donderdag 30 juli 2015

Ontdekking

Ontdekking


Daal eindelijk af
in de vallei,
los op in duisternis.

Staar zonder begrip
in het spiegelmeer
en peil de diepte.
Een lach
breekt het glas,
herinneringen vluchten.

De zon nadert.
Dit is de laatste nacht,
voel het warme licht,
hoor voetstappen
op bladeren en mos.
Volg me.

Hele scholen woorden
nog onder water.
Drink van de beek,
versplinter en verdwijn.
Volg me,
ik volg mezelf.

Hier waar wij
samenvallen
is te weinig tijd,
er is altijd te weinig tijd.

woensdag 29 juli 2015

Ooggetuigenverslag

Ooggetuigenverslag


00000 Met de klank van een samenzweerder,
een slangenbezweerder in een film,
en het vrijwel oneindige
vermogen na de dood van zijn moeder,

00001 staarde hij gefascineerd naar het scherm,
negen dagen lang.
“Ik heb misbruik gemaakt
van mijn positie bij de politie
en de verklaring lag in het vertrouwen,
en ligt in een la ergens.

00010 Wel is er de complicatie
van tactiek en strategie,
maar de grimmigheid,
en vooral de schimmigheid
van de civilisatie
is radicaal anders, nietwaar?

00011 Mijn hoogbejaarde grootvader
op de voorste helft van het schip,
voelend naar aardappelen...
Ik verzoek uiterste attentie,
al is het lood om oud ijzer,
want de laatste concrete
vergissing van de vijfentwintig
is onvergeeflijk.”

00100 De fruitplukkers in de gloeiend
hete halogeenzon,
nog geen uur later waren ze
geheel ingesloten door de bewaking.

00101 Er waren ook andere vormen
van begroeiing en besnoeiing,
maar niemand kende die nog.
Het was duidelijk.
Het moment leek gekomen.

00110 De allesdoordringende ogen
van de onschuldige schaapjes,
terwijl haar vingers automatisch
de vereiste bewegingen bleven
uitvoeren,
in overweging nemend de honger...

00111 Maar hij had er nooit werkelijk
de tijd voor genomen,
de strijd opgenomen,
het werd allemaal elektronisch
gereguleerd en verteerd
en verleerd!

01001 De snelheid van zijn reactie,
de snelle greep naar de revolver,
en de merkwaardig juiste intuïtie...
Hij liet de pamfletten rondgaan,
liet zijn mannen rondgaan,
en terwijl ze elkaar de handen drukten
werd al het personeel verwijderd,
en de apparatuur werd
gevangen gezet in de cellen
van de stadsgevangenis.

01010 “We hebben het aangehoord.
Nietwaar, vrienden
en liefste,
en elke poging van zijn kant
mij van kant
te maken zal faliekant
fout lopen, begrepen Johnny?”

01011 “Ik kan u het schip niet
toevertrouwen, mijn vriend”
Niet, niet, niet,
nee, maar de kraaien mogen wel,
is het niet zo, Geronimo.
Ik beschouwde u als
mijn vijand.
Kan ik u niet vertrouwen, dan?
Als ik mijn vijanden
niet eens vertrouwen kan,
waar moet ik dan heen?”

01100 Een ineengedrukte positie
kwam van pas.
Het zelfmoordcommando
glimlachte slechts
in de halogeenzon.
De acceleratie was onbeschrijflijk.
Het kostte de grootste moeite
de opwinding in bedwang
te houden, op dat moment
van heilige lawaaierigheid,
maar alles is nog niet
verloren.
Het koren is nog steeds groen.

01101 De mensen op de
sleutelposities
bij de reutelpolitie
hervatten hun normale werk,
en de bedelaar
zoekt zijn armoe bij elkaar,
maar alles is nog niet verloren,
liefste.

01110 Zijn optreden en woorden
waren automatische reacties.
De dunne sneeuwlaag
op zijn gezicht was een vergissing,
een speling van het lot,
en een toeval van de natuur.
Rubberschoenen,
schokvrije horloges en zo
beschermden de aanwezigen
tegen ernstig letsel,
maar wat waren ze van plan?

01111 De eenvoudigste hypothese
is veelal de juiste,
en slechts een seconde later
ging er iets mis bij een overschakeling.
Tandwielen ratelden
en leidingen reutelden.
De emotionele onevenwichtigheid,
toen de bomen omvielen in de stroom,
verbijsterde de toeschouwers
oorverdovend.
Het was een kwestie van snel
handelen voor de fruitplukkers.
Enkelen leidden persoonlijk
de expeditie.
De meesten participeerden
en deden mee.

