Steeds meer spaties
Juist
wat ik niet begrijp
is wat ik grijp
wanneer ik grip
op herinneringen
zoek.
We reden door regen
in verdwijnend landschap.
Stilstaande havens,
dalende dijken
en opkomend kwelwater
onder overwegend wolken.
Wazige impressies
kunnen scherp aanvoelen.
Het werd vanzelf later.
Ook de voorruit werd gewist
en we wezen elkaar
op wat er niet meer was.
We wisten dat alles
horizon zou worden -
de verhalen, zinnen,
woorden, leestekens
en steeds meer
onbereikbare spaties.
maandag 23 november 2020
Steeds meer spaties
vrijdag 20 november 2020
Een bestemming
Een bestemming
Ik ken een serveerster
in een andere stad
die altijd blij is
als ik haar opzoek
of overtuigend doet alsof.
Deze volle dagen hier
brachten me lege nachten.
In een droom geboren
ga ik slapend ten onder.
Ik weet met ogen dicht
elke muursteen te plaatsen
en verplaatsen, de slang bijt
in haar eigen staart en wegen keren.
Ik denk dat ik mijn spullen pak
en er een paar dagen
tussenuit trek. Ik roteer de zandloper.
Niets klopt hier, niemand gaat me missen.
Uurtje treinen, bus.
Zou ze daar nog werken?
donderdag 29 oktober 2020
Onrustgeving
Onrustgeving
Afgezien van mededogen
en barmhartigheid,
empathie zelfs,
is begrip mogelijk?
Verschroeide zielen
smeulen na.
Zerken verbrokkelen
gebeitelde namen.
Er vallen diepe gaten
in schrijnend ontbreken.
Verlaten woorden
worden geblakerd
door de waarheid
die op afstand, als de zon,
voorbij raasde.
Het verblindt,
woelt, schreeuwt
en houdt niet op:
onrust bezit
en beheerst.
Iedereen afgezonderd,
niemand uitgezonderd.
En ja,
begrip is mogelijk.
Wij zijn allen
stuk voor stuk
nabestaanden.
donderdag 22 oktober 2020
Ontvangstruimte
Ontvangstruimte
Haar haren
geuren naar aaien
en haar hal en zithoek
naar gemalen koffie
en troostkoek.
Je groeit
onder haar blik
en luisteren.
Je ontwart een storm
en wilt al terugkeren
nog voor je vertrekt.
Alsof je koud
terugglijdt in je moeder
en opwarmt.
dinsdag 20 oktober 2020
Moed moet
Moed moet
Ja, ik heb moed,
gelijmd uit scherven,
breekbaar maar ervaren,
want ‘Moed moet’,
waarschuwen hulpverleners,
zorgzaam onverwacht.
Tussen die andere vluchtelingen
schuilend onder lekkend tentzeil
en bestormde hemels,
herinnert huilende honger
aan mijn horizon,
die nog geen wonder bracht.
Wij schuiven bijeen
rond een stervend kampvuur
en vergaren onze moed,
want ‘Moed moet’,
zingt elke poliep politicus
die hier niet overnacht.
woensdag 7 oktober 2020
Op de teller
Op de teller
Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat
Zuchtte de voortvluchtige desperado
Na wat er totaal al op de teller staat
Zoals de gelovige de hel verstaat
Een tollend vuur, een duurzame tornado
Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat
Als de telefoon van een beller gaat
En doneert, zing ik do re mi sol la do
Na wat er totaal al op de teller staat
Het Higgs-partikel in de versneller staat
Vast als pit centraal in een avocado
Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat
Voor goud arriveerde Cortez wel te laat
Desafinado op jacht naar Eldorado
Na wat er totaal al op de teller staat
Vindt de wanhopige doemvoorspeller baat
Bij ervaren raad van een pensionado
Mag ik toch hopen dat de tijd sneller gaat
Na wat er totaal al op de teller staat
woensdag 30 september 2020
Boswandeling
Boswandeling
Niet langer
word ik herkend:
heb ik nog wel
een binnenkant?
Dagelijks tel ik tanden
en ledematen.
Dovende fakkel.
Ik ben nooit te laat
want ik leef nog.
Dat is wat rest:
houdt mijn harnas
anderen buiten
of mij binnen?
Op een stam
ervaart een eekhoorn
het zonlicht:
ongerichte zingeving
en sluikreclame
zonder antwoorden.
Het bos en de stad
groeien door
zonder mij.