donderdag 7 juli 2016

Nooit

Nooit


Nooit is het hooi zo mooi
rood geweest
als toen het brandde, maar
daarom is het verschil
onduidelijk, en uw zuidelijk
temperament ontbloot op
de vleesschaal met slablaadjes:

het is geen grap. Ik probeer
niets, geen kitsch of zo,
maar u kunt me niet
weerhouden te leven onder
uw vloermat, in uw straten,
uw stegen, steden.

Ik kijk monter naar u
door uw montuur heen. O ja!
De brommers zoemen in de
verte, maar ik weet hoe de
nacht is.

De zeeman: uw mening:
het bestaat niet,
nooit.
(zomer 1968)