zaterdag 31 maart 2018

Deel van mezelf

Deel van mezelf


Ik zie iedereen
als deel van mezelf,
herkenbaar in angst
en verbazing.

Mijn verleden
leunt op mijn schouders.
Een dronken kameraad
na een verkeerd feest,
hij links op het pad,
ik rechts, of andersom.
Gemiddeld volgen wij
elkaar.

Zijn zwangere adem
stormt in mijn oren
terwijl de nacht
langs ons heen valt.
Dat deel van mezelf
herken ik in iedereen.

Wij vallen samen
richting voordeur.
"We zijn
nog lang niet
thuis, vriend."

donderdag 29 maart 2018

Waarneming

Waarneming


Wat direct opvalt
aan deze waarneming
is het ontbreken
van leven.

Ik zie
gebouwen, voertuigen,
een wijkende hemel
weerspiegeld in overdadig glas,
maar elke beweging
blijft achterwege,
elk geluid stolt.
Ik beman mijn barkruk
en wacht op haar
voltooiing.

Ik ben een trage danser.
Elke nieuwe houding
vernietigt gisteren
en voorspelt morgen.

Zij komt alleen naar beneden
in een moment van rust.
Mijn bladeren openen zich
en ik vertak.
Nadere gegevens onduidelijk.

woensdag 28 maart 2018

Zo nadert de oorlog


Zo nadert de oorlog


Achter de afrastering
herkauwt stemvee
in kniehoge mest.
Wij willen niet sterven,
al omringen vlammen
het huis waarin wij wachten.

Zo naderen woorden
tot waar wij zwijgen,
slijtende standbeelden.
Zo stormen wolken
en kolken rivieren,
zo nadert de oorlog.

Mijn paspoort toont
wie ik was,
onbeschreven portret.
In wat ik verzwijg
woedt het vuur.

Bruggen verbonden oevers
zodat wij konden passeren.
Daken overspanden muren
zodat wij konden schuilen.
De zon ging onder
zodat slaap ons verenigde.

Buiten doorzoekt een storm
het graan
en huilen wolven
elkaar bijeen.

maandag 26 maart 2018

De wens


De wens


Als tijd
wordt ervaren
als snelheid
staat deze ochtend stil,
gestremd in licht
en herinneringen.

Als de ochtend
niet meer is
dan een wens,
is slapen afwachten,
en ontwaken verbazing
over het blijven
van die wens.

In de handen
onzeker omklemd
de loodzware beker
van de dag.
Ik open de ogen
en drink
tot de bodem

dat de wens
nooit mag wijken.

donderdag 22 maart 2018

Mijn tijd


Mijn tijd


Dit is een leesteken.
Het gedicht begint
nu.
Ik sloot alle deuren
tot ik weer kon ademhalen.
"Mijn tijd komt nog",
besloot ik.

Ik haalde adem
en luisterde
tot ik niets meer hoorde.
Met zachte dwang
kwam zij in beeld
tot ik niets anders zag.

Tot mijn stem brak
en ik wist waarom,
zag ik mijn tijd komen
en gaan.

Ik zal gaan,
snel, weerloos,
ongewapend.
verdwaalde pelgrim.
"Gelukkig
heb ik de woorden nog",
besluit ik.

maandag 19 maart 2018

Uit de bossen


Uit de bossen


Uit de bossen kwam ik,
verbaasd,
deze stad binnen,
beschramd, gehaast,
veel te vroeg.

Niemand verwachtte mij,
ik verwachtte iedereen.

Het plaveisel kwetste mijn voeten,
de muren scheurden mijn vingers,
het licht 's nachts doofde mijn ogen.

De bossen vond ik nooit terug.

vrijdag 16 maart 2018

Het overzicht

Het overzicht


De volgende tekst
kan worden gezongen
op de wijs van de naderende orkaan.
Hou je niet in. We kunnen iedereen
negeren en brengen zo alle
komende ochtenden tot staan.

Nu komt aan alle huizen een einde.
We kunnen onze beginselen verkwanselen,
makkelijk, in gewetenloze nevels.
We kunnen niemand erkennen
als gelijkwaardig, verschanst
achter scheurende gevels.

Het vlees van de boomgaard bloedt open
en rijpe vruchten strelen mijn voeten
zodra ik mijn abonnement opzeg.
Je ziet alleen wat getoond wordt.
Waarheden aarzelen als een everzwijn
en haar biggen aan de rand van de bosweg.

Het overhemd kende ooit een groter
inhoud, het colbert glijdt op de grond,
de avond valt, de weduwe breekt
en de hond slaat aan. Niets helpt.
Controleer de bandspanning, hou overzicht
en wacht af tot het beest oversteekt.