10000 Maar toch was het allerminst een-
voudig: de dansers op het
zilveren strand sloegen hun
tamboerijnen tegen de branding,
en Marjolein lachte de hele
nacht lang

10001 achter slot en grendel,
maar over de drempel van de tempel,
Western Avenue, de
omvergeworpen metalen carrosserieën
van vrachtwagens, bussen en auto’s...
Ben niet bang, liefste.
Een enkele wist,
een enkele verpletterende voet...
waanzinnige gedachten.

10010 Plotseling en spoorloos.
Hij wist dat hij zou sterven.
“Vervloekt zijn jullie allemaal!”
schreeuwde hij nog enkele malen.
Uit elkaar gescheurde boeken,
geplunderde restaurants,
loeiende koeien,
geweren,
misdadigers
in uitstekende staat,
met uitstekende staat
van dienst.

10011 Impulsieve vriend, luister naar
het zingen van de motoren
en het zoemen van de leidingen,
vermoeide accordeon.
Ze had lef.

10100 “Je bent alleen maar een
gluiperige, smerige aap
met de smoel van een...”

10101 Ik voelde me belazerd toen ik op
het kale kantoor aankwam.
Niemand gaat er met mijn spullen
vandoor, helemaal niemand,
voel je, liefste?
De sirenes sterven weg.
De stilte valt onder de
gloeiend hete halogeenzon
tussen de houten bureaus,
maar zorg maar dat je morgen
klaar gekomen bent met de rotzooi.

10110 De minuten tikken voorbij
voor de fruitplukkers.
Ik ben blij dat je er bent, vriend,
op je sleutelpositie,
met de snauwende close-up
van eenvoudigweg de
krankzinnigheid van het systeem.
Niets is te verklaren
op deze simpele manier.
De oude dame gaat zich
kennelijk zorgen maken en dat
doet me ontzagwekkend veel
plezier, mensen,
onthou dat.

10111 Die paar jaartjes extra.
De loeiende claxons.
“Ik heb nog nooit in zo’n ding
gereden”, zei de agent.
“Het is verregaand, nietwaar, vriend?
Maar je wilt natuurlijk weten
wie ik ben.
Welnu, dat wil ik ook.
Een populaire misvatting.”

11000 De verpletterende handdruk
van een lang vergeten oude man,
hoe heette hij ook alweer.
‘Het is zo ontzettend serieus bedoeld’,
dacht hij destijds.
Vreemde, verschrikkelijke stormen
beukten en kreukten het schip,
het heilige schip.
Ze zijn perfect gebouwd,
in ieder geval.
Een knappe schooljuf.

11001 Ik kon toch beter opschieten
en schoot ook beter op.
Schoot ook beter op blikjes.
Zoiets kan gebeuren.
Marjolein lachte opnieuw een hele nacht.

11010 Ze zullen het nooit weten,
de broeders in het fort.
De lange klim omhoog begon
reeds lange tijd geleden.
Zijn analyse was juist,
Mijn Anna-Lieze was juist twintig.
Onze analyse leek als een luchtkasteel
zo sterk.
Boodschappenjongens sterven,
maar niet uit.
Misschien willen ze niet.

11011 Zacht kreunen.

11100 De taal van het geld, liefste.
Een blonde reus staat
op de drempel van de tempel,
onnozele hals.
Niemand kon op die afstand missen,
behalve hij.
Niemand, helemaal niemand werd
gewond, laat staan geraakt.
Wellicht was het opzettelijk.
Grootse plannen bestonden toen al.

11101 Lief publiek, lieve gaaien,
lieve papa-gaaien, autoportiers,
garagedeuren, zwoegende
motoren la la la...
Een hoge fontein van gekleurde lichten,
een machtig stuk vuurwerk,
om het uurwerk.
Sjofel opdraaimodel.

11110 Abrupt einde. Verouderd.
Roodborstjes, halogeenzonnen,
tuinplukkers, zwoegende honden
en bewegingloos geworden bomen
dansen.
De poorten van groen ruiken naar vers
brood op woensdagmorgen.
De agent is een vetbuikige zeehond.
“Moge de hemel het u vergeven”,
schreeuwde deze luid luid luid!
Vochtige ogen,
doorgelopen schoenen,
lekkende vulpennen,
allemaal symptomen en symbolen.
Kent u kunstjes?

11111 Abrupt einde.

winter 1969 – 1970

Les 9: De sigaret

Les 9: De sigaret


In de serie Gereedschap,
in deze sessie: De sigaret.

Drie liggen gerold gereed
tussen hamer en zaag op de blokschaaf.
In de vlam gezogen
tussen opa’s lippen:
het vuur in de schuur,
de schroei van de huid,
opa’s ‘godverdomme, godverdomme’,
wiekende duiven die schrikken
van geur en gillen:
het kind leert zwijgen,
net niet stikken, pijn slikken,
leert af iets te willen -
‘Breng dat jong eerbied bij
en afstand.’

