maandag 2 oktober 2017

Ik zie Elvis


Ik zie Elvis


Elvis, ik zag je
in wolkenformaties
en schaduwvlekken
in de tuin, net echt.
Ik liep aan.

Niets houdt ons tegen,
muzikanten, volgelingen,
fans op bedevaart naar je
magnetische landgoed,
3764 Elvis Presley Boulevard,
Memphis, Tennessee,
tickets in de aanslag.

Elvis, ik zie je
passeren in een venster
van een Greyhound bus
op Memphis Bus Station.

Leid ons
door je Music Gate
via je marmeren graf
in de Meditation Garden
naar je Wall of Fame
en Jungle Room.
Wij beroeren vol emotie
je golden doorknobs
en schuifelen stapvoets
eerbiedig zwijgend
langs icecream-witte meubels
en Disney gordijnen.

Elvis, ik zie je
in een kassarij
van de Memphis Walmart,
Supercenter.

Je verving army boots
door blue suede shoes,
legergroene jeeps en tanks
door pink Cadillacs,
de maagd Maria door Priscilla,
heilige polka en marsmuziek
door heidense shuffle en rock
in het tempo van de hartslag.

Elvis, ik zie je
in de handdoek
op de badkamervloer
van je **** Heartbreak Hotel,
3677 Elvis Presley Blvd.

Trakteer ons op
uppers en downers,
burgers ‘n’ fries,
coke ‘n’ root beer
in het Rock & Roll Cafe
tot we opzwellen
en zingen voor ons idool, de King:
'One for the money,
two for the show...',

en Elvis zien
waar wij willen.

Uit: 'Voorgoed genezen', Heimdall 2016

zaterdag 30 september 2017

Terug in Moergestel

Terug in Moergestel


In een droom kon ik ontwaken
aan de hand van mijn vader
en ons pad liep langs de Reusel
over oude dijken, welig struweel
stroomopwaarts om samen te vissen
onder ogen van watersnip en reiger.

Alles stroomde als water over
weilanden groen van de regen.
Uit de herdgang van de gemeente
en zandwallen moerwaarts
langs de Heilige Boom naar Allemansven,
ik met hengels en vader met zijn verleden,
ik de volgende zoon, vader de zwijger.

Alles en ik werden anders, vader
ging mij voor en zelf werd ik vader.
De Gebroeders Van Bommel bleven,
schoenmakers tussen Gesselse mensen.
De economie werd de wet, bracht forensen
en als beken stroomde het leven verder.
Het dorp kent historie en toekomst
de beurs alleen daler en stijger.

Precies centraal in de Benelux,
open en besloten tussen A58
en Oisterwijkse bossen en vennen,
ontwaak ik in tranen en zoek mijn weg.
In nieuwbouw, wegennet, verzakkende riolen,
beton en cement, troffel en truweel
staat de toekomst in de steiger.

Wie-Kent-Kunst en Landjuweel,
Gèèselse Ermelindis de reuzin,
in processie met gebedenboek en lelies
in brons of in katoen, zijde en fluweel:
alles weerspiegelt het eigene van Moergestel,
waar ik met de Pierewaaiers op café
en het vloeibaar goud van de brouwerij
het veranderen van de wereld niet langer weiger.

maandag 28 augustus 2017

Treinstel

Treinstel


Sinds zijn ontslag lopen treinen op tijd
en komt hij nooit te laat. Hij blijft draaien
onder het hemelse niets en past de klok aan.

'Stoute, stoute spiegel', zingt zij sprakeloos
uit een bodemloze hel dicht naast hem.
Zij blijft alleen, het beeld ontkent niets,
liegt niet, genadeloos.

De altijd aanwezige
afwezigheid
van hun dochter
maakt de wereld niet relevant,
de bestemming voorspelbaar.
Een perron vol bezigheid
wacht op een volgend vertrek,

maar zij wachten eigenlijk niet.
Treinen komen en gaan zonder haar.
Koffers en roltrappen ratelen,
een stem galmt bestemmingen.
Zij delen de kille zitbank en volharden.

(Uit: Afscheid II', Spleen, Amsterdam 2017)

donderdag 24 augustus 2017

Is Derrel dood?

Is Derrel dood?


Is Derrel nodig?
Nog steeds.
We laten ons nog dagelijks
verdunnen, aanlengen, afzwakken.

Is Derrel hier?
Een vleug rook in De Gouden Bal,
een tastbare afwezigheid
in vingers, ogen, gedachten,
al dan niet bewust.
Schaarser wordende
sporen slijten, verdwalen
en raken overwoekerd.

Ik mis ons steekspel
op Facebook en aan zijn tafel,
blijf nieuwe Derrels zoeken
zoals ik mezelf zoek.
Ik kom hem tegen
in andere dichters,
volgelingen, imitators.

Is Derrel dood?
In sommigen, maar niet in mij.

(Derrel Niemeijer 1977-2016)

maandag 7 augustus 2017

De naaldhak


De naaldhak


Er slijmde een naaktslak
over mijn mouw,
regel voor regel
een remspoor, zeewier
van schouder tot elleboog.

Ik zat elfhoog
en wipte het beest
over de afrastering
van het balkon.

Uit het bed
dat 's nachts verdrinkt
herboren in inkt
bij daglicht,
in vrije val vanzelf droog,
en zo lang mogelijk
levend
tot het raakvlak.

"Ik denk
dat het ooit nog goed komt,
dat ooit het einde komt",
denkt het weekdier,
en het eindigt
op pas gemaaid gazon
en platgetreden tegel,
onder een naaldhak.

vrijdag 4 augustus 2017

De woorden


De woorden


De woorden
komen vanzelf
als ik stilte heb.

Ze kijken me aan
en wachten
buiten op straat
tot ik meekom,

de stad uit,
de bergen over,
tot ik niets meer herken
en weet waar ik ben.

zondag 23 juli 2017

Geweldsinstructie

Geweldsinstructie


Wij werden
onderling gekweld,
bladerden door elkaars boeken
en lazen niets.
Het vuur versteende tot huis,
geen woning.

Zij wilde vluchten
en ik liet haar.
De afrollende horizon
van de bijrijder
overviel haar als iedereen.
Ze kwam niet ver,
bleef zichtbaar zodra
ik de ogen sloot.

Uiteindelijk
vergaten zij en ik
dat we ooit bestonden,
samen alleen,
een leeftijd geleden.

We troffen elkaar
zonder zoeken, vluchtelingen
op barricades.
De herkenning
voelde als geweld.

We wachtten
op nadere instructies,
en nu nog.

(Uit: 'Voorgoed genezen', 2016)