
een getoetste taal.

Het ritueel
laat hem leeg achter
en vult haar geheugen
vruchteloos.
Haar processor warmt
de misvattingen
van zijn vingertoppen.
Vandaag geen spel,
hij sluit af.

19 juni 2015

donderdag 18 juni 2015

Tijdwinst

Tijdwinst


Een woord op papier is
een vlieg in een web is
gestolde tijd op zijn minst.

Wat ik heb is
de puls van mijn pols is
mijn aftellend uurwerk en
ik stok en strem

tot herinnering -
en dat is mijn winst.

(met dank aan Remy van Ulden, Geldrop)

woensdag 17 juni 2015

Lang geleden een huis

Lang geleden een huis


- (de rennende vrouw)
De remmen van de trein gilden
en ze kwam naar me toe rennen.
Het motregende, slierten nat haar
hingen over haar wangen.
In het donker flitste een oranje lamp
aan en uit.

- (de menigte)
Een agent in burger bladerde
in een blocnote en zweette.
De man vermoedde dat hij vragen beantwoordde.
Ik zocht naar de vrouw die ik
nergens meer zag
tussen de menigte.

- (het park)
Bij het huis was een park vijver,
tamelijk groot dat alles.
    (Als je achterin het park was kon men
    je vanuit het huis niet zien.)
Er stonden veel struiken en niet zo
heel veel bomen.
Ze vonden hem met het hoofd achterover
onder water.

- (de rennende vrouw 2)
De vrouw rende nu weg naar
het dorp toe, en ik kon haar
niet achterna gaan
omdat Marjolein me nodig had.
Later, ‘s middags, reed ik het dorp in,
maar niemand had haar gezien.

- (CS Amsterdam)
In Lyon waren de bedden slecht,
in Brussel tamelijk goed,
en na twee weken zag ik
pas het huis terug.
De rennende vrouw meende ik
een keer te zien in de hal
van het CS Amsterdam,
maar dat was maar vluchtig.
Ik zag haar nooit meer sindsdien.

- (commentaar)
Marjolein stierf slechts 2 jaar later (67)
en haar huis met park werd gesloopt
voor een garagebedrijf.
Het dorp verdween en er
verscheen een stad voor in de plaats.
Er kwam een hoogspoor met
tunnels en ik verhuisde naar
een andere stad.

dinsdag 16 juni 2015

Booby-trap

Booby-trap


It required only seconds for him,
but my concern wasn’t flight.
Security has its intellectual brilliance,
if you fail to recognize it tonight.

The whole damned staff stumbled
on the truth but it was far too late by then.
"It’s all right, I know you believe
you mean it", she said at the gate.
She’s alright.
But no, that’s not quite accurate.
Our celebration party was an absolute
blast and nearly a hundred people had
already arrived at the hotel
but where was she when I needed her?

I found my car
booby-trapped with dynamite,
and three days later it was
still raining,
and I didn’t know
her last name that night,
so I ran away to Colorado.

Gelijktijdige vensters


Gelijktijdige vensters


Ik ben gelukkig nutteloos,
ik zie wat iedereen ziet,
maar meer dan ik weet.
Over me heen zwermen scholen schaduwen:
hier op de bodem
ontwijk ik elke houding.
Ik zie wat niemand ziet
en bouw daar
fantastische kastelen van,
op weg naar
een risicovoller bestaan.

maandag 15 juni 2015

Dan maar dronken

Dan maar dronken


Er is muziek die speelt,
er is een stem die zingt
buiten over de daken
over een verloren liefde.

Er is verwarming die suist,
een kil beeld dat huist
in de nacht
en er wordt gehuild,
iemand huilt.

Er zijn stemmen die lachen
op straat,
er zijn mensen die dansen,
zo laat,
er zijn onbekenden die voorbij gaan,
steeds voorbij gaan.

Hier helpt geen enkel gebed.
Het is niet mijn vader die zingt
en niet mijn moeder die huilt,
er is alleen een bekende spiegel
in mij.

Slacht het konijn in de keuken,
haal drank uit de kelder,
vanavond word ik dronken.
Morgen,
morgen komt morgen,
komt morgen.

15 juni 2015

Reisgenoot

Reisgenoot


Onbezochte plaatsen
waar ik vaak was,
de ogen rusteloos open,
herfstweer in de weiden
over onnodig prikkeldraad,
zijwaarts.

Ik voerde haar mee
en eindeloos veranderde alles.
Als gedragen door tegenwind,
het regenkind,
fladderend ochtendkleed,
aquarel over mijn ogen,
hakend, scheurend.
Dode ratten in mijn hoofd.
Ik was hier eerder
en rende bergaf, grindlawine,
achterwaarts.

