maandag 7 augustus 2017

De naaldhak


De naaldhak


Er slijmde een naaktslak
over mijn mouw,
een remspoor, zeewier
van schouder tot elleboog.

Ik zat elfhoog
en wipte het beest
over de afrastering
van het balkon.

Uit het bed
dat 's nachts verdrinkt
herboren in inkt
bij daglicht,
in vrije val vanzelf droog,
en zo lang mogelijk
levend
tot het raakvlak.

"Ik denk
dat het ooit nog goed komt,
dat ooit het einde komt",
denkt het weekdier,
en het eindigt
op pas gemaaid gazon
en platgetreden tegel,
onder een naaldhak.