vrijdag 8 december 2017

Er werd gelachen (een middag met Margot)

Er werd gelachen (een middag met Margot)


Ik was maar een oog.
Ik voelde me heidens
tijdens de aanblik van haar ogen –
misschien was het begrijpen...
Het interessant blijven verveelde mij ook,
eerlijk gezegd,
maar ik was maar een oog.

Ogen moe van het zien
maar het zien niet moe.

“De zon is nu op ‘n andere plaats,
kijk maar, daar.”
(Kijk, ze ziet het.)

Ik herinner me:
een foto van een koningin aan een witte muur;
gaashekkens van minstens 2 m hoog;
kastanjes langs een landweg;
gras;
een tekenfilm over een beer;
een witte bries en natte bladeren
en haar haar in mijn mondhoeken.

Er werd ook veel gelachen.
(Maar ik was maar een oog.)

zondag 3 december 2017

De wachter slaapt

De wachter slaapt


Voorzichtig nu.
De wachter buiten slaapt
tegen de deurpost.
De hondenkop links
op de gewapende schouders
en gesloten.

Probeer
deze dode stad te verlaten
zonder opschudding
uit graven en kerkers.

Buiten de hoge muren
wacht de beloning
van de heuvels,
rustend in stilte,
afstand
en werkelijkheid.

vrijdag 1 december 2017

Naar jou toe


Naar jou toe


Toegegeven,
lang niet alles
wat ik zeg
is nieuw.

Ik kon me niet voorstellen
ooit nog te beminnen
en koos mijn vijanden
liever zelf.

Lang niet alles
wat ik zie
is nieuw,
en ook ik ben
niet meer dan een oog.
En toch zag ik
de zon opgaan.

Ik werd onderwerp
van gesprek.

Wat je met me doet
geeft me woorden
die nog niemand hoorde,
en alleen dat
geeft me snelheid
en richting

naar jou toe.

woensdag 22 november 2017

Geen zon

Geen zon


Structureel definitief
te laat, elke morgen.
Dagen vertrekken op tijd
en laten me achter
op een verlaten perron
hier in mijn woonkamer.

De stad remt me,
temt me, overstemt me.
Herinneringen
houden alles op afstand.

Ik ruim op en taxeer
hoopvol voorbijgangers.
Eenzaamheid stremt me
en dan lijkt de
dichtstbijzijnde vreemde
een vriend.

dinsdag 21 november 2017

Herkenbaar

Herkenbaar


Hier
verdween mijn moeder.

Hier mijn vader.

Hier verdween ik
in troebele mist.

Hier kwam ik terug,
anders.

Herken me
aan de gaten.

woensdag 15 november 2017

Wie volgt?

Wie volgt?


Naakt achter de handdoek om mijn lendenen,
het voorhoofd rood, stuk zeep in de hand,
net twintig jaar, met honderdtwintig anderen
kaalgeschoren in het gelid achter de vorige.
Pas twintig en ook ik verloochen mijzelf,
bij evaluatiegesprek of ontgroeningsritueel.
Liever had ik, de volgende, meer tederheid,
een glimlach of iets meer tijd gekregen:
'Wie volgt, wie volgt?'

Geen nederlaag was het en ook geen overgave,
wel een moment van spijt als om schoolverzuim.
Ik zweer je, de stoten van deze billenruiters
slaan hele legers tot horigen en vernederden,
en ik zweer op de eikel van mijn eerste druiper
dat ik die stem sindsdien levenslang hoor,
de stem die naar hamburgers en jenever rook,
de stem van het volk, de stem van het bloed:
'Wie volgt, wie volgt!'

Dat lijkt sindsdien in mijn magere armen
elke vrouw als zij klaarkomt te fluisteren.
Dat alle volgenden de handen ineenslaan,
daarom huil ik in mijn nachtmerries,
en telkens weer maak ik mijzelf wijs
dat het meer vernedert gevolgd te worden dan te volgen.
Mocht ik ooit worden tot kreupele, non, gehangene
of wat dan ook, nooit meer wil en zal ik zijn
hij die volgt, die volgt!

Heel vrij naar 'Au suivant' van Jacques Brel.

maandag 13 november 2017

Alles is een wapen

Alles is een wapen


Het liggend toneel
een wakend geheel,
de golfslag volgend.
Vonk van dans
tot de lont opbrandt,
het vuur dooft
en de zee het strand
herneemt.

Leugens van de zon
ruimen plaats
voor lege waarheden
van sterren,
en alles draait,
beter, lijkt te draaien
om waar ik sta:

waarnemer, dagzegger,
toekomstmijder, ongewapend.
Het begin blijkt
niet ver meer.
Zout in de wind,
het zand snijdt.
Herhaal,
blijf herhalen.