Verlichting
Hoe herkenbaar vreemd.
Een verzonnen profeet,
spotprent des aanstoots
in benarde sociale controle
bracht vrede noch verzoening
en het samenkomen
in bijbelvaste bidschuren
voor een vastgenagelde godenzoon
bracht genezing noch verlossing.
Eenmaal een kudde houdt de mens koers
en wordt moeilijk opvoedbaar.
Hoe je in Hamsterdam
de dans ontkwam
achter winkelwagens
zonder fietsbel
in een kronkelende file
door de buurtsuper.
Koopgoten liepen leeg
in online riolering.
Een losgeslagen bestuur
sponsort gastlessen
in lachgasflessen.
Een gehoorzame menigte
wurmt en krioelt maar.
Hoe rochelende beademing
smaak en geur verdampt
in welgemeende smetvrees
en goedbedoelde quarantaine
waarin de naastenwarmte
afkoelt achter schermen
en diepvries protocols.
Iedereen test iedereen
en drukkende doodsgeur
maakt alles vloeibaar.
Hoe zeepbelbubbels
zichzelf vermenigvuldigen
en kunstmatige bevolking
meedobbert als ballonnen
op elke gespuide mening.
Hoor, ze zingen hun aerosolen
benard dicht om elkaar heen
tussen omhooggevallen bestuurders
die zich verschuilen
in luidkeelse persbijeenkomsten
achter opgedrongen enge wetgeving,
bovenal uitvoerbaar.
Hoe solidair voelt wanhoop
en opgeklopte paniek
na voortdurende knuffelnood.
Het idee overheerst de zingeving,
het wetboek de menselijkheid.
'Wij hebben toch niks gedaan.
Het is onze schuld toch niet?
Van alles is weer waardeloos!'
roepen stemmen op lege straten
en gedoogde demonstratiepleinen.
Ondertussen zweeft de hoogste ambtenaar
steeds losser van de kiezers.
Is Willem Alexander
wel medestander van de Nederlander?
Nee, ik bedoel maar.
Hoe zin en betekenis leegstromen
in medische slangen en tubes.
Een brief die ik nooit las,
wat zij nog wilde zeggen.
Haar vingers telden de mijne
als een rozenkrans,
hart op hart anderhalve meter
in het verzorgingstehuis.
We lieten elkaar gaan
en het werd weer licht.
Ik was de handen keer op keer
maar het afscheid blijft voelbaar.
donderdag 31 december 2020
Verlichting
vrijdag 18 december 2020
Het sluiten van ramen
Het sluiten van ramen
Open ramen.
Er loopt een dame door de tuin.
Het gras is geschoren
behalve aan de wortels van de bomen
waar de machine niet goed bij kon.
Het ontbijt
was wat het was.
Mussen tussen bladeren
horen de dame naderen,
voorbijgaan, en verdwijnen,
en dat stoort hun zingen nauwelijks.
Waarom zou het ook trouwens.
De geit bijt aan de ketting
en niemand reageert.
De zon is in de wolken
tot laat in de morgen
het raam wordt gesloten
wegens afwezigheid,
wegens een sterfgeval
en omdat iemand het gesloten wil.
De warme maaltijd
wijkt niet af.
Op schema verschijnen
de konijnen. De gordijnen
blijven echter open
omdat weer iemand anders
naar de vogels wil kijken.
We vragen ons af
waar de dame bleef en wachten
op de dagelijkse dosis visite
en het avondmaal.
Het wordt te vroeg donker.
maandag 23 november 2020
Steeds meer spaties
Steeds meer spaties
Juist
wat ik niet begrijp
is wat ik grijp
wanneer ik grip
op herinneringen
zoek.
We reden door regen
in verdwijnend landschap.
Stilstaande havens,
dalende dijken
en opkomend kwelwater
onder overwegend wolken.
Wazige impressies
kunnen scherp aanvoelen.
Het werd vanzelf later.
Ook de voorruit werd gewist
en we wezen elkaar
op wat er niet meer was.
We wisten dat alles
horizon zou worden -
de verhalen, zinnen,
woorden, leestekens
en steeds meer
onbereikbare spaties.
vrijdag 20 november 2020
Een bestemming
Een bestemming
Ik ken een serveerster
in een andere stad
die altijd blij is
als ik haar opzoek
of overtuigend doet alsof.
Deze volle dagen hier
brachten me lege nachten.
In een droom geboren
ga ik slapend ten onder.
Ik weet met ogen dicht
elke muursteen te plaatsen
en verplaatsen, de slang bijt
in haar eigen staart en wegen keren.
Ik denk dat ik mijn spullen pak
en er een paar dagen
tussenuit trek. Ik roteer de zandloper.
Niets klopt hier, niemand gaat me missen.
Uurtje treinen, bus.
Zou ze daar nog werken?
donderdag 29 oktober 2020
Onrustgeving
Onrustgeving
Afgezien van mededogen
en barmhartigheid,
empathie zelfs,
is begrip mogelijk?
Verschroeide zielen
smeulen na.
Zerken verbrokkelen
gebeitelde namen.
Er vallen diepe gaten
in schrijnend ontbreken.
Verlaten woorden
worden geblakerd
door de waarheid
die op afstand, als de zon,
voorbij raasde.
Het verblindt,
woelt, schreeuwt
en houdt niet op:
onrust bezit
en beheerst.
Iedereen afgezonderd,
niemand uitgezonderd.
En ja,
begrip is mogelijk.
Wij zijn allen
stuk voor stuk
nabestaanden.
donderdag 22 oktober 2020
Ontvangstruimte
Ontvangstruimte
Haar haren
geuren naar aaien
en haar hal en zithoek
naar gemalen koffie
en troostkoek.
Je groeit
onder haar blik
en luisteren.
Je ontwart een storm
en wilt al terugkeren
nog voor je vertrekt.
Alsof je koud
terugglijdt in je moeder
en opwarmt.
dinsdag 20 oktober 2020
Moed moet
Moed moet
Ja, ik heb moed,
gelijmd uit scherven,
breekbaar maar ervaren,
want ‘Moed moet’,
waarschuwen hulpverleners,
zorgzaam onverwacht.
Tussen die andere vluchtelingen
schuilend onder lekkend tentzeil
en bestormde hemels,
herinnert huilende honger
aan mijn horizon,
die nog geen wonder bracht.
Wij schuiven bijeen
rond een stervend kampvuur
en vergaren onze moed,
want ‘Moed moet’,
zingt elke poliep politicus
die hier niet overnacht.