woensdag 26 oktober 2016

Seizoensgerecht

Seizoensgerecht


In het lage najaarslicht
staat ze bij het aanrecht
met een glas wijn.
Ze luistert naar de merels
en pelt tomaten in de avondzon.
Ik zit met mijn rug naar
mijn vermoeiende bezittingen.

Ik zie hoe ze kookt.
Haar lippen kussen
een meegezongen lied.
Ze reikt naar het keukengerei,
proeft saus van haar vingertoppen.
Wie zal het eerste gaan,
wie de ander volgen.

Vallende bladeren maken plaats
voor het volgende seizoen.
"Het is klaar nu. Kom op," zegt ze.
"Jij steekt de kaars aan."
Acceptatie en dienstbaarheid,
woorden met zin en waarde.
We eten, praten, gaan naar bed
en slapen.