dinsdag 6 september 2016

Dag in dag uit

Dag in dag uit


Adem in.

De onverbeterlijke dichter
herkent vergetelheid,
laat zijn sporen na
op het altijd te ruime papier
in toekomstig verleden tijd.

"Ik denk, dus ik vergeet",
schrijft hij,
bij gebrek aan zekerheid.

"Dit doet de dag met me:
gevoed door wat me doodt,
groeiend tot wat ik niet herken,
leegstromend in een zee,
en altijd strijdend,
ontevreden uit onbegrip."

Hij leest in de ochtend
ongeremd de restanten,
de ledigheid.

"Ik wou dat ik dit geschreven had,
maar het schreef mij."

Adem uit.

Uit: 'Voortvluchtige Poëzie', Heimdall 2105