Voorkennis

Voorkennis


Ik leg een oor
tegen een muur
en hoor mijn hart kloppen,
alsof het naar buiten wil.

De wind probeert het,
maar dringt niet
tot me door.

Rioolbuizen,
watertoevoer,
glasvezels
en aardgasleidingen
doorkruisen de bodem
waarop ik het einde verwacht,
maar daar zijn vloeren voor,

hier waar ik leef
zonder voorkennis.

dinsdag 13 maart 2018

Glinstering

Glinstering


Zijn herten, het grind
op de oprijlaan, mijn kinderen,
daar draait het om.
De bomenrij langs het graspark
en glinsterend glanswerk
in zijn fontein, oké.

Hier in zijn woning
alles elektronisch, zelfs de stoelen.
Voelhoorns en camera's tasten langs
de muren van de kamer die altijd
net behangen is,
modern fris als de gevangenis
die het is.
Opgenomen conversatie
wordt afgespeeld, meer niet.

Nog slechts de alledaagse beginselen
aanwezig, deze schijnzomer.
Net als haar jurken, de buurtsuper,
mijn goede bedoelingen.
De kinderen stal zij mee, naar hem.
Op vakantie van mij, zegt ze, en
daar toost ik op.

De tv naast de rozenvaas fluistert
vingervlugge reclames,
illusies, handenspel.
Ik blijf inschenken,
schud ijsblokjes rond
en drink tegengif tot de bodem.

Oké,
hij is de baas, is het niet zo?

zaterdag 10 maart 2018

Belangstelling genoeg


Belangstelling genoeg


Maak me.
Lach als het beslist minimale
het uiterst maximale
uit de wolken valt
in de automatiek ginder
tussen het vet.
Dat heet hier cultuur.

Ego-Legokubusflats buigen
naar de zon om nog licht
te vangen.
Bushaltes ook.
Spelende kinderen, hun geluid klatert,
klautert tegen beton omhoog en valt
op groenstroken, glas en staal.
Dat heet hier design,
een maakbaar ontwerp.
Maak me, maak me.

Ja, het is ontzettend interessant meneer.
Ik amuseer me kostelijk, vorstelijk
werkelijk waar.
Educatief ook, die vergoeding.
Ik kon toch ook niet
weten dat verkoop niet op maandag valt,
(s)pion tussen coulissen.
"Geef eens een vijfje, Frits,
ja, dank je wel, ‘s goed zo."
Dat heet hier belangstelling.
Iemand nog een wethouder nodig?

Maak me, maak me,
raak me in de pijlers van mijn ik,
terwijl een grote boom valt
en mijn tante knipt, kadert.
Dat heet hier kunst,
zeg maar: art.

woensdag 7 maart 2018

Hoe het weggaat


Hoe het weggaat


En dan
vergeet ik
eerst de familienaam,
dan haar voornaam,
dan de naam
die ik haar gaf
's nachts.

Daarna
vergeet ik
haar glimlach,
haar mond, gezicht,
hals, schouder,
haar bestaan
ooit.

Het laatst
verdwijnt de vlinder,
haar vingers
die mijn arm aanraken,
de blik in haar ogen,
het lied dat ze zong,
mijn naam
op haar lippen.

En dan
verdwijn ik,
en dan

zondag 4 maart 2018

Oprichting

Oprichting


Te lang in de zeewind
van eenzaamheid.
Lege verwaaide takken wezen
landinwaarts.

Schepen verdwenen
achter de horizon,
zonder mij.

Ik richtte me op,
keerde me om,
en zag de storm
naderen.

Dat duurde
de rest van dat
gewortelde leven.

vrijdag 2 maart 2018

Na je vertrek

Na je vertrek


De hulpdiensten
begraven je kleren
en dansen onnadenkend
door bloemenkransen
en waxinelichtjes.

Ze missen je niet,
vergis je niet
in hun bewegingen.
Ze komen en gaan,
hun neiging tot reiniging
neigt naar waarheid.

Je gaf hen je naam
en nu spreken ze je uit
in de stadskrant
en je kunt niet veel meer doen
dan luisteren.

In datacenters
worden je gegevens
eindeloos gekopieerd
van server naar server
en bewaard, en niemand
zal je terugvinden.

Je graf wordt geruimd,
je oogst omgeploegd,
je lessen genegeerd.
Het zoeken en vinden stopt.
Een volgend slachtoffer
is al onderweg,
en vertrekt voorgoed.