donderdag 29 oktober 2020

Onrustgeving

 Onrustgeving

Afgezien van mededogen
en barmhartigheid,
empathie zelfs,
is begrip mogelijk?

Verschroeide zielen
smeulen na.
Zerken verbrokkelen
gebeitelde namen.
Er vallen diepe gaten
in schrijnend ontbreken.
Verlaten woorden
worden geblakerd
door de waarheid
die op afstand, als de zon,
voorbij raasde.

Het verblindt,
woelt, schreeuwt
en houdt niet op:
onrust bezit
en beheerst.
Iedereen afgezonderd,
niemand uitgezonderd.

En ja,
begrip is mogelijk.
Wij zijn allen
stuk voor stuk
nabestaanden.

donderdag 22 oktober 2020

Ontvangstruimte

Ontvangstruimte

Haar haren
geuren naar aaien
en haar hal en zithoek
naar gemalen koffie
en troostkoek.

Je groeit
onder haar blik
en luisteren.
Je ontwart een storm
en wilt al terugkeren
nog voor je vertrekt.

Alsof je koud
terugglijdt in je moeder
en opwarmt.

dinsdag 20 oktober 2020

Moed moet

Moed moet


Ja, ik heb moed,

gelijmd uit scherven,

breekbaar maar ervaren,

want ‘Moed moet’,

waarschuwen hulpverleners,

zorgzaam onverwacht.


Tussen die andere vluchtelingen

schuilend onder lekkend tentzeil

en bestormde hemels,

herinnert huilende honger

aan mijn horizon,

die nog geen wonder bracht.


Wij schuiven bijeen

rond een stervend kampvuur

en vergaren onze moed,

want ‘Moed moet’,

zingt elke poliep politicus

die hier niet overnacht.

woensdag 7 oktober 2020

Op de teller

 Op de teller

Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat
Zuchtte de voortvluchtige desperado
Na wat er totaal al op de teller staat

Zoals de gelovige de hel verstaat
Een tollend vuur, een duurzame tornado
Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat

Als de telefoon van een beller gaat
En doneert, zing ik do re mi sol la do
Na wat er totaal al op de teller staat

Het Higgs-partikel in de versneller staat
Vast als pit centraal in een avocado
Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat

Voor goud arriveerde Cortez wel te laat
Desafinado op jacht naar Eldorado
Na wat er totaal al op de teller staat

Vindt de wanhopige doemvoorspeller baat
Bij ervaren raad van een pensionado
Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat
Na wat er totaal al op de teller staat

woensdag 30 september 2020

Boswandeling

 Boswandeling

Niet langer
word ik herkend:
heb ik nog wel
een binnenkant?

Dagelijks tel ik tanden
en ledematen.
Dovende fakkel.
Ik ben nooit te laat
want ik leef nog.

Dat is wat rest:
houdt mijn harnas
anderen buiten
of mij binnen?

Op een stam
ervaart een eekhoorn
het zonlicht:
ongerichte zingeving
en sluikreclame
zonder antwoorden.
Het bos en de stad
groeien door
zonder mij.

zaterdag 26 september 2020

het doel van de duif

het doel van de duif
(Onder de duiven V)

elke vleugelslag telt
je bent nog niet dood
hoger dan deze heuvels
steden rivieren
snel je, hartenklop
herhaal jezelf
(ken je woorden
val naar de horizon
vergeet elke boodschap

je draagt in je
(weeg je woorden
het verlangen naar
een terugslagloos afscheid,
een vertrek zonder weerga
een heen zonder terug

achter je
wijkt het verlaten thuis,
tussen talloze andere
aangelengd
(tel je woorden
het vertroebelt verdunt
lost het verleden op

een oceaan van daken
waar te landen?
ook waar je nu woont
gekooid, geringd
wijkt de schaduw van heimwee
niet van je schouders

het doel
een vertrek dat niet terugkeert
de honger blijft hangen,
overal kom je jezelf tegen,
vooral in anderen
alle wegen leiden naar jezelf
(laat je woorden
achter,

los

vrijdag 25 september 2020

De planning

De planning
(Onder de duiven IV)

Er blijft altijd iets te doen, dat is waar.
Doe dat nu even niet.
Werp die jas af, trek die schoenen uit,
neem de tijd en ruimte
en je woorden zullen
            terugkeren
alsof zij nooit verdwenen waren.

Die stoel werd getest en goedgekeurd,
je kunt erop zitten, niemand zal je
            lastigvallen.
Verwacht geen bezoek,
plan geen fietstocht, rondvaart,
alles gaat door ook zonder jouw aandacht.
Let op.

Het V-teken, de duim, het kruisteken,
de opgestoken middelvinger -
in hoc signo vinces, in dat verzet.
Een planning is ontspoorde ijdelheid
en laat je missen
wat je nooit bezat.

Snel,
noteer wat de postduif
in haar koker meebracht.
Nog een, twee, bijna drie
pootafdrukken voordat zij opstijgt
in het niets en ons leeg
            achterlaat
met enkel doorgehaalde,
gewiste zinnen.

Zij verzwijgt waar zij was, wat zij zag,
ook de tranen.
Vergeet haar zwiepende vleugels,
de gesel die niet opvoedt maar africht,
negeer de horizon waarachter zij
            verdwijnt,

waarachter wij verdwijnen
uit het hier en nu
en nooit terugkeren.