Vader wordt duif
(Onder de duiven III)
Vader klaagde over ademnood
en woekerende moeheid.
Hij bleef maar verkouden en grieperig,
schraapte vergeefs zaagstof en vocht op
uit verkleefde longen
Hij kon niet meer in één keer de trap op,
moest halverwege rusten.
Hij weigerde de huisarts te raadplegen.
'Aanstelleritis,' had hij steeds geroepen,
'gewoon een verkoudheid.'
Rond een middernacht schoot hij wakker,
en sloeg hij als een opvliegende duif
wi-wi-wild om zich heen, om op te stijgen,
te vluchten, ontsnappen uit zijn bed,
zijn plakkende beklemming,
weerhouden door klamme lakens.
Ineens viel hij neer,
staakte hij zijn verzet,
tam, vleugellam, overladen
en schielijk overleden.
Hij gaf de geest.
donderdag 24 september 2020
Vader wordt duif
woensdag 23 september 2020
Vader bevrijdt de duiven
Vader bevrijdt de duiven
(Onder de duiven II)
Vader verloor zijn ziel na de verhuizing van dorp naar stad, zonder duiven om te melken, zonder land om te bebouwen, met een terras ‘waar je overheen kunt pissen’ en een fietsschuur ‘waar ik m’n kont niet kan keren’. De verkoop van de houtvoorraad, machines en vooral van het perceel financierde het pensioen.
Het was een zwaarbewolkte dag, maar het zou droog blijven op de bevrijdingsfeesten in het stadscentrum. Wij stonden op het schuurdak en inspecteerden de verse afdekking. Ik rook teer, konijnen en zware shag. Vader droeg een kaki stofjas met geruite pet en zo was hij weer de vader uit mijn jeugd, niet de onbekende nette heer die hij van moeder worden moest, zonder wijsvinger en pink links,
met de geknakte rug
van een ontwortelde gebochelde.
Hij schouwde de wolken nog elke zondag naar passerende postduiven. We keken zwijgend toe hoe vuurpijlen opstegen,
pal onder de wolken ontploften
en als tongende vlammen neerdaalden.
'Houdeng: wachten. Noyon: 7 uur gelost',
imiteerde ik in die geest.
Hij trok zijn mond scheef, rochelde
en spuwde in de brandgang.
'Dat is voorbij, jongen.
Ze zouden de weg niet meer weten.
Ik heb ze verkocht,
ze zijn alleen nog goed voor de fok.
Ze willen terug naar mijn hok
en dat is er niet meer.'
'Nee.'
'Ik mocht ze tijdens de bezetting
ook al niet houden, de Mof meende
dat ik er berichten mee zou verzenden,
voor het verzet.'
Ik bekeek struiken, heggen,
buxus, heesters, olijfbomen,
bramen, rozen en lelies
rond gazons en fietsschuren.
Nergens konijnen, kippen of duiven
opgesloten in kooien.
Moeder stond op het balkon.
'Moeder staat op het balkon, vader.'
dinsdag 22 september 2020
De duiven verlaten vader
De duiven verlaten vader
(Onder de duiven I)
Vader timmerde een duiventil op de houtzagerij en kalkte die onbesmet wit. De toegangsladder werd na elk gebruik weggezet om ratten en katten te weren. Een dozijn doffers, broedende duivinnen en piepers. In zonlicht stonk de duivenstront tot in moeders keuken.
'Kom! Kom-kom!' lokte vader,
als Sint Frans de vogels paaiend:
'Kom-kom! Kom dan, kom-kom!'
Hele zondagen stond hij daar hoopvol te wachten als Noach, te fluiten op zijn vingers, te rammelen met een mandje maïs, lijn- en koolzaad, de wolken te bestuderen als een augur met de constateur van postduifvereniging Pro Patria gereed.
'Kom! Kom-kom!
Maar kom dan dedju!'
Niet alle duiven keerden terug.
Ik noteerde van de draadomroep hoe laat de ingekorfde postduiven gelost waren. 'Quiévrain wachten, Houdeng wachten. Dourdan, Étampes en Noyon gelost zeven uur precies' Vader liet zijn geringde blauwbanden en geschelpten lokaal, midfond of vitesse vliegen, en gokte op zijn poulebrief. Hij had ooit twee bokalen en wat geld gewonnen.
Bij het wi-wi-wiekend opvliegen klonken zweepslagen, tromroffels, en urenlang klonk hun koeren: 'Roekoe-oe, roekoe-oe.'
Ik zag vanaf de houtwerf hoe het klad rondvloog, uit elkaar spatte en elkaar weer opzocht, eindeloos, tot de tuimelaars vielen op de klep of op vaders schouders en armen. Hun klauwen omklemden de stofjas.
'Kom! Kom dan! Vandaag nog!'
De thuiskomers volhardden in hun verzet.
'Hoe ben jij terug naar huis gekomen?'
snauwde hij dan tegen zo’n verlate minnaar,
'te voet zeker?'
Na zware inzet en verlies
aten wij duivenborst, een lekkernij
Een eierlepel past niet in een duivenei.
vrijdag 18 september 2020
De zware jas
De zware jas
De tijd ontglipte mij en niets bleef vast staan
Achter een open deur vond ik geen doorbraak
Ik mat mij te vaak een te zware jas aan
Ik vulde mijn dagen met angst en argwaan
Verward in leugens van gevolg en oorzaak
De tijd ontglipte mij en niets bleef vast staan
Dwars en eigenzinnig bleef ik op pad gaan
En maakte ik van mijn ego een hoofdtaak
Ik mat mij te vaak een te zware jas aan
Wrikkend aan dat web kon elk gif me lamslaan
Kwam ik niet toe aan een grondige schoonmaak
De tijd ontglipte mij en niets bleef vast staan
Aan bevrijding moest reiniging voorafgaan
Zag ik in uit schaamte en niet uit grootspraak
Ik mat mij te vaak een te zware jas aan
Ik liet alles los en verliet die achtbaan
Verloor dat valse ego in een plofkraak
De tijd ontglipte mij en niets bleef vast staan
Ik mat mij te vaak een te zware jas aan
dinsdag 8 september 2020
Slaapstand
Slaapstand
Dit is het voorwoord,
nog voor de eerste adem,
en niet nodig.
Kus de aarde,
hongerworm.
"Hou me tegen zonlicht
als een glas water", zegt zij.
"In slaapstand,
in het water
waarin je jezelf
onderhoudt."
Dat wil hij niet,
hij wil dat zij
in hem loopt
als in een donker woud,
waar het licht
zou moeten zijn
en elke boom
op de enig juiste plaats
staat en wacht.
Hij wil alles van haar weten.
Elk woord hierna
overbodig,
zonder waarde,
voor de vorm.
dinsdag 18 augustus 2020
Oude man
Oude man
Een trage wijn, deze dood.
Het gesprek stroomt langs me heen,
een menigte woorden.
Voortdurend vermindert
mijn aandacht.
Er is niemand om tegen te praten,
behalve ik zelf dan,
en ik heb alles al eens gezegd,
of verzwegen.
Een vlieg in barnsteen,
dansend in het glas van mijn dagen;
herhaling verdooft de pijn.
vrijdag 7 augustus 2020
Onbekend
Onbekend
Laat dit
de som van mijn uren zijn:
het kloklicht,
het rustgebrek,
de reistijden en rijstijlen.
Over alles heen:
de melk van berusting,
machteloosheid,
lege handen en misverstanden,
vorderingen en verdringingen,
geremd, gestremd en gedempt,
eindelijk ontketend,
pijnlijk getekend,
ontbrekend
en onbekend.