dinsdag 10 april 2018

De steen

De steen


Hij herenigde
broekriem met pantalon,
pantalon met benen,
en schoenen
met de voeten
die hem droegen.

Zijn mond
vormde het gebaar
voor 'glimlach',
zijn ogen niet.

Hij wachtte beneden
op zijn vrouw.
Dat was nog alles
wat hij deed,
wachten.

Staar op hem neer
beregende standbeelden
en blijf zwijgen,
onwetend.
Uw blik stenigt me,
mogelijke zoutpilaar,
rots in wording.

Erkenning onbereikbaar,
herkenning al voldoende.
Kom tranen, breek
deze steen
in zijn hart.