dinsdag 30 juni 2020

Glazenwasser uit noodzaak

Glazenwasser uit noodzaak

Ik zie haar
nooit anders
dan door vensters,
voorgoed van buiten af.

Wat is dit voor liefde,
een kogel die van kwaad
tot erger snijdt
met elk verzwegen woord.

Vanuit de beukenhaag
die elk jaar dient gesnoeid
door mijn handen

de geur van koemest
en vers gemaaid gras
in de afvalkist,
natte sokken in mijn klompen
en thee achteraf
in de keuken

waar ik haar zie
door de gesloten deur
van de onbereikbare woonkamer,
cool jazz achter een tussenmuur,
piano, sax, bas.

De maan schuilt in de vijver,
in de bloedwijn in haar glas
en in haar bril,
haar lippen rimpelen
om haar wijsvinger
terwijl ze mijn saus keurt.

De man in mij wacht af,
reinigt en droogt
zijn gereedschap.
Hoe krijg ik dit beeld
ooit streeploos gewist.

vrijdag 26 juni 2020

Het voorbijgaan

Het voorbijgaan

Elk afscheid
wist herinneringen.

Ook een onbemand verleden
blijft aandacht vergen
als een rake donderslag
hier midden op straat
boven wachtende riolering,
onder haastige wolken,

en je wist waarom
want net als al die
omringende muren en ramen
huilde je niet
zichtbaar.

Je liet het voorbijgaan.

woensdag 24 juni 2020

Inhalig

Inhalig

De vacatures maakten
de voorlopige minbuza
los van verlegenheid en zijn toekomst
welgemeend voormalig.
Vers van het mes,
levend gekookt,
onverdoofd gevild.

Zowel afstandsbediening
als gasaansteker bleven zoek
en buiten het ministerie
werd de najaarsbarbecue
uitgesteld, uitgestald, afgehaald, ongewild.

"Mag ik in je bloes
bij de tattoos",
fluisterde hij inhalig.
Zo doet het wild, zo doet de kip
zo doet de vis, zo de zatte zonnebloem
als hij uitgezongen is
en toch blijft opengaan.

Hij wordt opgetild,
afgesneden, afbetaald, ingehaald.

zondag 21 juni 2020

Een dichten

Een dichten

Tropische regens
en wassende zeeën
verweken dijken.
Herhaalde droogte
en mislukte oogsten
verdrijven nomaden
uit woestijnen.

Trekkers doorbreken
hekken en deuren
en weigeren te wijken
voor druk en belang
van de meerderheid.
Brandstof verdroogt
ook op de middenweg.

Woede regeert.
Knijp in dat licht
de ogen dicht
en zoek de hoogte.
Van al die ongelijken
doven beelden snel
op geabonneerde schermen
van plaatsgebonden kijkers.

Een vloed van ontlettering
en het eigen gelijk
zoekt de overhand. Wat blijft
is de bedreigde rede.
Een dichten
als gaten dichten,
breuken herstellen
en hopen dat het houdt.

vrijdag 12 juni 2020

Een woning

Een woning

Buiten de vierendeling
van seizoenen
wordt thuiskomen
een vergeten handeling,

een betekenis zonder
bekentenis, een loslaten
in een aanstromend
niets, een schrikreactie,
een schrijven

dat woelt en omspoelt
tot onder mij steunbalken
vermolmen tot wortels
en ik door en door uitgroei

naar een doorwaaide
en vooral verwarde woning
waarin alles thuishoort
wat niet zal blijven.

maandag 1 juni 2020

En weer terug

En weer terug

Nee, dan die op het station
met koffers en kennissen
en de groeten aan de familie en.

Nee, dan die in de warenhuizen
onder het glas
en bezet en.

En.
Dan nog.
Wat dan nog.

En de polder wacht
als een schone lei,
de dakloze zolder lacht
tegen mij
en spot.

Het is allesomvattend koud,
voel maar.
En.
En ook nog.
Deken, winkelwagen,
tassen, koelbox,
wanten -
en weer terug
onderweg.

En.
Weg.

zaterdag 30 mei 2020

Keeper of the Key

Keeper of the Key

I'm the Keeper of the Key,
Never mind my name,
I'm the very enemy.
Yes, I'm the Keeper of the Key,
I'm trying to catch me breath,
Life flows from under me.

One night a man ran up to me,
And begged me, 'Keep this bloody key!
Gotta split, too many enemies!'
When I looked, no one I could see.
The key looked hardly ever used,
I wonder why I never did refuse,
I kept it close, running through my days,
Changing my life and my ways.

A city's key, but where to begin,
Don't even trust your next of kin,
Find its gate, open its door,
Who knows what fortune lies in store.
I lost my job, my wife and kids,
They never understood what I did,
Sold my stuff, bought me a gun,
Spend nights and days on the run.

Here they come! Where can I run!
Who to turn to? What have I done?
I cried, but there just ain't no one
To let me in from the evening sun,
Where's this city and where its gate?
How much longer must I wait?
I spot this man right next to me,
'Hey man, keep this key for me!'
- And set me free!

I'm the Keeper of the Key,
Never mind my name,
I'm the very enemy.
Yes, I'm the Keeper of the Key
Trying to outrun my death,
Life flows from under me.

(From ‘On Schedule - Flyte’
Unreleased 2nd album 19810101)