maandag 13 juni 2016

Op doorreis

Op doorreis


Soms denk ik dat ik verkeerd ben,
verdwaald, misplaatst.

Toen ik wachtliep
op de graanvelden van Calabardina,
kwam een oude man naar me toe
met een kromme stok,
en hij sloeg me dood
eer ik wist wat er gebeurde.

En
na een lange avond in wat herbergen
liep ik aangeschoten door de haven.
Ik werd aangeschoten door een vreemdeling,
hij verdween voor ik hem herkennen kon.
Ik werd aangeschoten met mitrailleurvuur.
Helikopters richtten zoeklichten op mij
en de huizen. Ze schoten raak.

En
ik herrees uit de dood,
zoals zovele malen eerder.
Ik danste door de straten
en nam mijn intrek bij
Angelina-met-de-grote-ogen.

(Naast het huis was een garage
waar ze ‘s avonds laat doorwerkten.
Uit het raam zag ik licht en schaduw,
en kon ik een radio horen spelen.)

Soms weet ik dat ik verkeerd ben,
vraag ik me af
hoe dat gekomen is
en of het ooit zal overgaan.

januari 1971