Ik voerde haar mee
in niet haar afgrond,
voorwaarts.

Plotseling zocht ik verklaringen
en schonk ze vragen.
Ik dacht dat ik stierf
maar bleek ongeboren.
Ik was hier eerder
maar nog nooit zo alleen,
inwaarts.

zaterdag 13 juni 2015

De treinen en de mannen

De treinen en de mannen


Morgen dansen de vrouwen op tafels
en klappen de kinderen de handen.
De treinen vertrekken en de huizen blijven staan.
De mannen wachten
en de treinen blijven gaan.

Morgen vallen de sterren
en zeggen vrouwen de hele dag niets,
slapen de beesten in de hokken,
en de mannen wachten
totdat alle treinen zijn vertrokken.

En morgen drijven de schepen op de rivier,
worden de automobielen gewassen
en fietsen jongens door de straten,
en de mannen wachten
nog lang voor het station te verlaten.

vrijdag 12 juni 2015

Over de grens

Over de grens


Olie op papier als vlekken,
en telefoonpalen houden hun
oorzaak omhoog tegen de lucht.
Een inboorling verkoop chocolade;
een andere koopt chocolade.

Een processie passeert
over de grens.
Vijftien auto’s en een dode.
Dat moet er een met geld zijn geweest,
hij had vrienden zat.

Paarden kunnen ook in regen rusten.
Kinderen kunnen best slapen.
Kruiwagens hoeven niet beslist
gebruikt te worden;
men kan ze best laten staan.

Iemand spreekt van een ongeluk,
een ander van een wonder,
een derde van een catastrofe.
Francis van een mirakel,
Bert van een toeval.
en Andrea van een tante.

De processie verdween
en liet niets bijzonders achter.
Een vreemdeling gaat anders zitten;
een hond snuffelt aan zijn schoenen.
Een muziekkast
zingt van vreemde dingen
met stemmen van vreemdelingen.
Het lawaai verzacht de pijn even.

Francis blijft giechelen,
Bert slaapt,
en Andrea spreekt nog steeds
van haar tante,
maar ik hoor het niet meer.

Winter 1969

Op excursie

Op excursie


Die mannen wachten op de tram
en die vrouwen lopen voorbij
onder paraplu’s en langs het stuwmeer.
De natuurkundige achtergrond
zou je niets zeggen.
Zegt ook niets.
Trouwens, geen enkele achtergrond voldoet.
Zei hij.

Denk maar eens aan de ongeschoolde
arbeider die
scheel kijkt van het beestachtige werk:
weet die veel van achtergronden.
Maar ik wou dat ze hiernaast ophielden
met dan gejong op die gitaar.
Dacht ik.

Dit was volgens plan,
alles ging naar wens,
volgens de rondleider, die
ook al niets wist van achtergronden.
Volgens mij.

Ik worstel verder,
straks nog een lezing met rondvraag.
En op de achtergrond
een naborrel, hoop ik.

12 juni 2015

donderdag 11 juni 2015

Standbeeld

Standbeeld


Nadat alle illusies
als een klad duiven
opwaarts vielen
vanaf het plein in mijn stad,
waad ik in onrust, onbedekt.
Restanten regentranen,
stenen herhalingen.

Een betegelde waarheid
waarop het hard slapen is.
Hier sta ik, bevlekt.
Wachtende ontdekkingen,
ongebruikte woorden,
gemiste afslagen,
onvoltooide dwalingen.

Als ik zwijg
wen ik aan de menigte,
die welt tot mijn lippen,
instroomt en me nekt.
Ik slik en slik,
achtervolgd
door afrekeningen
en nabetalingen.

Ik heb niets te doen.

woensdag 10 juni 2015

Boven de grond

Boven de grond


Lieg tegen mij.
Ik zal me mengen in het koor.
Jullie zullen elkaar toeknikken
en mij aanwijzen:
'Kijk, hij past zich al aan.'

Laat me niet alleen
in dit lichaam achter.
Dit is geen thuis.
In dit glazen huis
maakt gooien van stenen
me nog verdachter.
Leer mij uw leugens,
eerste, tweede, derde stem.

Laat die markering verdwijnen,
haal dat anker op.
Help mij ontwijken,
ontkennen hoeft niet.
Dat kruis waar ik stond,
waar alles vaststond,
waaraan ik hing,
en dat ik mijn waarheid noemde.

Laat me hier
diep de lucht opzuigen,
mijn dank betuigen,
en al was het op papier
veelvuldig buigen.
Omarm mij,
laat warmte mij weglokken
en ontwortelen uit die bodem.
Hoor, ik pas mij al aan,
ik lieg en zing mee
eerste, tweede, derde stem.

