woensdag 4 april 2018

Geef alles namen


Geef alles namen


O kom
laten we
ons verzamelen
hier in de dag
en elkaar
namen geven.

Een uitgestoken hand
als houvast
in de schaduw
van vriendschap
als de zon
van eenzaamheid
alles brandt
tot pijn.

Ik sta hier
in mijn kamers
en het open venster
kijkt me aan.

Ik wou
dat jij
nu bij me was
waar dan ook
en mijn ogen sloot.

O kom
hier in de schaduw
in elkaar
en geef alles
nieuwe namen.

zondag 1 april 2018

Draak in rust

Draak in rust


Is het einde inzicht
of blijvende verbazing?
Ik klauwde naar verlossing
en vond de draak in mij.

Ik werd de draak,
overwonnen.
Contactloos,
vrijwillig afzien.
Wat ik ook zeg,
ik blijk onbeperkt
en tegelijk eindig.

Niets kon minder,
maar het viel van me af,
de komende dagen.
Die gingen bleven,
lege
gaten in mijn schubben,
veren, huid.
Alomtegenwoordige
afwezigheid.

Een rusteloos tasten
van zintuigen,
zenuweinden en hersencellen
naar vertaling.
Geen vermoeiing maar vermoeden.

De draak gloeit, smeult na,
hijgt met slechte adem,
wakkert het vuur aan,
net genoeg.
Ik ga vlammen.

zaterdag 31 maart 2018

Deel van mezelf

Deel van mezelf


Ik zie iedereen
als deel van mezelf,
herkenbaar in angst
en verbazing.

Mijn verleden
leunt op mijn schouders.
Een dronken kameraad
na een verkeerd feest,
hij links op het pad,
ik rechts, of andersom.
Gemiddeld volgen wij
elkaar.

Zijn zwangere adem
stormt in mijn oren
terwijl de nacht
langs ons heen valt.
Dat deel van mezelf
herken ik in iedereen.

Wij vallen samen
richting voordeur.
"We zijn
nog lang niet
thuis, vriend."

donderdag 29 maart 2018

Waarneming

Waarneming


Wat direct opvalt
aan deze waarneming
is het ontbreken
van leven.

Ik zie
gebouwen, voertuigen,
een wijkende hemel
weerspiegeld in overdadig glas,
maar elke beweging
blijft achterwege,
elk geluid stolt.
Ik beman mijn barkruk
en wacht op haar
voltooiing.

Ik ben een trage danser.
Elke nieuwe houding
vernietigt gisteren
en voorspelt morgen.

Zij komt alleen naar beneden
in een moment van rust.
Mijn bladeren openen zich
en ik vertak.
Nadere gegevens onduidelijk.

woensdag 28 maart 2018

Zo nadert de oorlog


Zo nadert de oorlog


Achter de afrastering
herkauwt stemvee
in kniehoge mest.
Wij willen niet sterven,
al omringen vlammen
het huis waarin wij wachten.

Zo naderen woorden
tot waar wij zwijgen,
slijtende standbeelden.
Zo stormen wolken
en kolken rivieren,
zo nadert de oorlog.

Mijn paspoort toont
wie ik was,
onbeschreven portret.
In wat ik verzwijg
woedt het vuur.

Bruggen verbonden oevers
zodat wij konden passeren.
Daken overspanden muren
zodat wij konden schuilen.
De zon ging onder
zodat slaap ons verenigde.

Buiten doorzoekt een storm
het graan
en huilen wolven
elkaar bijeen.

donderdag 22 maart 2018

Mijn tijd

Mijn tijd

Ik sloot alle deuren
tot ik weer kon ademhalen.
"Mijn tijd komt nog",
besloot ik.

Ik haalde adem
en luisterde
tot ik niets meer hoorde.
Met zachte dwang
kwam zij in beeld
tot ik niets anders zag.

Tot mijn stem brak
en ik wist waarom,
zag ik mijn tijd komen
en gaan.

Ik zal gaan,
snel, weerloos,
ongewapend.
verdwaalde pelgrim.
"Gelukkig
heb ik de woorden nog",
besluit ik.

maandag 19 maart 2018

Uit de bossen


Uit de bossen


Uit de bossen kwam ik,
verbaasd,
deze stad binnen,
beschramd, gehaast,
veel te vroeg.

Niemand verwachtte mij,
ik verwachtte iedereen.

Het plaveisel kwetste mijn voeten,
de muren scheurden mijn vingers,
het licht 's nachts doofde mijn ogen.

De bossen vond ik nooit terug.