dinsdag 24 januari 2017

Overnachting

Overnachting


De man van het motel
overhandigt je sleutels
en ik zie hem denken:
"Wat ‘n stuk."
Ik heb haast
en luister
naar de dalende lift.

Ik weet nog waar het was
dat het gedicht me riep,
niet waar ik sliep,
niet op straat
waar de kinderen,
de anderen,
speelden.

Je zwijgt naast me
als een lege kamer
en kijkt me niet aan.
Niet in de bomen,
niet in de rivier,
waar woorden wegdoken
voor mijn handen
en ik volgde.

Ook niet boven
terwijl ik je uitkleed.
Ik ga een beetje dood
zonder het te willen
als je zo dicht bij me bent
en zo ver weg.

Uit 'Voorgoed genezen', Heimdall 2016.