Ouder,
tot de tanden gewapend:
een matglazen glimlach
houdt elke hulp op afstand.

‘Doe net of je thuis bent.’
Ja, daar werd ik goed in.
‘Schrijf het van je af’
zegt de vertwijfelde leraar -
‘Doe dat eens voor dan, hoe moet dat,
leer me dat, extra les 16?’
smeekt de ongerijmde dichter,
vissend naar woorden.

Voeten: sluip, ren.
Handen: open deuren, duw iedereen weg.
Geld: bus, trein, boot, vliegtuig.
Doel: de doelloze vlucht.

Tot in details gehavend,
verdoving verslavend,
alles op afstand,
mijn ziel een zombie -

Volgende les: een combi
van de priem en de riem!

Blijf oefenen!

dinsdag 28 juli 2015

Groentesoep

Groentesoep


Ik doorlepel mijn bord groentesoep, blazend,
en laat klei aan mijn laarzen drogen.
De regen blijft buiten.
Het café verwerkt de kater van gisteravond.

Tabellen aan de wand,
overtochten, tarieven, ladingen.
Ik ben eindeloos ver
in een altijd koude bestelwagen
met werkende ruitenwissers.

Neem dit mee.
Neem dit mee naar je verleden, ja?
Ik weet hoe over het water te komen
zonder kaartjes,
onthou dat.

Niet meer dan stuiptrekkingen,
ik weet het,
maar toch,
het beweegt.

maandag 27 juli 2015

Of ik al klaar ben


Of ik al klaar ben


Geen naam
belichaamt haar volledig.
In dit warenhuis
waar zij tastbaar is,
ben ik en neem ik
wat zij geeft.
Ik benader omzichtig
mijn doodlopende weg
en vinger door een
rolodex van
colberts met 20% korting,
regular size, XL.

Mijn naam
passeert haar hals,
stembanden, tong en lippen:
zij herkent mij nog.
De verbindende lucht trilt,
de vuursteen hakken
van haar stiletto's
slaan luide vonken
in de afgemeten,
afnemende
afstand.

Haar manen verwaaid
in de airco,
kledingverf,
parfum, zweet,
en ze heeft net koffie op,
verboden vrucht,
rijp en niet afwachtend,
niet verlegen verleiding
onder liegende verlichting
en dwangmuziek.

Haar herfsthanden
kiezen een lentejurk,
zij blijft zichzelf,
samengevat strak
in een mantelpak,
low waist, skinny fit.
Haar uiterlijk
is innerlijk binnenstebuiten,
modieus en monomaan.

Mijn ogen zwerven
over haar push-up balconette.
Ik sta zichtbaar in de weg
bij de fitting room
en het warenhuis dwarrelt
en schuifelt,
schaamteloze scharrelroedel.
Ik word een dakloze
met uitverkochte krant
en hoor hier niet thuis,
afgedwaalde, overjarige,
verbaasde consument.

Mijn alibi kent geen naam.
In het pashok verleg ik
een ad hoc lichaamsdeel
naar links.
Ik pas jachtig een colbert,
mijn vingers openen
steek voor steek
het nog maagdelijke borstzakje,
en zonder overgang
stroomt mijn rivier
in haar oceaan,
in ondiepe gedachten,
in troebele geest.

'Ben je klaar?'
vraagt ze bij het gordijn.
Ik opteer voor cappuccino
als naspel.

zaterdag 25 juli 2015

Vergeefse duinwandeling


Vergeefse duinwandeling


Zij strandde op wandelpaden,
ik struinde door duinen,
en er was geen vergeving,
geen vergelijk.

Er was geen gedicht.
Ik bekeek wolken,
en eenmaal los van de aarde
hervond ik de vlucht.

Er was geen thuiskomst.
In betonnen meningen bleek
haar bestelling,
haar recept
al vastomschreven
terwijl we het paviljoen
nog moesten betreden.

Er was geen zingeving.
Soms loopt het zo af.

zaterdag 18 juli 2015

Een volgorde van dorpen


Een volgorde van dorpen


De problemen beginnen
als het werk gedaan is.

Ik wil vooral
mijn lezers ontwrichten.
"Ik begin elke dag laag",
bijvoorbeeld.

Het onnadenkend mes
van de nostalgie
snijdt waar het pijn treft.
Ik stapel woorden
om dit zwijgen.

Een ontroostbare gebarentaal,
een volgorde van dorpen,
gezichten, lange nachten
en mistige snelwegen,
meer niet.

Iedereen denkt aan mij,
grote lagen van de bevolking
ontkennen mij,
elke dag nadert.