woensdag 23 september 2020

Vader bevrijdt de duiven

Vader bevrijdt de duiven

(Onder de duiven II)

Vader verloor zijn ziel na de verhuizing van dorp naar stad, zonder duiven om te melken, zonder land om te bebouwen, met een terras ‘waar je overheen kunt pissen’ en een fietsschuur ‘waar ik m’n kont niet kan keren’. De verkoop van de houtvoorraad, machines en vooral van het perceel financierde het pensioen.

Het was een zwaarbewolkte dag, maar het zou droog blijven op de bevrijdingsfeesten in het stadscentrum. Wij stonden op het schuurdak en inspecteerden de verse afdekking. Ik rook teer, konijnen en zware shag. Vader droeg een kaki stofjas met geruite pet en zo was hij weer de vader uit mijn jeugd, niet de onbekende nette heer die hij van moeder worden moest, zonder wijsvinger en pink links,
met de geknakte rug
van een ontwortelde gebochelde.

Hij schouwde de wolken nog elke zondag naar passerende postduiven. We keken zwijgend toe hoe vuurpijlen opstegen,
pal onder de wolken ontploften
en als tongende vlammen neerdaalden.
'Houdeng: wachten. Noyon: 7 uur gelost',
imiteerde ik in die geest.
Hij trok zijn mond scheef, rochelde
en spuwde in de brandgang.

'Dat is voorbij, jongen.
Ze zouden de weg niet meer weten.
Ik heb ze verkocht,
ze zijn alleen nog goed voor de fok.
Ze willen terug naar mijn hok
en dat is er niet meer.'
'Nee.'
'Ik mocht ze tijdens de bezetting
ook al niet houden, de Mof meende
dat ik er berichten mee zou verzenden,
voor het verzet.'

Ik bekeek struiken, heggen,
buxus, heesters, olijfbomen,
bramen, rozen en lelies
rond gazons en fietsschuren.
Nergens konijnen, kippen of duiven
opgesloten in kooien.
Moeder stond op het balkon.
'Moeder staat op het balkon, vader.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten