zaterdag 28 februari 2015

De uitzonderling

De uitzonderling

In daglicht
ben ik schuldig aan onschuld:
ik beken nooit.

In deze maannacht
aan dit rimpelloze meer,
adem ik in,
adem ik uit,
verkeer ik
op onmeetbare afstand
van de anderen,
maar ben niet afgedwaald.

Ik kan niet veranderen,
ik hoef niet te bidden
om hun aandacht,
en ben minder eenzaam
dan in hun midden.

Alles wacht af:
kan ik de spiegel
van mijn ziel
poetsen
en geen vingerafdrukken
nalaten?

De nachtvlinder droomt mij,

misschien werd ik
deze ochtend
niet wakker.

vrijdag 27 februari 2015

Proost

Proost


Hij verloor haar
in hun afgeloste huis.
De keuken galmt, de hal echoot
haar afwezigheid
en aan de muren
beperken fotolijsten
hun verleden tijd.
Hij ontvlucht het
sinds het hem opsloot.
Dit is het komen en gaan
van herinneringen,
meer niet.

Zij verdween ook uit de tuin.
Als haar feestdagen
komen rozen en aardbeien
jaarlijks terug
zonder haar groene handen.
Hij schoffelt en snoeit
vergeefs wat in hem groeit.

Komen en gaan, meer niet.
Hij volgt stuurloos de navigatie,
mist haar commentaar
en afslagen.
Hij parkeert
bij het pannenkoekenhuis
waar zij ook ontbreekt.
Hij weet het,
kust en nipt aan zijn kopstoot.

Zijn ogen volgen de jongedame
die hem bediende,
zijn hart niet.
De spiegels blijven leeg,
hoe lang hij ook kijkt.
Klanten komen en gaan,
meer niet.
Die hij kent of herkent
negeert hij.
Na de vierde consumptie
vindt hij haar
op de lege kruk naast zich.
Hij heft zijn glas.

donderdag 26 februari 2015

Momentopname

Momentopname


Ik sta stil
bij en op
een onbewogen foto,
voorgoed bij de tijd.
Alsof ik kan wachten.
De bepaalde sluitertijd
kadert.

Een in zijn spel
betrapte aap,
nalatig en onvoldoende,
in ongedwongen houding
in gedwongen opname,
tot ik word opgehaald.
Mijn blik mist de lens
en de foto de mens.
De tijd buiten mij
bladert.

Dat is niet
wat ik beleef.
Plannen en taken stapelen,
halfgelezen kranten,
ongesorteerde foto's.
Ik leef een film
met onbeleefd begin,
te weinig tijd,
en het einde
een ruiter die
nadert.

26 februari 2015

woensdag 25 februari 2015

Korte verkering

Korte verkering


Ik at met twee woorden,
sprak met mes en vork,
maar bij haar familie
bleef ik voor haar
onvoorstelbaar.

Zij vreesde dat ik
onbewaakt kon openbarsten
in een gedicht,
en dat haar vriendinnen
dat zouden zien.

Ik liet haar trakteren,
want van wie ik liefheb
wilde ik eten.

25 februari 2015
(met sample van Neeltje Maria Min)

De schapenvacht

De schapenvacht


In de schapenvacht
waarin ik slaap vannacht
bijt ik me vast
met wolventanden.
Maar wacht,
dit is vorm uit inhoud,
een ontbrekend stuk
in een puzzel.
De kudde vult
elke leegte
als in tetris.

Iedereen is het eens
met wie hem voedt,
opvoedt. Weidt
volgzaam op wetteloze velden.
Wie spreekt wie aan,
wie brengt het tot luisteren,
ben ik dan de enige
die uit de maat loopt,
uit de tijd?

"Lees dan beter,"
blaat mijn verdediging.
"Ken je maat."
Maar waar ik mijn maat verwacht
graast de kudde,
en de kudde is de kudde,
meer niet.
Tot vluchten gedwongen
voelt elke straat verdacht.

Ik ruik verbrand gras.
De wolf in me zingt,
drinkt de dauw
waar maanlicht blinkt.
Ik aarzel, huiver,
heb onzuiver nagedacht
in mijn schapenvacht.
Ik scherp mijn klauwen
en doop nagels in inkt.

25 februari 2015.

dinsdag 24 februari 2015

Leeg

Leeg

Deze pagina
kan goed zonder mij,
maar ik kan het bloeden niet stelpen,
ik kan het niet helpen.

Het bloedt en lekt nog:
dit gedicht is vers.

maandag 23 februari 2015

Sterrenogen

Sterrenogen

De man naast me
praat tegen me
als een regenbui.
Ik kijk ondertussen
naar voorbijgangers op straat.

Problemen met de vrouw,
en de kinderen,
en het werk,
en vooral met zichzelf.

Als jij bij me komt zitten
als een neerstrijkende gouden vlinder
en ik je in je hals zoen,
voel ik hoe hij naar je staart,
en we vertrekken gehaast
na de koffie.

Hij kijkt ons na,
uitgelezen krant,
terwijl ik opnieuw het licht zie
in jouw sterrenogen.