10 juni 2015

dinsdag 9 juni 2015

De details van het rapport

De details van het rapport


Vier vergelijkbare systemen,
op elkaar afgestemd met een
nauwkeurigheid van enige tientallen
decimalen, cirkelen langzaam
door de cortex en de thalamus,
enkel en alleen om vast te stellen
hoe ontstellend leeg het daar is.

De schokkende eenzaamheid
veroorzaakt een shock bij de meesten,
maar we leven zoals we willen en mogen,
daar komt niemand onderuit,
en de kritiekloze aanvaarding verveelt,
de kritiekvolle afwijzing irriteert,
de oppervlakkige kritiek maakt woedend.

Walvistraan, lampenglazen en een pit
als redders in de ergerlijke nood,
maar de dood is een erfelijke eigenschap.
Zoals de ouden stierven,
sterven de jongen.
Daar komt niemand onderuit.

De nodeloze opsomming
van gewilde effecten en
geveinsde alwetendheid verbluft
menigeen die het leest,
en men is geneigd er meer achter te zoeken,
zo verdwalend in bewijzen van
onwetendheid.

De schil geeft vorm en kleur,
het klokhuis geeft de waarde,
het vlees wordt gegeten door de specialisten.
Een oude vrouw
schijnt niet te willen passen in het geheel,
en men begrijpt niet
dat het geheel niet past bij de oude vrouw.
Hier valt niets aan toe te voegen.

winter 1969

maandag 8 juni 2015

Regenboogdrummer

Regenboogdrummer


Ik ben uniek
in mijn tuniek
van rood en goud.
Rood is de kleur van bloed,
goud de kleur van de morgen.

Een weinig wit en blauw
tussen het overheersende zwart.
Wit is de kleur van de wolken,
blauw die van de lucht,
zwart die van de nacht,
en rood is de kleur van bloed.

De zon spant haar regenboog.
Paars is de kleur van de uniformen,
blauw die van de munitiekisten,
groen die van de wouden,
geel die van het vuur,
oranje die van het vuur,
rood die van het vuur en het bloed.
Zwart is de kleur
van de ogen van mijn lief.

Winter 1970

Laffe aanslag op Sander en het meisje

Laffe aanslag op Sander en het meisje


Goedenavond burgers.
Dit is iets heel anders:
metalen bevelen in koperen schedels.
Moordenaars!

Hij was twintig
en het meisje was slim geweest,
maar we zijn altijd bereid
om iemand te helpen.
In de hoofdstraat flaneert
een grote menigte, aangelengd.
Dat wil zeggen: alweer.

Er moet iets misgegaan zijn.
Sander is tevreden en slaapt.
Het meisje struikelt en valt voorover.
Moordenaars!

In alcohol
lost het masker op
dat Sander normaal
tussen de anderen en hem
handhaaft,
en verdwijnt de troost.
Dit houdt hij vol, aangelijnd.

Apart afrekenen,
héél apart afrekenen.
Zijn enige zonde
is dat hij in tijden van nood
kiest voor overleven.
Moordenaars!

zaterdag 6 juni 2015

Haar god

Haar god


In haar geliefde tempel,
haar ontruimd lichaam,
de marmeren vloer vlekkeloos,
poorten als ogen gesloten
en muren menshoog,
met beperkt ledental,
is het verboden te zweten,
rennen en remmen.

Geen gesnotter en gesnik.
Laat trauma's, depressies
en frustraties
bij de schoenen in de hal.
Haar stoort niets,
niemand eigenlijk.
Relaties beklemmen.

Ze staat rechtop, alleen
achter haar altaar
en doseert haar val,
terwijl zij kritisch bekijkt
of haar god nog op haar lijkt,
en herhaalt en herhaalt
haar luidkeelse gebeden
om de storm te overstemmen.

Half elf


Half elf


Reportage op de televisie,
over Algerije
en het Frans Vreemdelingenlegioen.

Buiten is het miezerig koud.
Af en toe passeren auto's
door mijn spiegelbeeld.

Gisternacht erg slecht geslapen
er erg slecht wakker gelegen.
Morgen een taaie dag.

Er brult een man
en een vrouw lalt iets terug.

Half elf.
Over een uur is het half twaalf.
Als er niets gebeurt ondertussen.
Het legioen lijkt te winnen.

voorjaar ‘73

De zelfonthoofding

De zelfonthoofding


Jij hanige wethouder,
vriend van de plagen
die deze stad leegroven
en jouw krop en ego volproppen.

