zaterdag 25 juni 2016

Hulpeloos

Hulpeloos


Haar ogen,
peilend,
ontwijken, andere richting,
de muur, iemand anders.

Mezelf betrappend
op staren,
op horen,

terwijl ze serieus probeert
een gesprek met me
aan te knopen - 

Ik staar, ik hoor,

haar handen, de vingers -

4 september 1972

vrijdag 24 juni 2016

Geluidsbarrière

Geluidsbarrière


'Dan zet ik de headphones hard,
echt loud, weet je wel,
‘s avonds als 't stil is buiten,
en dan doe ik 't licht uit,
op 't leeslampje en de led van de versterker na,
en ik lees
alleen in de grote witte stoel,
de voeten omhoog op de koelkast,
heerlijk',
brulde hij in mijn linkeroor.

Ik keek hem aan
en schudde mijn eh-dinges
rond in het glas.

Ik dronk,
keek naar het stuk aan de overkant van de bar,
en riep boven het lawaai uit:
'Dat doe ik ook wel ‘ns, ja!'

Hij verstond me niet.

Uit Naar Morgen 14, Opwenteling, juli 1974

maandag 13 juni 2016

Op doorreis

Op doorreis


Soms denk ik dat ik verkeerd ben,
verdwaald, misplaatst.

Toen ik wachtliep
op de graanvelden van Calabardina,
kwam een oude man naar me toe
met een kromme stok,
en hij sloeg me dood
eer ik wist wat er gebeurde.

En
na een lange avond in wat herbergen
liep ik aangeschoten door de haven.
Ik werd aangeschoten door een vreemdeling,
hij verdween voor ik hem herkennen kon.
Ik werd aangeschoten met mitrailleurvuur.
Helikopters richtten zoeklichten op mij
en de huizen. Ze schoten raak.

En
ik herrees uit de dood,
zoals zovele malen eerder.
Ik danste door de straten
en nam mijn intrek bij
Angelina-met-de-grote-ogen.

(Naast het huis was een garage
waar ze ‘s avonds laat doorwerkten.
Uit het raam zag ik licht en schaduw,
en kon ik een radio horen spelen.)

Soms weet ik dat ik verkeerd ben,
vraag ik me af
hoe dat gekomen is
en of het ooit zal overgaan.

januari 1971

maandag 23 mei 2016

De Vredesduif

De Vredesduif


Zó ga je met mensen om
sinds 1912, zo gewoon en niet anders,
de beste opleiding vooreerst
levenservaring en humor.
Luister naar de biechten en verhalen.

In een bocht van de Tongelresestraat,
tussen biljart en gokkast,
sigaretten en prijzenvitrine,
naast rookruimte en de spaarkas
die de Kindervrienden met Sinterklaas
leeg zullen halen,

zoekt Tongelre vergetelheid
en tevredenheid,
proost het, vindt het troost
bij jukebox en televisiescherm,
in de warmte van De Beer,
onder de vleugels van De Vredesduif.
Het ongedwongene,

het luisteren, dát is wat zij beheerst,
Hennie in Café de Beer.
Lief en leed wordt gedeeld
met deze zorgverleenster,
nieuwsbron en raadgeefster ineen,
want zó ga je met mensen om.
Tussen pindaschalen

op Perzische tapijtjes,
het bier op de Dommelsch viltjes,
de blocnote waar de rekeningen
niet voor het eerst
wachten op betalen,

laat zij ouderen en jongeren
uit liefde niet verhongeren
in Eindhovens Tongelre.

maandag 9 mei 2016

Haar adem

Haar adem


Ik schrok wakker
van een droomgeluid,
een zucht?
De nacht rekte zich uit
en graasde verder.

Een scheur in het plafond.
Een verlaten huis met een vergeten pop
op een keukenkastje.
Bromfietsen voor een autorijschool.
Wind en regen.

Lege bierflessen in een krat,
Drie geroeste fietswielen
in een overwoekerde tuin,
sprakeloos, spakenloos.
een rij populieren,
uitgeschoten spruitstokken,
februari.

Haar adem in mijn gedachten
na een wandeling.

donderdag 5 mei 2016

Geen bevrijding

Geen bevrijding


In de nacht
sloegen ze op zijn deur.
Altijd paraat!
De vijand waakt,
noodrantsoenen op voorraad.

Spoedinspecties
van zijn jong gezin,
badend in die ongedeelde,
onoverdraagbare angst.
Wat er ook was bevrijd
in dat land waarin hij
als vreemdeling
voorgoed nooit terugkeerde,
hij was het niet.

En om hem heen
misschien groei, opbouw
en zelfs voltooiing
maar nooit vrijheid.
Het heette toen nog geen
posttraumatische stress-stoornis,
mocht geen naam hebben.
Hij moest maar flink zijn.

Mijn vader
werd nooit bevrijd.
Hij had geleerd
in de Duitse kampen
dat de vijand in elk van ons huist,
en hem blijvend zou omringen
tot zijn dood,
zonder hoop op bevrijding.

Op jullie bevrijdingsdag
hangt mijn zwarte vlag
halfstok.

woensdag 4 mei 2016

Herkenning

Herkenning


Er is enige troost in herkenning,
zeker,
het weten niet alleen te zijn.

Daarnaast teleurstelling:
het beseffen niet uniek te zijn.

"Dan ga ik af en toe
zomaar de stad in", zei hij.