woensdag 26 april 2017

Balans

Balans


Ze gaf me
alles
wat ik nodig had

tot ik
alles wat ze gaf
nodig had.

Als je
alleen bent
zijn er
meer nachten
dan dagen.

zaterdag 22 april 2017

Bezoek

Bezoek


Kwesties van voorbereiding
en zelfkastijding,
kermismolens voor de ogen
van moede mensen,
die onafgebroken feliciteren
met verjaardagen en zo.

Minstens kosteloos consumeren
kan verlichting brengen,
maar weinigen zijn zo gelukkig
die ingang te vinden.
De rest verkoopt bloemen,
vouwt papieren olifantjes,
schrijft brieven.

En nog minder,
om niet te zeggen vrijwel niemand
lukt het regen op te vangen,
en dat zijn
de volledig onbekenden
aan mijn voordeur.

Zonder kennis en ervaring,
en irritant beleefd,
beoordelen zij mijn leven.

dinsdag 18 april 2017

Damsterdam

Damsterdam


Werp een dam op
tegen de duisternis
van vervreemding
en knechting.

Bouw grachten
om je vrijheid,
dienstdoende
bruggen, dijken.
Durf geen tol
te eisen.

Herken de ander
in jezelf.
Overal spiegels,
in winkelruiten,
grachtwater
en vooral ogen.

Huwbare boten,
schuiten, gondels,
wachten op hun tijdelijke
roze vracht.
Vrees alleen de nacht
van eigen kweek.
Laat je aan boord hijsen.

Hier achter de dam
tegen achterlijke
angst voor het onbekende.
De dijkbewaking is alert.
Deel de naastenliefde
die in elk van ons huist,
waar zij thuishoort,
in onthechting.

dinsdag 11 april 2017

Op de veranda

Op de veranda


Een trage carrousel van sterren
in het oosten van de zomerhemel.
De omfloerste maan siddert
in de hitte van naburige daken.
Zwaluwen vangen dansende muggen.
De kat wil haar avondmaal.
Op de zoele veranda strooi ik
bruine brokken in haar kom.
Ik wil de donkere vacht strelen,
en meer hoef ik nu niet te weten.

In mijn huis hoor ik het lachen,
praten en zwijgen van beminden.
Mijn dochters rollen deeg uit,
fruiten uien en tomaten.
Mijn vrouw borstelt hun haar
tot het knettert. Alles precies
zoals ik het achterliet en het wil.

Het diner suddert op het fornuis.
Op het tafelkleed wachten diepe borden,
basilicumblaadjes op de snijplank.
Ik wil de rijke saus ruiken.
Ik wil hier buiten blijven
terwijl de wereld kantelt
naar slaap. Wat ik liefheb
mist me, roept me binnen.

Uit: Zomer, zinderende gedichten
(Spleen, Amsterdam 2017)

donderdag 6 april 2017

Zweepslag

Zweepslag


Ben ik niet meer,
en toevallig,
dan het eerste boomblad
dat de tak verlaat
dit jaar.

Mijn spontaan
ontstaan,
mijn omslaan
is mij ontgaan,
mij ontslaan
drong aan...

Hoe ze naar me kijkt,
naar me reikt,
of is dat de slag
van haar vleugels
en zijn haar ogen
deel van de zweep.

De omslag,
waar ik op slag
van krom lag,
per klokslag
vol ontzag
achterom zag...

De knoop aan het einde
haakt in mijn vlees.
Een vlaag van
verstandsverwijdering,
meer niet.
Geestverzuiming.