Tijdens de uitzending
bleef je zitten,
maar afgekapt, ontkennend,
rende je heen en weer,
als vanouds heil zoekend
in patronen, spraakgebreken
en door schijnvrienden
afgedwongen gedrag.
Ik volgde de dans,
de spartelingen.

Je wilde alleen maar goed doen?
Je gaf hoop aan de hulpeloze.
In een waas hield je de wet
aan een lang los koord
en vond de mazen
voor alleen je maten.
Binnen je gazen comfortzone,
composthoop,
verbaast nog steeds
je grauwe graailust
en koploos gekraai.

Te lang bleef je nuttig,
maar zie, nu werd je onhoudbaar
en uiterst vervangbaar,
hoewel nog opgebaard
in de glazen oven
in ontelbare pixels.
Ik gun je
die zelfonthoofding
in de late night talkshow.

Reken er op
dat ik je roep om hulp
zal negeren.
Je gaf hoop aan de hulpeloze.
Van alle martelingen
is opgerakelde hoop
de onbarmhartigste.
Van alle hoop
is de valse de giftigste.

vrijdag 5 juni 2015

Remedie

Remedie


Je zou
een wandeling kunnen gaan maken,
door de stad, het park,
langs de rivier,

of een boek lezen,

of een gesprek beginnen
met die oude man in ‘t restaurant,
die altijd tegenover je zit.

Het beste
kun je stilzitten,
de zon je huid laten
aanraken,
en de wind,
en je ogen wijd open gesloten,

trillend.

Na enkele dagen
gaat het weer.

31 december 1972

Op het galabal

Op het galabal


Dat licht in hun ogen,
die ongebluste, ondeelbare hoop.
Andersom hijgend
in korte lettergrepen,
onbedorven op de loper,
ongedoopt in woorden,
die blos, hun handen
graaiend naar gebaren.
Zo, alleen dat ongeschonden
warm ei in mij.

Niemand wil het,
die ommekeer,
kentering en breuk.
Kon ik dat maar bewaren,
zo hadden ze moeten blijven.
Voor het eerst
hun ouders op afstand,
zo zonder schroeilucht
van bemoeizucht.

De zon deze ochtend
kan niet dezelfde zijn
die op die avond
onderging.

Ik trek het
aan het aanrecht vastgekitte
theekopje los
en zoek tussen het bestek
naar een potlood,
een scherp snijdend potlood.
De concurrentie
van een gedicht
grenst aan het onduldbare.

5 juni 2015

donderdag 4 juni 2015

Na werktijd

Na werktijd


Avond na avond
lopend lopen,
en de stad schudt en rilt
en schreeuwt.

Ik zie de regendruppels
langs de etalageruiten
en ril rillend in mijn jas,
waarin brood
en pinda's voor 's avonds.

Ik kijk kijkend,

voel het trillende trottoir,
ruik de dampende damp
van verwarmingsroosters.

dinsdag 2 juni 2015

Lees maar


Lees maar


Onvoldragen woorden
in mijn zakken
en nekpijn
van het gewicht,
maar heb geen medelijden,
ik trok de jas zelf aan.

Als je zoekt
vind je alleen
wat je zoekt,
maar hou je niet in,
ik ben nergens liever
dan hier bij jou.

Ik zit op je vloer,
drink je thee
en je radio speelt.
Het raam staat open
en ik hoor kinderen spelen,
lees maar.

2 augustus 1974

Ieder moment

Ieder moment


Het was in Amsterdam,
op het Rokin, geloof ik,
dat ik dacht dat ik Arnold zag,
maar dat kon niet,
want Arnold was al jaren dood.

Het was iemand
die sprekend op hem leek,
maar niets zei.

Iedere dag,
ieder moment,
wordt ergens iemand vergeten,
en wat zegt dat?

Arnold - 
járen geleden...

januari 1971

maandag 1 juni 2015

Geen leugens

Geen leugens


Het is niet waar dat ze liegt.
Haar waarheden ontwortelden, ontvluchtten,
te jonge moeder.
Haar handen omvatten het niets
dagelijks.

Ze neemt mijn toejuichingen
zwijgend in ontvangst
en ontkent niets,
rusteloos rustend
in haar bankstel,
waarin ook ik
niet rust.

Niemand ontkende ooit iets,
en dat hielp niet,
schuwe nachtschaduw
achter haar.

Waarheden
omsluiten en verhullen
onbegrip,
ook ik kan niet anders.

Ze proeft mijn woorden op gif.
Hun waarde vluchtig,
verjaagde mussen,
ontheemde kinderen.

Ik ben een vreemdeling
waarnaar zij luistert
met gesloten ogen
tot ik verdwijn.
Zij stapelt mijn waarheden
op de hare.
Het is niet waar dat ze liegt.

15 januari 1981