vrijdag 26 juli 2019

De aanrijding

De aanrijding

Een gestolde glimlach,
beheerste ademhaling,
de blik op de stralende toekomst,
de gedachten in de agenda,
de handen met witte knokkels
om het stuur.

Een beperkende opvoeding
zwaar op de schouders,
een gebrek aan belangstelling
alomtegenwoordig.

Dwars door me heen,
hij zag me niet eens.

dinsdag 23 juli 2019

De verslaggever

De verslaggever

Buiten dit opvallende raam
trekt niets de aandacht,
een bonzend hart in een verder dood kind,
ontelbare huisvrouwen rondom,
talloze kiezelstenen, elk onmisbaar,
troosteloze straten,
versluierd licht.

Ik dans zorgvuldig
voor het raam heen en weer,
een dag zonder geschiedenis,
door de wind bewogen,
een poppenkastfiguur.
Een dodelijke reflex,
eenzaamheid. Een masker
dat een glimlach naar buiten richt.

Het einde overwint toch.
Vertrekken is noodzakelijk:
volg de aanwijzingen,
let op de juiste tijden,
verspil geen aandacht aan omleidingen.
De wereld veroordeelt zichzelf,
mijn land doorloopt alle pogingen,
te traag, veel te traag alles,
en verstikkend bewapend.
Vertrekken is onmogelijk,
maar noodzakelijk, verplicht.

Mijn land, vertrek, ga door,
ook al is er geen begin meer,
en blijft alleen het einde zeker.
Mijn land, val niet voortijdig,
blijf opeen en dicht.

donderdag 4 juli 2019

Zij zijn thuis

Zij zijn thuis

Er brandt licht
op hun etage.
Misschien
horen ze de bel niet,
staat de televisie te hard of zo.

Wat kan ik doen.
Ik reis door deze steden
zonder bagage of bestemming
en waarom
zou iemand me binnenlaten.

De kamer licht groen op.
Zolang mannen en vrouwen
niet samen in één elftal spelen,
kijk ik niet.

Die camera werkt, echt wel.
Ze weten dat ik hier sta.

woensdag 3 juli 2019

Geen nieuws

Geen nieuws

Mocht ooit ik ontsnappen
aan deze regelmaat:
zoveel tegenstemmen
is onverdraaglijk,
en geen nieuws.

Een school woorden
streek neer op papier.
Mijn ogen, spreeuwen,
pikken ijverig
kruimels uitleg op.
Ze vallen opwaarts als ik nader,
schrijven in de hoogte
wat ik al wist,
ondertussen.

Een telefoon die net
stopt met jodelen
als ik toe ben aan antwoorden,
de krant van eergisteren,
nieuws herhaalt zich,
verandert niets.

Want zie,
het heeft gestormd,
hoge bomen gaven toe,
bogen,
en braken.

dinsdag 2 juli 2019

Stranddag

Stranddag

Ik sta op en verlaat de stad,
waar dichters dochters
verleiden tot een glimlach
en meer, en de schaterlach
van een geboorte over de straten
achtervolgt tot in

een automatische ochtend.
Het is hier zo stil
bij dit strandpaviljoen
dat ik de golven in mezelf
kan horen. Gedachten als meeuwen
cirkelen, achtervolgen elkaar tot taal.

De toepassing van koffie,
de gewoonte van ontwaken.
Kom eens gezellig tussen me in zitten.
Doen. De zon nadert. Jij zet komma’s
in ons reisverslag waar ik punten dacht.

zondag 9 juni 2019

Over de Dommel

Over de Dommel

Breder dan oevers en onschuld kabbelt zij zeewaarts
vanuit het Belgische Peer in de armen van de Maas.
Regen, riool- en kwelwater van het toen naar het nu,
ouder dan warm kloppend bloed in mens en dier.
Als tranen over wangen dwalen kreken,
sloten en beken over zompig laagland.
Scheprad en sluizen, kolken en gemalen
doen dromen en hopen, meanders vertalen
twijfel in aarzeling, kronkels in ervaring.

Maaiende molenwieken vierendelen
de wijkende horizon onder gedempt klokgelui.
Stof drijft op het water, bladeren, takjes, pluizen
en niets blijft. Achter elke bocht begint een wereld,
aan elke overkant weer een overkant
en dagen en kansen keren zonder verklaring.

Zon, maan, sterren, muren en ramen
spiegelen zich en volgen de stroming.
Al het zoete grondwater komt van boven
en na elke plensbui staat het vee te dampen
op doorweekte weiden. In de Dommelvallei droogde
de zondvloed nog niet op en vergaren bomen
eindeloos jaarring na jaarring.

donderdag 6 juni 2019

Een plus een is

Een plus een is

"Ik weet dat hij
niets om mij geeft
en ik hou niet echt van hem."
Haar ogen fel niets.
"Dat is simpel dus,
een plus een is twee."

Ik ruik parfum,
ik ruik zweet en pus
als ik dit lees.

"We hebben die kinderen, twee,
dat is wat ons bijeen houdt."
Dus een plus een is vier, dacht ik.

"Heel mijn lichaam huilt tranen
in elke knuffel en kus,
in de mijne het meest."

Zij vermeed elke spiegel,
"want zo'n spiegel kijkt terug
en alles telt op."